De ziekte van Ubbo Mansholt

Mijn overgrootvader Ubbo  Johan Mansholt was een van de eerste studenten aan de Rijks Hogere Landbouwschool in Wageninge die hij van 1887 – 1889 bezocht. Bij het eindexamen kwam hij in aanmerking voor de bekende ‘Sloetprijs’. Samen met zijn vader zond hij in 1893 een antwoord in op een prijsvraag van de ‘commissie van het Burmalegaat over ‘stikstofvoeding der cultuurgewassen’. Deze inzending werd met goud bekroond.

Ubbo kreeg, net als zijn vader Derk Roelfs Mansholt, een steeds grotere naam als landbouwdeskundige. Het leverde hem in 1910 een eervolle opdracht op. Hij werd gevraagd als adviseur op te treden bij de aankoop van een groot stuk grond in Canada. Op 31 maart vertrok hij met de ‘Rotterdam’ van de Holland-Amerika Lijn voor de lange oversteek naar Canada. Het was een reis die niet onder een goed gesternte plaatsvond. Dochter Hetty was er openhartig over:

…Reeds bij het begin van de reis was zijn handschrift veranderd, maar toen hij terugkwam van deze interessante reis was hij ziek, invalide, wanhopig. Begin oktober volgde het eerste consult. Na correspondentie tussen neuroloog Wiersma en chirurg Koch en de Amerikaanse hersenchirurg, die als eerste een hersentumor had geopereerd, werd hij op 24 oktober geopereerd aan een gliosarcoom. In december kwam hij thuis met een slepend been en gestoorde spraak en een verlamde arm. Een dag voor zijn verjaardag, 29 december, volgde een tweede consult. Na een tweede operatie kwam hij in maart 1911 thuis, op 16 mei volgde het einde. Toen bleek hoe heel Groningen had meegeleefd, meegeleden met ons, met de sympathieke jonge praktijk man en onderzoeker en zijn gezin…

Ubbo Johan Mansholt
Ubbo’s handschrift
CamScanner 11-17-2021 11.18

Dit fragment staat in boek “Uit Zeeklei gebakken” over de Families Mansholt, Louwes, Zijlma en Dijkhuis. Het boek verschijnt op 1 oktober 2022 en is hier alvast te bestellen voor een speciale prijs.

De geschriften van Derk Roelfs Mansholt

Aan het eind van de negentiende eeuw richt Derk Roelf Mansholt een tijdschrift op, met de eenvoudige en krachtige titel: De Grond (centraal orgaan voor de agrarische belangen in Nederland). In dit veelgelezen blad dat elke maand verschijnt, kan hij ervaringen en ideeën kwijt die steeds meer weerklank vinden.

Het is een periode waarin de prijzen voor graan en andere agrarische producten een dramatische daling laten zien. Derk vindt dat landbouwprijzen beschermd moeten worden om te voorkomen dat de boeren en hun arbeiders tot armoede vervallen. Geen vrijhandel zoals in liberale kringen wordt bepleit.

Hij had zich al eerder sterk gemaakt voor vaste prijzen voor landbouwproducten, zoals voor graan, om de boeren een redelijk  inkomen te kunnen garanderen en de voedselproductie te stimuleren.

Hij schreef:

…Het broodkoren neemt onder alle handelsartikelen de eerste plaats in en kan door geen enkel ander artikel worden vervangen. Gebrek aan broodkoren staat gelijk aan hongersnood…

Toen wist Derk nog niet hoezeer zijn opvattingen invloed zouden krijgen op het gedachtengoed van zijn kleinzoon Sicco Mansholt die daarmee de basis legde voor een Europees landbouwbeleid. In een van de vele boekjes die Derk Roelfs schreef en zelf uitbracht “Prijsvorming van het broodkoren” schrijft hij nog: …De landbouw heeft niet zozeer belang bij hooge dan wel bij constante graanprijzen…

Sicco had het boekje in zijn bezit en heeft deze zin onderstreept.

