Kleine tentoonstelling over de families Mansholt, Louwes, Zijlma en Dijkhuis op het Landgoed Verhildersum

Vanaf vrijdag 1 april tot eind oktober 2022 is er in de Museumboerderij op het Landgoed Verhildersum een kleine tentoonstelling te zien over de families Mansholt, Louwes, Zijlma en Dijkhuis met de titel “Uit Zeeklei gebakken, generaties Groninger boeren en wereldverbeteraars”. Kijk hier voor de aankondiging.

Op 17 September 2022 wordt ook op Verhildersum het gelijknamige boek gepresenteerd. Het is het 3e en laatste deel uit een serie boeken over mij familie geschiedenis geschreven door Kees Opmeer en vormgegeven door Albert Smit. Research van Tijs Voerman. Het boek is in de voorverkoop slechts € 25 + verzendkosten en is hier te bestellen. Bij de tentoonstelling ligt ook een intekenlijst. Boek is dan per September af te halen bij de museumwinkel.

Mijn oma Hetty Voerman-Mansholt op bezoek bij haar opa en oma op boerderij ‘Torum’ in de Westpolder

Theda Mansholt (1879-1957) , een bijzondere vrouw uit de Westpolder en inspiratie voor mijn oma.

‘Tante Theda’zoals mijn oma Hetty Voerman Mansholt haar noemde,  was naar de huishoudschool gegaan en ging daarna lessen geven aan de Rijkslandbouw-winterschool in Veendam, een van de eerste opleidingen voor plattelandsmeisjes. Nadat ze in dienst van het rijk onderzoek had gedaan naar het landbouw onderwijs in Denemarken, België en Duitsland werd ze een grondlegger van het landbouwonderwijs voor meisjes. Ze richtte in 1913 de Rijksschool voor Landbouwhuishoudonderwijs “De Rollecate” in Den Hulst op en werd daar ook de eerste directrice.

Mijn oma was vol bewondering voor deze vrouw die al in de 19e eeuw haar eigen weg ging, niet trouwde, doorging met studeren en een eigen inkomen had. Hetty was ook op zoek naar een eigen loopbaan maar ze kon haar draai niet zo goed vinden. Ze deed de opleiding voor siersmid waar ze het enige meisje was tussen de jongens, deed de opleiding voor Montessori lerares en werd tenslotte assistent in het Wilhelmina Gasthuis te Amsterdam bij de bekende professor psychiatrie-neurologie K.H. Bouwman. Het betaalde slecht maar het was leuk werk. In haar nalatenschap vind ik het boek “Nederlandsche vrouwen, lotgevallen en verdiensten ”uit 1863. Het was zeker een inspirerend boek voor Hetty, ze heeft er veel notities bij gemaakt. Na haar huwelijk in 1921 met de kunstschilder Jan Voerman Jr. werd ze vooral zijn boekhouder en steun en toeverlaat en ze bleef tot op hoge leeftijd landelijk bestuurslid bij het Montoserri onderwijs.

Hetty (links) met Theda Mansholt bij ‘Torum’ in de Westpolder 1905

Kijk ook hier voor een podcast van de De Groninger Vrouwengalerij

Stormvloed in de Westpolder 1877

Bedijking van de Westpolder begint in 1874 en werd voltooid in 1875. In 1875 werden veel landbouwgronden gesplitst en nieuwe boerderijen B.v. boerderij Midhuizen werd gesplitst in Nieuw Midhuizen en Manneplaats en Geughien Zijlma bouwde op nieuw verworven land zijn boerderij Nieuw Zeeburg. De nieuwe boerderijen werden gebouwd met cement gemengd met zoet water dat speciaal daartoe werd gehaald.  De goedkopere woningen voor de arbeiders werden gebouwd met cement gemengd met brak water uit de polder. Het cement werd daartoe minder sterk. Deze huizen waren daardoor bij overstromingen extra kwetsbaar.

