Het Engelse kamp

Uit het dagboek van Hetty Mansholt (geboren 20 april 1898).

Hetty is 17 jaar en geniet volop van de danslessen met ‘Siefried’, haar oude vriendinnengroep uit het Zuiderpark in Groningen. Iedere week worden ze met koetsjes opgehaald om te gaan dansen. Als ze de one step, two step foxtrot leren, houdt ze er mee op. “Het geeft me een te vrij gevoel”, schrijft ze in haar schriftje. Tennissen doet ze ook op de banen van de boerderij ‘Landlust’ van Egbert Vorenkamp aan de rand van Helpman. Bij het theehuis en het doolhof liggen ook enkele tennisbanen van aangestampt zand.

Even later schrijft ze over de Engelse soldaten die in de stad zijn gelegerd. De Eerste Wereldoorlog is in volle gang. Ze hebben hun kamp opgeslagen in houten barakken achter het Sterrebos, op het terrein waar Hetty hockeyt. Omdat Nederland neutraal is gebleven moeten ze volgens internationaal recht soldaten van strijdende partijen opvangen. De Engelse soldaten zijn op afroep beschikbaar voor de strijd aan het front in België, maar ze zullen ruim 4 jaar in Groningen blijven. De houten barakken, door de Engelsen Timbertown genoemd,  zijn verre van comfortabel. Zomers zeer warm, koud in de winter. “De Tommy’s veroveren vooral de harten van de burgermeisjes”, schrijft Hetty. “Ze lopen gearmd door de Heerenstraat en dan gaan ze mee naar Engeland, maar komen later teleurgesteld terug met een kind”.

Het dagboek van soldaat John Henry Bentham vertelt het verhaal van Engelse zijde:

“We waren een echte bezienswaardigheid in Groningen: grote groepen mensen kwamen ons door het kazernehek aanstaren. Vooral op zondagmiddag was het erg druk: we voelden ons als apen in een dierentuin. We waren trouwens erg populair bij de Groninger meisjes en door het hek van de kazerne heen werden de eerste vriendschappen aangeknoopt”. De soldaten zorgen voor een krachtige schokgolf. Het uitgaansleven is levendiger dan ooit. Er wordt een nieuw soort muziek gemaakt. Er zijn nieuwe theatervoorstellingen waar de soldaten ook de vrouwenrollen spelen en de stedelijke voetbalclub Be Quick wordt kampioen mede dankzij Engelse spelers. Een aantal soldaten maakt cabaret met zang en dans, soms verkleed als vrouwen. Onder de naam Timbertown Follly’s maken de Engelsen furore en treden op in de stad en daarna trekken ze door heel Nederland.

Hetty Mansholt, op de tennisbaan 1915
Het Engelse kamp

Jan Voerman Jr. Een kunstenaarszoon op eigen benen

Jongere broer Tijs verlaat in 1912 het gezin en gaat in Rotterdam en later in Amsterdam een studie tot ingenieur volgen. Niet veel later gaat ook Willem het huis uit om in Delft te studeren. Edu volgt aan huis een opleiding voor de akte van onderwijzeres. Paul wil boer worden, maar wordt tijdens de Eerste Wereldoorlog opgeroepen voor het leger.

Jan leeft nog steeds in een glazen kooi. De fiets doet zijn intrede in het gezin, maar Jan mag daar nauwelijks gebruik van maken. Hij zal zijn handen eens kunnen verwonden. Jan bezoekt zijn broer in Amsterdam en ruikt er aan een ander leven. In 1912 schrijft hij naar de Academie van Beeldende Kunsten met de vraag of hij daar lessen kan volgen.

De directeur is een studievriend van zijn vader en nodigt Jan uit. In zijn brief staat dat het een groot voordeel is dat zijn vader hem uitmuntend kan begeleiden en dat Jan een deel van de studie in Hattem mag doen.