Het is de stellige overtuiging van Derk dat de boerenstand de basis vormt van de welvaart in Nederland. Geen vreemde gedachte als je bedenkt dat ongeveer de helft van de mensen in die tijd nog werk vindt in de agrarische sector. Maar Derk ziet ook dat er een kentering plaatsvindt. Steeds meer landarbeiders keren het platteland de rug toe. Ze vinden een beter betaalde baan in de fabrieken in de grote steden. Ook in Nederland rukt de industriële revolutie op.

Bibliografie Derk Roelfs Mansholt

  • Mijne zelfverdediging (1892)
  • Wat is de beste wijze van stalmestbewaring (1892)
  • De ontwerpplannen der Zuiderzee-commissie (Groningen 1893)
  • De kanalisatie van Westerwolde, een practisch voorbeeld hoe in Nederland de woeste gronden ontgonnen moeten worden. Winschoten (1894)
  • Internationale arbeidsverdeeling en de prijsvorming van het broodkoren (St. Anna-Parochie 1896)
  • De stikstofvoeding der landbouwcultuurgewassen met U.J. Mansholt (Dordrecht 1900)
  • Vrijhandel, fiscaliteit of bescherming? (Groningen 1904)
  • De donkere zijde van den handel (Groningen 1907)
  • Vor einem halben Jahrhundert (Aurich 1909)
  • Het bankroet van de vrijhandelsleer  (vertaling van een boek van Jules Domergue met commentaar door Derk Roelfs Mansholt (1909)
  • Landbouwhuishoudonderwijs voor de vrouwelijke landbevolking. Rapport [met J. Heidema en J.B. Westerdijk] (Groningen 1910)
  • Het wetsontwerp op de afsluiting en indijking der Zuiderzee. Eenige kritische beschouwingen (Groningen 1917)
  • Een en ander uit de geschiedenis der Groninger Maatschappij van Landbouw en Nijverheid. Vervolg 1913-1918 (Groningen ca. 1919)
  • De waterschapslasten in de diverse provincies
  • Bedijkingen van Hollandsche ondernemers aan den Dollard in het midden der vorige eeuw. Tijdschr. voor de volkstaal  (1916)

Vele bijdragen vooral aan Groninger Weekblad, Radicaal Weekblad, Friesch Volksblad, Recht voor Allen, Winschoter Courant

Dit fragment staat in boek “Uit Zeeklei gebakken” over de Families Mansholt, Louwes, Zijlma en Dijkhuis. Het boek verschijnt op 1 oktober 2022 en is hier alvast te bestellen voor een speciale prijs.

Henny Werkman, ‘de drukker van het paradijs’, neef van mijn oma Hetty Voerman-Mansholt

In 1963 verschijnt een boek over het leven van Hendrik Nicolaas Werkman, lid van De Ploeg, met de titel “de drukker van het paradijs”. Als Hetty Voerman-Mansholt deze biografie over haar neef Henny leest, opent dat deuren naar vroeger. De schilder is een zoon van Grietje Werkman-Louwes, een zus van haar Hetty’s vader. Henny Werkman verhuist van het platteland van de Marne naar de stad. Hij kan, net als Hetty, het niveau van de HBS niet aan.

“Hij was niet hard genoeg. Dat was precies wat de familie hem verweet. Aanpakken is het wachtwoord”,

schrijft Hetty in de kantlijnen van de biografie,

“studeren en tentamens halen. Een doel voor ogen hebben. Doorzetten. Iedereen bemoeit zich ermee en het helpt niet”.

Henny Werkman wilde iets met zijn handen doen. Tekenen, drukwerk maken. Maar hij was slim en zijn familie wilde dat hij zijn studie afmaakte. Hetty beschrijft een foto op pag. 17 in de biografie van de jonge Henny: “Het was de eerste foto die me opviel in het boek. Hij lijkt daar net op opa Stefanus, na een nacht doordraaien”.