Een jaar na aanvang van de werkzaamheden bleek al dat de dijk, die deels klaar was, niet bestand was tegen het water. In het voorjaar van 1874 sloeg het woeste water toe en verzwolg een groot deel van de dijk. En niet alleen de dijk verdween in de golven – ook dertien polderwerkers van wie de onderkomens niet voldoende versterkt waren. Vreemd genoeg is dit een redelijk onbekende ramp, zeker in tegenstelling tot die van drie jaar later.

In de nacht van 30 op 31 januari 1877 zorgen een combinatie van springtij en hoog water voor een dijkdoorbraak in de nog jonge zwakke dijk. De vloed bereikt een hoogte van 3.90meter boven volzee. Er waren 13 slachtoffers, op het kerkhof van Vierhuizen staat een klein monument. Veel boeren en knechten konden op tijd met wagens naar hoger land komen, anderen gebruikten boten.

Jochem Helprig Mansholt (de broer van mijn voorvader Derk Roelfs) die al in polder woonde op boerderij ‘Fletum’ vluchtte met zijn vrouw Rena Loots, en zoontje (de latere Ing. Dr. Rijpko Mansholt en de eerst geborene in de nieuwe polder) met paard en wagen, die al in  de schuur gereed stonden om het gezin naar de Middendijk te brengen. Buiten gekomen kreeg de noordwester storm echter de wagen te pakken, met het gevolg dat de disselboom uitschoot en zich in de grond boorde. Te voet werd de dijk bereikt, met het zoontje, in een deken gewikkeld, gedragen door de moeder, wier pantoffels in de modder waren achtergebleven. Jochem Mansholt was de enige boer die met zijn gezin kon vluchten en de Middendijk kon bereiken. De andere boeren vluchten naar hun zolder en werden de volgende dag gered.

Geuchien Zijlma, die juist een nieuwe boerderij ‘Klein Zeeburg’ in de polder had gebouwd, waar hij nog niet eens woonde, beschrijft zijn herinneringen.

En Oh, toen ik daar op de dijk kwam en het terrein overzag! Zulk een verwoesting had ik mij toch niet voorgesteld. Achter onze polder was van de nieuwe zeedijk bijna niets meer te zien. Men kon weer vrijuit het wad inkijken. De gehele polder, alles water. Achter mijn buren Mansholt en Dijkhuis was het nagenoeg eender.

Werkzaamheden indijking Westpolder

Foto Frank Straatemeier, Groninger Archieven

Misbruik van gastvrijheid

Mijn voorvader Derk Roelfs Mansholt (1842-1921) heeft drie pogingen ondernomen om vanuit zijn kiesdistrict (Winschoten)  een gooi te doen naar het lidmaatschap van de 2e kamer. In 1888 was hij voor het laatst kandidaat, dit keer voor de ‘radicale’ partij. Zijn tegenstander was Dhr. Zijlker en de verkiezingsstrijd was zeer fel. Derk Mansholt had altijd veel aanhang bij zijn mede boeren maar zijn ideeën om het grondbezit eerlijker te verdelen stuitte op onbegrip. Bovendien werd hij in de kranten (in advertenties en in ingezonden stukken, zeg maar de sociale media van die tijd) aangevallen op zijn Duitse afkomst. Onder het kopje “Misbruik van gastvrijheid” in de Winschoter Courant is hier een dergelijk stukje te lezen.

Bij de eerste stemronde had Derk Roelfs nipt meer stemmen dan zijn opponent. Maar bij een tweede stemronde won Zijlker. Het was de laatste poging van Mansholt om in de 2e kamer te komen. Na de 2e Wereld oorlog werd zijn kleinzoon Sicco minister van landbouw in het kabinet van Drees en later Eurocommissaris.

Dit verhaal komt in het 3e deel van mijn familiegeschiedenis over de Familie Mansholt. Het verschijnt in september 2022.