Jan wordt toegelaten maar moet wachten op de jaargang 1913-1914.  Hij gaat wonen in de Marnixstraat bij het Leidseplein. Hij verdiept zich vooral in de techniek van het schilderen. Ook leert hij timmeren en krijgt lessen in de smederij van Fox. Ondertussen maakt hij de plaatjes voor het Verkade-album ‘Bosch en Heide’ waarmee hij de studie kan betalen.

Jan heeft de tijd van zijn leven. Hij wordt door zijn ooms Verkade uitgenodigd voor een diner in de tuinen van hotel Krasnapolsky. Hij krijgt zijn eerste kostuum. Tijs is er, en ook Edu in een nieuwe japon. Voor Jan is eten in een restaurant altijd een ultieme feestelijkheid gebleven. In Hattem werd het bericht over het diner kritisch bekeken. Vader Voer had immers in grote armoede in Amsterdam geleefd. Een ware kunstenaar heeft geen kostuum nodig.

Jan bezoekt het Rijksmuseum en geniet van het werk van Rembrandt. Zijn favoriete werk ‘De jonge Hendrikje Stoffels bij het raam’ ziet hij pas zestig jaar later in een achteraf kamertje in het Louvre. Jan ziet er ook werk van Breitner en Toorop met wie zijn vader nog heeft geschilderd.  Er is werk van Van Gogh met zijn felle kleuren die steeds populairder worden. Vooral de publicatie van de brieven van Vincent aan Theo, die net in  drie delen zijn uitgekomen, worden een openbaring. Een kunstenaar, met al zijn gedachten en twijfels, van dichtbij leren kennen was nieuw en gaf een nieuw licht op diens werk.

Na een jaar vertrekt Jan tijdelijk weer naar het ouderlijk huis in Hattem. Door de dreigende oorlog moet hij al het werk aanpakken wat zich aandient. Voor het nieuwe Verkade-album ‘De Zuiderzee” moet hij veel reizen. Het is een laatste kans om de oude Zuiderzee te zien voordat de Afsluitdijk er een meer van maakt.

Jan Voerman Jr. staand links, tijdens een schildersklas
Jan Voerman Jr, met broer Tijs in rok kostuum op weg naar een feest in Krasnapolsky tijdens hun studietijd in Amsterdam

‘Hoe de Rahders Drenthe veranderden’ vertelt het verhaal van een bijzondere turffamilie: ‘Ik had het gevoel dat de tijd me op de hielen zat’

Door Henriëtte Meppelink.  11 juni 2020

Noordscheschut – Een grote historische schat lag 23 jaar lang bij Peter Voerman in een hutkoffer op zolder. Het is het familiearchief van de familie Rahder, de bekende turffamilie die drie generaties lang turf won langs de Hoogeveensche Vaart. Voerman is de kleinzoon van de laatste vervener Jaap Rahder. Dankzij dit archief ontstond het boek ‘Hoe de Rahders Drenthe veranderden’, geschreven door Kees Opmeer uit Ruinen.

Café Troost in Noordscheschut, met uitzicht op de Hoogeveensche Vaart, is een mooie plek om deze boekpresentatie te houden. Het is de grond waar de familie Rahder fortuin maakte, maar ook goed voor haar medewerkers zorgde. Het boek schetst een beeld van de turfwinning in Drenthe, maar vertelt ook een familiegeschiedenis over bijzondere mensen die Drenthe veranderden.

Bijna een kwart eeuw had Peter Voerman de hutkoffer vol met schatten op zolder staan. ,,Wat doe ik ermee? Het is een vraag die me jarenlang bezighield. Mijn ouders wilden graag dat ik me over deze spullen zou ontfermen. Jarenlang deed ik er niets mee. Ik werd in beslag genomen door mijn gezin, een drukke baan en dagelijkse beslommeringen. Opeens had ik het gevoel dat de tijd me op de hielen zat. Mijn ouders overleden relatief jong. Dat geldt ook voor veel van mijn voorouders. Als ik hun genen heb, dan kan ik geen jaren meer wachten.”