Henny raakt geïnteresseerd in de kunst, in die periode vrij uniek in Groningen. In 1896 ziet hij werk van Van Gogh op een speciale tentoonstelling samengesteld door studenten. Van Gogh is 6 jaar eerder overleden en zijn werk krijgt steeds meer aandacht. Hij is er zeer van onder de indruk.

Henny kan zijn draai niet vinden. Hij heeft een baantje als verslaggever bij het Nieuwsblad, maar dat bevalt niet. Uiteindelijk koopt de familie een drukkerij voor hem in de Peltsterstraat. In de eerste jaren is het een succesvol bedrijf en gaat Henny langzamerhand ook aan zijn kunstdrukken en schilderijen werken.

Grietje Mansholt-Louwes, de moeder van Hetty, was goed  bevriend met Grietje Werkman-Louwes. Ze bespraken alles met elkaar. Ze zijn allebei vroeg weduwe geworden. Hetty herinnert zich dat ze, negen jaar oud, met haar tante Grietje meeging naar de nieuwe drukkerij en daar de veelbesproken Henny zag. Hetty vond hem niks en was een beetje bang. Het leeftijdsverschil was groot. Toch zal Hetty veel van zijn levensverhaal herkend hebben.

“Henny werd geen nuttig lid van de maatschappij, niet als mijn zus Ada en zijn broers Pieter en Tinus. En ik eigenlijk ook niet. We wisten onze richting niet en hadden onze grond nog niet gevonden. En mijn vader, de man die zo vaak een weg gewezen had, spanningen had helpen oplossen, gemoederen had gekalmeerd was er niet meer”.

In de jaren 1910-1920 drukte Henny ook de Verkadeplaatjes. Hetty vond ze prachtig en de mooiste waren van de jonge schilder Jan Voerman Jr.

Dit fragment staat in boek “Uit Zeeklei gebakken” over de Families Mansholt, Louwes, Zijlma en Dijkhuis. Het boek verschijnt op 1 oktober 2022 en is hier alvast te bestellen voor een speciale prijs.

Henny Werkman

Het einde van de N.V. Machinale Rahder Turffabriek.

Na de tweede wereldoorlog zakt de verkoop van turf bijna helemaal in. In het jaar 1962, terwijl de kleinzonen door zijn kantoor scharrelen, schrijft Jaap Rahder zoals ieder jaar een verslag voor de commissarissen met daarin de balans van de N.V. Machinale Rahder Turffabriek. “De resultaten in 1960 en 1961 waren zeer slecht”, schrijft Jaap onomwonden. “De weersomstandigheden waren in de eerste 5 maanden zeer gunstig maar toen de turf moest drogen volgde een natte zomer en herfst. We hebben dan ook grote hoeveelheden zeer slechte turf in het veen staan. Gelukkig schijnt het dat deze turf door Purit afgenomen zal worden. De prijs zal slecht zijn. De afzet aan onze oude turfschippers daalt nog steeds. De afzet aan de Coöperatieve Turfstrooiselfabriek was goed. De omzet van turf bedroeg in 1960 81.717,43 gulden. Een deel van de gronden ter grote van 46.73.60 hectare is aangeboden aan de gemeente Schoonebeek. De gemeenteraad heeft de koop goedgekeurd maar het wachten is op toestemming van Gedeputeerde Staten”.

Een ander stuk grond verpacht Jaap aan enkele boeren, die er haver en tarwe op gaan verbouwen. De opbrengsten staan in het jaarverslag. In een kort stukje uit de krant van die dagen wordt Jaap Rahder geciteerd.

“Wij verveners werken voor de toekomst, het tijdstip, dat over twintig of vijfentwintig jaar het veen vergraven is en de dalgrond voor de landbouw in gebruik kan worden genomen. Dan is ons doel bereikt en ontvangen we het loon voor het werk waarmee onze vader begonnen is en dat door de zoon wordt beëindigd”.