Het verhaal over de familie Mansholt, boeren met een missie uit Noord Groningen:

Na de plotselinge dood van mijn vader kwamen we als gezin bijeen om hem te gedenken, afscheid te nemen en de begrafenis te regelen. Mijn moeder vertelde dat hij in het kleine dorpje Vierhuizen in Noordwest Groningen begraven wilde worden. Op een kerkhofje met familieleden uit de Mansholt familie die daar in grote boerderijen in de ‘Westpolder’ hadden gewoond. Ik was verrast door die keuze. Ik wist dat de moeder van mijn vader uit die Mansholt familie kwam en dat hij dezelfde voornamen had als zijn opa die hij nooit had gekend, Ubbo Johan. Het bleek dat mijn vader zich in zijn laatste jaren in de Mansholt familie had verdiept. De ‘rode’ boeren uit Groningen. Een neef van mijn oma, Sicco Mansholt, was na de tweede wereldoorlog jarenlang minister van landbouw voor de PvdA geweest. En daarna was hij een nog bekender Eurocommissaris geworden in de toen net opgerichte Europese Gemeenschap. Maar ook de opa, ‘opa Derk’, van mijn oma en van Sicco was een strijdbaar socialist geweest die contacten had met de schrijver Multatuli en de socialist Domela Nieuwenhuis en lezer was van Marx. Opa Derk was met zijn ouders in 1866 vanuit Oost Duitsland naar Groningen verhuist. Ik begreep opeens dat de naam Ubbo, die ik altijd wat vreemd had gevonden, uit  het Ost-Friesische taalgebied kwam.

Mijn moeder had er wat moeite mee dat ‘haar Ubbo’ zou worden begraven op een klein kerkhofje in de Groningse klei, maar natuurlijk had ze ingestemd met het plan. De dag voor de begrafenis gingen we er kijken. De lange wegen door de polder met de kale vlakten met zeeklei waarop zomers het graan zou groeien. We reden langs dijk van de Westpolder bij de Waddenzee. De eerste boeren die hier gingen wonen hadden die zelf in 1875 opgeworpen maar in de eerste jaren vaak was die nog geregeld doorbroken door de zee. We maakten een korte stop bij ‘Fletum’, één van de boerderijen die de Mansholten daar vanaf de 19e eeuw hadden bewoond. Ook nu woonde er nog familie. We kregen er een boek over de geschiedenis van de Westpolder. En op het door bomen omzoomde kerkhof bekeken we de graven. Er was een mooie plek gevonden voor mijn vader, langs de rand en vlak achter zijn grootvader en naamgenoot en ‘opa Derk’ en diens vrouw Aaltje Mansholt – Dijkhuis. Er lagen nog veel andere grote familiegraven met namen Louwes, Zijlma en Tonkens. Ik wilde meer weten van deze families, pioniers in dit gebied. Hier begon mijn zoektocht naar de familie Mansholt. Op de ochtend van Ubbo’s begrafenis lag mijn moeder Jenny dood in  haar bed. Ze had er enorm tegenop gezien om haar man te begraven. Het boek over de Westpolder nog in haar hand.

Bij het opruimen van het ouderlijk huis van vonden we drie grote hutkoffers op zolder. Daar bleken archiefstukken in te zitten van de familie van mijn moeder, de Rahders die ruim 100 jaar hadden verveend aan de Hoogeveensche vaart, de familie Voerman met de kunstschilders, vader en zoon, Jan Voerman en de familie Mansholt. Samen met schrijver Kees Opmeer, uitgever en ontwerper Albert Smit en mijn zoon Tijs, student Geschiedenis, hebben we vanuit deze drie familiearchieven drie prachtige boeken samengesteld. Ieder met een uniek verhaal met veel nog niet eerder getoonde beelden. De eerste twee delen over de families Rahder en Voerman zijn al uitgegeven. Het verhaal over de familie Mansholt verschijnt in september 2022.

Kerkhofje in Vierhuizen met de grafsteen van mijn vader met erachter de Mansholt graven

Mijn voormoeder Hilje Hopma uit Ellerhuizertil

Hilje Hopma (1800 – 1878) is de jongste dochter van Geugien Roelfs (Hopma) in 1791 gehuwd met Hindertje Claesens (Wijk).