‘Zeuren’

Voerman kwam terecht bij Kees Opmeer, die al jaren tegen hem zei dat hij wat met het archief moest doen. Het boek over de Rahders is het 50e boek dat Opmeer schrijft. De schrijver uit Ruinen moest lang ‘zeuren’. ,,Het heeft jaren geduurd voordat Peter zover was. Het boek is geschreven vanuit het oogpunt van Peter. Dat is mooi, maar je moet uitkijken dat je het niet romantiseert. Daarom hebben we een team samengesteld, bestaande uit Wim D. Visser en Albert Metselaar, om alle feiten te checken. De keuze voor deze invalshoek is genomen om in het boek de Rahders van vlees en bloed te laten worden. Daarom voel ik me nu ook een beetje een Rahder”, vertelt Opmeer lachend.

Tijdens de eerste afspraak die de heren hadden, stalde Voerman al het materiaal uit op tafel. ,,Ik dacht dat het Kees misschien af zou schrikken.” De schrijver schudt zijn hoofd. ,,Nee, absoluut niet. Ik dacht: er ligt hier een schatkamer. Ik kreeg een groot deel van het archief mee naar huis. Mijn werkkamer lag vol. Het rook er echt naar het verleden.”

De speurtocht naar alle geheimen begon en Opmeer stuitte op prachtige pareltjes. Het feit dat de stoel waar Koning Willem III opzat toen hij de Rahders bezocht tijdens een reis naar Drenthe, al die tijd bij de familie in huis heeft gestaan en de koningsstoel werd genoemd bijvoorbeeld. Historicus Wim D. Visser zou deze stoel nog graag een keer traceren. Ook hij heeft meer met de familie Rahder dan alleen in historisch opzicht. Zijn voorouders woonden een tijdlang naast de familie Rahder in Dedemsvaart en 60 jaar later kwamen er weer nazaten van hem en van de Rahders naast elkaar te wonen. Hij biedt Voerman een portret aan van Koen Rahder, dat hij in zijn bezit heeft en die jarenlang op zolder stond te verstoffen. ,,De familie wilde het niet hebben, maar ik wist dat er ooit een kans bestond dat ik het aan een nazaat aan zou kunnen bieden. Dit is een prachtige gelegenheid.”

Maar wat hebben de Rahders nou betekend voor Drenthe? Het is een vraag die Peter Voerman in het einde van het boek beantwoordt. In het boek valt te lezen wat ze allemaal hebben gedaan en hoe het er aan toeging in het Drenthe van de 19e en begin 20e eeuw. De Rahders waren de eerste die een machine hadden voor machinale vervening, ze stonden aan de wieg van de basisschool in Tiendeveen en hadden oog voor de gezondheid van hun medewerkers. ,,In de canon van Drenthe wordt de familie Rahder niet genoemd als het om de vervening gaat. Daarom koester ik dit boek. Het is mijn manier om de familie te behoeden voor vergetelheid. Dat verdienen ze.”

Het eerste exemplaar van het boek wordt tijdens de presentatie aangeboden aan burgemeester Karel Loohuis. Gespreksleider Serge Vinkenvleugel heeft nog een vraag: of er nog meer hutkoffers bij Voerman op zolder stonden. Voerman is natuurlijk niet alleen een Rahder, er stroomt nog ander bloed door zijn aderen. Ook stamt hij af van de schilder Voerman en ook daar ligt nog een archief van bij hem op zolder. Of dat ook een boek wordt? ,,Dat weet ik nog niet zeker, maar Kees en ik zijn er wel naar aan het kijken. Ook in deze hutkoffer vinden we allemaal schatten. Ach, het is eigenlijk gewoon een ja.”

Het boek ‘Hoe de Rahders Drenthe veranderden’ is verkrijgbaar via stichtingcultuurfilmsdrenthe.nl gacreatief.nu en in de boekhandels.