In het financiële overzicht is te zien dat er sinds het einde van de oorlog verliezen zijn. Het kan alleen worden gecompenseerd met de verkoop van grond. Jaap weet dat dit een keer ophoudt. Vanaf 1962 krijgt hij ook te maken met een tekort aan arbeidskrachten. De werkers kiezen voor een baan in de nieuwe industrie rond Emmen of gaan aan de slag als boerenknecht. Jaap weet dat zijn dochters het bedrijf niet gaan overnemen. Ze hebben een eigen leven opgebouwd.

Op maandag 31 juli 1961 is de jaarlijkse vergadering van Commissarissen der N.V. Machinale Rahderturffabriek te Nieuw-Amsterdam. De tweede en derde generatie ‘s Jacob en Zeeman zijn nog immer commissaris. Dhr. Zeeman haakt in op een schrijven van directeur Jaap Rahder die stelt dat verkoop van gronden, zoals aan de gemeenten, in feite een voorbode is van liquidatie van het bedrijf. Volgens de directeur zal de vervening van het gebied nog acht tot tien jaar duren. Zeeman stelt voor om nu al tot een langzame beëindiging van de firma over te gaan. ‘s Jacob is het hiermee eens. Zeeman merkt ook op dat de gereserveerde bedragen voor de pensioenen, respectievelijk 2000 en 1000 gulden, van de directeur en zijn vrouw, gezien zijn staat van dienst te laag zijn. Die moeten omhoog. Aldus wordt besloten.

1876: Jan Voerman Sr. vanuit Kampen naar de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam

Op 26 september 1876 deden mijn overgrootvader Jan Voerman en zijn vriend uit Kampen Bas Tholen, naast 15 anderen, toelatingsexamen voor de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, aan de Stadhouderskade 86. ‘Rijksakademie’ werd toen nog met een k geschreven. Het markante gebouw, aan de rand van het oude centrum, bestond net 2 jaar en is mede door koning Willem III opgericht. De helft van de studenten die toelatingsexamen deed, werd aangenomen, waaronder Jan en Bas.

Opvallend was dat het clubje jaargenoten van mijn overgrootvader zonder uitzondering telgen waren van notabelen en welgestelde families. Ze ontwikkelden zich tot min of meer bekende kunstenaars. Mijn overgrootvader was, als eenvoudige boerenzoon, een vreemde eend in de bijt. Zonder zijn afkomst te verloochenen heeft hij veel van zijn vrienden en tijdgenoten als schilder voorbij gestreefd. Dat moet veel voor hem hebben betekend.

Over zijn Amsterdams tijd vertelde mijn overgrootvader later:

…Op de Academie leefde ik bijna van niets. Soms at ik dagen niet. Maar je kon heel wat verdragen in die tijd. Eigenlijk heb ik ’t nooit moeilijk gehad. Je zou me een Zondagskind kunnen noemen, maar dat doe ik niet…

Het groepje vrienden en studiegenoten rond mijn overgrootvader stond op de Academie bekend als een ijverige en talentvolle lichting, wat lang niet voor alle studenten gold. Dit blijkt uit de beoordeling van de docenten.

Over Jan Voerman sr.: …Jan, schoonen aanleg en uitmuntende vlijt, steeds vol ijver en helder van geest. Hij kan een sieraad der schilderschool worden… Aanleg en ijver zeer goed, zelden verzuimd… En later: …Schildert zelfstandig op eene loge, met vrij goed vervolg. Aanleg zeer goed, de wil niet altijd…

Over Bas Tholen: …Een buitengewoon vlug jong mensch, in vele zaken goed onderwezen. Hij deed in 1877 examen voor het middelbaar onderwijs te Delft. En ging aan de polytechnische school over voor de architectuur…

Over Piet Meiners: …Van de beste gezindheid, zeer leerzaam en vrij goed ontwikkeld, geeft goede verwachtingen… Schilder- en tekenklassen: aanleg en ijver goed, nooit verzuimd…