Hindertje wordt in 1771 geboren als dochter van Claes Harms en Anje Jans. Geboorteplaats is de Wijk, een buurtschapje in Ellerhuizen van een paar naast elkaar gelegen boerderijen. Alle broers en zussen zullen later de achternaam Wijk aannemen.

Geugien brengt bij huwelijk een ‘boerenplaatze’ (te Ellerhuizertil) in ter waarde van 5000 gulden, Hindertje brengt in de ‘eigendom en beklemming van achtien graazen Landt, geleegen onder Bedum bij de Oude Ae’ ter waarde van 1400 gulden. Het huwelijkscontract legt nauwkeurige verervingsregels vast. 

Gedenksteen Hopma – Wijk bij de boerderij in Ellerhuizertil.

Geughien en Hindertje krijgen vier kinderen, Alle kinderen, Anje, Jan, Roelf en Hilje staan vermeld op een gevelsteen die in 1821 in de boerderij is ingemetseld. Beide ouders werden in dat jaar 50, ze waren toen ook 30 jaar getrouwd en bovendien werden nieuwe schuren gebouwd.

De tekst luidt:

De veeteeld is onze bezigheid

Naast ’t eerlijk akkerploegen

Weldoen gepaard met matigheid

Geeft rust en vergenoegen

De gedenksteen

Geugien Hopma overlijdt in 1843.  Hindertje Wijk overlijdt in 1859. De graven bestaan nog op het erf van het huidige Ellerhuizen.

Hilje Hopma trouwt in 1823 met Hendrik Jan Zijlma en gaat wonen op boerderij Het Gansehuis te Zuurdijk.

Graven van Geughien en Hindertje bij de boerderij in Ellerhuizertil

Dit verhaal komt in het boek over de familie Mansholt. Het boek verschijnt circa september 2022.

De Groninger boer

De periode 1775 – 1875 was de bloeitijd van de Groninger boer. De gemeente ‘De Marne’ was toen de rijkste gemeente van Nederland. Mede door hun ondernemingszin in de succesvolle handel in graan verkregen de boeren steeds meer rijkdom en later ook politieke macht. De grondwet van Thorbecke uit 1848 gaf de Groningse boeren meer kansen in het bestuur ze hadden oog voor vernieuwende politieke ideeën. Binnen het toen opkomende gedachtegoed van de Verlichting werd gestreefd naar ontwikkeling onder anderen door bete onderwijs voor een groetere groep inwoners. Onder deze boerenfamilies waren mijn voorouders Dijkhuis, Zijlma en Mansholt. Ze zetten zich in voor de strijd tegen overstromingen die nog geregelde de akkers onderspoelde met zout zeewater en het verbeteren van de landbouw door betere bemesting en het versterken en veredelen van landbouwproducten. Er ontstond geleidelijk een nieuwe stand van gegoede boeren. Er werd ook vaak getrouwd binnen deze nieuwe elite. Onderstaande bruidsjapon is van mijn voormoeder Henriette Zijlma toen ze in 1852  trouwde met Stephanus Louwes (collectie Verhildersum)

Toneelstuk Mansholt van theatergroep Jan Vos

Veranderen vergt moed.

Dinsdag 11 augustus bezocht ik de voorstelling Mansholt van theatergroep Jan Vos. Topacteur Helmert Woudenberg speelt Sicco Mansholt in zijn crisisjaar 1972. De Euro commissaris staat vlak voor zijn pensioen, zijn werk zit erop.  Dan komt de Club van Rome met het alarmerende rapport “Grenzen aan de groei’. Als Mansholt ziet wat de gevolgen zijn van het beleid van schaalvergroting en intensivering, waarvoor hij zich zijn leven lang heeft ingezet, slaat de schrik hem om het hart.  Op de valreep probeert hij het tij te keren. Tot afgrijzen van de mensen om hem heen wordt hij een van de eerste pleitbezorgers van een kringloop-economie.

