Crisis- en oorlogsjaren in de turf in Zuidoost Drenthe 1930-1945

Maatregelen in de crisisjaren

De crisisjaren dertig verlopen ook voor de firma Rahder moeizaam. Vooral in 1931 loopt de verkoop slecht. De afzet is laag vanwege stakingen in de karton industrie en ook de verkoop aan de aardappelmeel en steenindustrie neemt af. De prijs voor turf is lager dan ooit. De tweede kamer die in 1933 op werkbezoek is geweest in het veen komt eindelijk in actie. Minister Verschuur zegt in 1934 eindelijk financiële hulp toe. Er komt een landbouwcrisiswet en turf wordt binnen die wet een crisis product. De Stichting Nederlandse Turfcentrale onder voorzitterschap van de Drentse commissaris Baron de Vos van Steenwijk, zorgt voor de uitvoering. De regeling geld alleen voor hand gestoken fabrieksturf voor industrieel gebruik in Drenthe, Groningen en Overijssel. Om zoveel mogelijk gezinnen te laten profiteren mogen er maar 2 personen per gezin turf steken en niet meer dan 3 personen mogen werkzaam zijn bij het droogmaken en scheepsladen. De toelage is 25 gulden per dagwerk. Pas vanaf 1937 maakt de N.V. Rahder weer winst. In het eerste oorlogsjaar stijgt de prijs van turf weer zelfs zodanig dat er een vervenersheffing wordt opgelegd door de bezetter.

Door de slechte afzet stijgt het aantal arbeiders dat geen werk meer kan vinden, ook niet tijdens de zomermaanden. De gemeente Emmen heeft inmiddels zoveel kosten aan het grote aantal werklozen dat het onder curatele staat bij het rijk. Veel arbeiders trekken naar Duitsland waar de werkgelegenheid weer groeit. Er was ook geen keuze want degenen die werk in Duitsland weigerden hadden geen recht op steun. Emmen kwam al op de eerste dag van de oorlog in handen van de Duitsers. Dochter Liesje heeft haar vader nooit zien huilen maar op de dag dat de Duitsers, dan nog uiterst vriendelijk, door Nieuw Amsterdam trekken, heeft hij tranen in de ogen.

Burgemeester Bouwma die teleurgesteld was door de Nederlandse regering accepteerde snel het gezag van de bezetters. Hij voert de bevelen trouw uit. Klokken verdwijnen uit de kerken om omgesmolten te worden voor wapens en fietsen worden gevorderd voor het Duitse leger. Ook het politiekorps pleegt geen verzet en werkt onder de nieuwe orde. De inwoners van Zuidoost Drenthe passen zich aan en ondergaan de eerste jaren van de bezetting gelaten. Vanaf 1943 ontstaat er in de regio steeds meer verzet. Jan Huisman, vriend van Jaap en Fem zit in het verzet. Hij helpt gestrande Engelse vliegers terug te reizen naar vrije gebieden. Ze vinden op die route tijdelijk onderdak in een boerderij op het Amsterdamse veld. Jaap kan in het verzet niet goed uit de voeten vanwege zijn houten been, maar hij zorgt dat er genoeg geld is. De oorlog heeft nog meer gevolgen voor het bedrijf. Het wordt voor Jaap steeds lastiger om werkers te vinden. Veel mannen moeten zich melden voor arbeid in Duitsland. In de archieven van de firma Rahder zitten veel brieven uit de oorlogstijd. Rahder verzoekt de Rijksdienst voor werkverruiming om Joodse arbeiders op zijn bedrijf te laten werken omdat ze onmisbaar zijn. En hij weigert het Gewestelijk Arbeidsbureau in Emmen namen door te geven van ongehuwde mannen tussen de 20 en 40 die in Duitsland tewerkgesteld moeten gaan worden. Vanwege het tekort aan arbeiders maar ook vanwege de natte zomers neemt de productie van turf af. Jaap krijgt veel brieven van bedrijven maar ook van scholen om toch nog wat turf te leveren. Het gemeentelijk verzorgingshuis voor ouden van dagen en Weduwenhof te Amsterdam schrijft op 16 mei 1941 dat ze nog maar voor 4 weken brandstof hebben als ze uiterst zuinig stoken. Jaap schrijft terug dat er helaas geen goede kwaliteit turf meer is maar dat het na de zomer beter wordt. Een bedrijf uit Alphen aan de Rijn schrijft op 2 mei 1942: “Het spijt me dat we niet als naar gewoonte turf kunnen krijgen voor de fabriek! Nu waarderen we pas eens hoe gemakkelijk het toch was al die jaren door. We voeren naar het veen en de fabriek had steeds brandstof. Maar u weet de redenen. Momenteel is daar niet aan te veranderen”. Het antwoord van Jaap Rahder volgt op 22 mei:

“Ik moet u mede delen dat door het geknoei met zogenaamde derriekluiten in Holland dit jaar ook het vervoer van veenkluiten verboden is. Momenteel wordt nog nat veen verscheept, hiervoor is blijkbaar geen vergunning nodig. Dit komt echter op zoo’n fantastische prijs dat ik u niet kan adviseren hiermee te beginnen. De moeilijkheden met de productie worden met de dag groter totdat de gehele zaak vast loopt”.  

Zoals in veel plaatsen ontstaat er grote afstand tussen de Duitsgezinden en de rest van het dorp. De huisarts is een fanatiek NSB aanhanger en verliest veel patiënten. Het kantoor in de ‘Tippe’ wordt gevorderd door de Duitsers. Ze slapen er niet maar vaak zijn er Duitse klerken in het huis aan het werk. Het weerhoudt Jaap en Fem er niet van om de kinderen en de vrouw van Jan Huisman tijdelijk op zolder te laten onderduiken nadat Jan zelf is verlinkt. Liesje herinnert zich de komst van de familie nog goed. Ze weet nog dat ze na korte tijd weer weg moesten omdat een schoolvriendinnetje ze voor de zolderramen had zien staan. Greddy Huisman, dochter van Jan zal deze periode ook niet vergeten. In een artikel uit het dorpsblaadje van Nieuw Amsterdam-Veenoord ‘De Aole Tweeling’ staat in 2016 een interview met haar: “Ons huis werd doorzocht door vreemde mannen.  s’ Avonds woonden we ineens bij oom Jaap en tante Fem Rahder en de drie meisjes Jenny, Liesje en Mieneke. Drie weken later gingen we naar de overkant van de Vaart, in het achterhuis van de familie Drok. Een deel daarvan stond leeg omdat de Tuinbouwschool wegens gebrek aan leerlingen, vanwege de afwezigheid van mijn vader die er directeur was, leeg stond”. Het huis van de familie Huisman wordt overgedragen aan een NSB gezin. “eenmaal zag in een van die meisjes lopen in mijn mooiste zomerjurk”, schrijft Greddy Huisman, “Ik vloog haar aan en probeerde de jurk van haar lijf te scheuren. Omstanders trokken mij van haar af”. Maar het gezin overleeft de oorlog. Ook Jan Huisman, die zat ondergedoken in een eendenkooi in de Weerribben, komt terug. In 1950 kreeg hij een Franse onderscheiding , het oorlogskruis en de Zilveren ster.

De boer die de onderduikers onderdak bood verdwijnt en het dorp neemt aan dij hij is gefusilleerd. Het dorp is in rouw. Jaap helpt de weduwe met de boekhouding van het boerenbedrijf.

In de laatste jaren van de oorlog vluchten veel Duitsers en NSB-ers naar het Noorden. Ze komen ook naar het oosten van Drenthe. De opperbevelhebber van de Wehrmacht vestigt zijn hoofdkwartier in Emmen. De geallieerden bombarderen daarop in februari 1945 de omgeving van Emmen. De vijftienjarig Jenneke die met vriendinnen naar de hbs in Emmen fietst moet ervoor schuilen in één van de mangaten langs de weg.

Als de oorlog in april van dat jaar ook in Zuidoost Drenthe ten einde komt keert de rust langzaam terug. Jenneke geniet van de nieuwe vrijheid en zet alles op alles om snel de wereld te kunnen ontdekken. In 1949 haalt dochter Jenneke Rahder haar hbo diploma en gaat studeren in de Groningen. Jaap Rahder en zijn vrouw Fem hoeven er niet lang over te denken. Hun oudste dochter is slim en zit vol energie. Studeren past bij haar en ze laten haar met trots en weemoed uitvliegen. Fem mijmert over haar eigen jeugd. Ze heeft de kweekschool gedaan maar daarna was er het leven van de huisvrouw. Op haar bruiloft kreeg ze van haar schoonmoeder een kookboek met daarin op de eerste bladzijde “Jaap houdt niet van biet”. Het is een tijd met nieuwe kansen. Ze gunt Jenneke na de donkere oorlogsjaren het leven in de grote stad met een goede studie, nieuwe vrienden, nieuwe ideeën en feestjes. Maar ze betrapt zich erop dat ze soms ook jaloers is.

Plaats een reactie