Over Anthon van Rappard: …Belooft door zijn aanhoudende ijver en wilskracht goed vooruit te komen. Hij werd aanvankelijk een knap tekenaar… Aanleg en ijver zeer goed, klassen goed bijgewoond…

Over Willem Witsen: …Kwam aanvankelijk voor vier of meermalen lessen per week. Met den cursus 78/79 ging hij over voor alle lessen en onderscheidt zich door ijver en goeden geest… Schildert afzonderlijk met vrij goed gevolg… Schildert loffelijk, is echter onbestemd in zijn streven…

Dit is een fragment uit het boek: “Gevangen in een paradijs” over vader en zoon Voerman. Het boek is hier te bestellen.

Jeugdwerk op de Academie te Amsterdam circa 1880

Kleine tentoonstelling over de families Mansholt, Louwes, Zijlma en Dijkhuis op het Landgoed Verhildersum

Vanaf vrijdag 1 april tot eind oktober 2022 is er in de Museumboerderij op het Landgoed Verhildersum een kleine tentoonstelling te zien over de families Mansholt, Louwes, Zijlma en Dijkhuis met de titel “Uit Zeeklei gebakken, generaties Groninger boeren en wereldverbeteraars”. Kijk hier voor de aankondiging.

Op 17 September 2022 wordt ook op Verhildersum het gelijknamige boek gepresenteerd. Het is het 3e en laatste deel uit een serie boeken over mij familie geschiedenis geschreven door Kees Opmeer en vormgegeven door Albert Smit. Research van Tijs Voerman. Het boek is in de voorverkoop slechts € 25 + verzendkosten en is hier te bestellen. Bij de tentoonstelling ligt ook een intekenlijst. Boek is dan per September af te halen bij de museumwinkel.

Mijn oma Hetty Voerman-Mansholt op bezoek bij haar opa en oma op boerderij ‘Torum’ in de Westpolder

Theda Mansholt (1879-1957) , een bijzondere vrouw uit de Westpolder en inspiratie voor mijn oma.

‘Tante Theda’zoals mijn oma Hetty Voerman Mansholt haar noemde,  was naar de huishoudschool gegaan en ging daarna lessen geven aan de Rijkslandbouw-winterschool in Veendam, een van de eerste opleidingen voor plattelandsmeisjes. Nadat ze in dienst van het rijk onderzoek had gedaan naar het landbouw onderwijs in Denemarken, België en Duitsland werd ze een grondlegger van het landbouwonderwijs voor meisjes. Ze richtte in 1913 de Rijksschool voor Landbouwhuishoudonderwijs “De Rollecate” in Den Hulst op en werd daar ook de eerste directrice.

Mijn oma was vol bewondering voor deze vrouw die al in de 19e eeuw haar eigen weg ging, niet trouwde, doorging met studeren en een eigen inkomen had. Hetty was ook op zoek naar een eigen loopbaan maar ze kon haar draai niet zo goed vinden. Ze deed de opleiding voor siersmid waar ze het enige meisje was tussen de jongens, deed de opleiding voor Montessori lerares en werd tenslotte assistent in het Wilhelmina Gasthuis te Amsterdam bij de bekende professor psychiatrie-neurologie K.H. Bouwman. Het betaalde slecht maar het was leuk werk. In haar nalatenschap vind ik het boek “Nederlandsche vrouwen, lotgevallen en verdiensten ”uit 1863. Het was zeker een inspirerend boek voor Hetty, ze heeft er veel notities bij gemaakt. Na haar huwelijk in 1921 met de kunstschilder Jan Voerman Jr. werd ze vooral zijn boekhouder en steun en toeverlaat en ze bleef tot op hoge leeftijd landelijk bestuurslid bij het Montessori onderwijs.

Hetty (links) met Theda Mansholt bij ‘Torum’ in de Westpolder 1905

Kijk ook hier voor een podcast van de De Groninger Vrouwengalerij