Het was een fantastische voorstelling. In een tent bij een boerderij met de ondergaande zon en koeien op de achtergrond. Veel stof tot nadenken met deze, nog steeds, zeer urgentie dillema’s: houden we voldoende voedsel voor de groeiende wereldbevolking zonder de bronnen van onze planeet steeds meer uit te putten en het milieu te belasten?

Het publiek verlaat de tent na de voorstelling (foto: Hein Molenkamp)

De vriendschap tussen Derk Roelfs Mansholt en Multatuli

De ideeën van Derk Roelfs Mansholt (1842-1921) zijn een mengeling van zijn eigen ervaringen en de ideeën van Marx en Multatuli. Multatuli, een oud bestuursambtenaar in NederlandsIndië die in 1860 faam had verworven met zijn kritische roman ‘Max Havelaar’ maar ook met “Woutertje Pieterse”, heette eigenlijk Eduard Douwes Dekker (1820-1887). Derk leerde de schrijver vanaf 1874 intensief kennen.

Mansholt had in een ingezonden brief in de NRC het werk van Multatuli geprezen en verdedigd en daardoor kwamen de heren met elkaar in contact. Vaak samen met zijn vriend, de onderwijzer De Raaf, was er veel briefverkeer tussen Mansholt en Douwes Dekker. Douwes Dekker was een geliefd, maar ook verguisd schrijver. Vooral de aanklacht tegen het koloniale leven, beschreven in de Max Havelaar, had veel kritiek losgemaakt. Douwes Dekker was er onzeker door geworden en voelde zich miskend en gekwetst. De warme woorden en steun van Mansholt en De Raaf sterkten hem.

Het is een wonderlijk stel, de forse hoekige boer uit de Duitse en Groningse klei en de frêle, onzekere schrijver uit Amsterdam. Mansholt heeft een warme en beschermde jeugd gehad. Dekker een vader die als kapitein vaak weg was en een ziekelijke moeder. De mannen vinden elkaar in de wens ‘de ellende des Volks’ uit te roeien. Mansholt bezoekt lezingen van Multatuli en de vriendschap wordt steeds hechter.

Uit financiële nood moet de schrijver steeds meer lezingen houden en zo komt hij ook regelmatig in het noorden. Douwes Dekker vindt deze voordrachten in rokerige en rumoerige cafés en kroegen vreselijk. Op 11 maart 1878 ontmoeten Mansholt en Multatuli elkaar voor het eerst in de Harmonie te Groningen. De schrijver heeft veel interesse in Mansholts verhalen over het boerenleven. Dekker wil graag een boerderij zien en hij komt verschillende keren op bezoek op het boerenbedrijf van de familie Mansholt in Meeden en later in de Westpolder. Mansholt steunt Dekker ook financieel. Dat gebeurt via een geheim genootschap van bewonderaars ‘Tandem’ (Latijns: eindelijk) geheten. De kritiek van Multatuli op de Nederlandse samenleving met zijn standen en ongelijkheid, in Indië maar ook in Nederland zelf, schudt Mansholt wakker. Het vormt een eerste stap in zijn zoektocht naar wegen om de wereld te verbeteren.

Bronnen: Familiearchief, “Woord en daad”, Hilde Krips-van der Laan; “Multatuli en twee van zijn discipelen Mansholt en de Raaf”, K. ter Laan.

Multatuli getekend door Auguste Allabe (1874)

Jeugdherinneringen van Derk Roelfs Mansholt gepresenteerd.

Op de dag dat mijn voorvader Derk Roelfs (1842-1921) 100 jaar geleden overleed is vandaag, op zijn voormalige boerderij ‘Torum’, de Nederlandse vertaling (uit het Duits) van zijn jeugdherinneringen gepresenteerd. Het is, door noeste arbeid van de familie, een prachtig boekje geworden. Derk was zowel de grootvader van mijn oma als de grootvader van Sicco Mansholt. Sicco heeft zich laten inspireren door het gedachtengoed van zij opa. 

Nu te verkrijgen bij Uitgeverij Profiel voor €20