Misbruik van gastvrijheid

Mijn voorvader Derk Roelfs Mansholt (1842-1921) heeft drie pogingen ondernomen om vanuit zijn kiesdistrict (Winschoten)  een gooi te doen naar het lidmaatschap van de 2e kamer. In 1888 was hij voor het laatst kandidaat, dit keer voor de ‘radicale’ partij. Zijn tegenstander was Dhr. Zijlker en de verkiezingsstrijd was zeer fel. Derk Mansholt had altijd veel aanhang bij zijn mede boeren maar zijn ideeën om het grondbezit eerlijker te verdelen stuitte op onbegrip. Bovendien werd hij in de kranten (in advertenties en in ingezonden stukken, zeg maar de sociale media van die tijd) aangevallen op zijn Duitse afkomst. Onder het kopje “Misbruik van gastvrijheid” in de Winschoter Courant is hier een dergelijk stukje te lezen.

Bij de eerste stemronde had Derk Roelfs nipt meer stemmen dan zijn opponent. Maar bij een tweede stemronde won Zijlker. Het was de laatste poging van Mansholt om in de 2e kamer te komen. Na de 2e Wereld oorlog werd zijn kleinzoon Sicco minister van landbouw in het kabinet van Drees en later Eurocommissaris.

Dit verhaal komt in het 3e deel van mijn familiegeschiedenis over de Familie Mansholt. Het verschijnt in september 2022.

Het verhaal over de familie Mansholt, boeren met een missie uit Noord Groningen:

Na de plotselinge dood van mijn vader kwamen we als gezin bijeen om hem te gedenken, afscheid te nemen en de begrafenis te regelen. Mijn moeder vertelde dat hij in het kleine dorpje Vierhuizen in Noordwest Groningen begraven wilde worden. Op een kerkhofje met familieleden uit de Mansholt familie die daar in grote boerderijen in de ‘Westpolder’ hadden gewoond. Ik was verrast door die keuze. Ik wist dat de moeder van mijn vader uit die Mansholt familie kwam en dat hij dezelfde voornamen had als zijn opa die hij nooit had gekend, Ubbo Johan. Het bleek dat mijn vader zich in zijn laatste jaren in de Mansholt familie had verdiept. De ‘rode’ boeren uit Groningen. Een neef van mijn oma, Sicco Mansholt, was na de tweede wereldoorlog jarenlang minister van landbouw voor de PvdA geweest. En daarna was hij een nog bekender Eurocommissaris geworden in de toen net opgerichte Europese Gemeenschap. Maar ook de opa, ‘opa Derk’, van mijn oma en van Sicco was een strijdbaar socialist geweest die contacten had met de schrijver Multatuli en de socialist Domela Nieuwenhuis en lezer was van Marx. Opa Derk was met zijn ouders in 1866 vanuit Oost Duitsland naar Groningen verhuist. Ik begreep opeens dat de naam Ubbo, die ik altijd wat vreemd had gevonden, uit  het Ost-Friesische taalgebied kwam.

Mijn moeder had er wat moeite mee dat ‘haar Ubbo’ zou worden begraven op een klein kerkhofje in de Groningse klei, maar natuurlijk had ze ingestemd met het plan. De dag voor de begrafenis gingen we er kijken. De lange wegen door de polder met de kale vlakten met zeeklei waarop zomers het graan zou groeien. We reden langs dijk van de Westpolder bij de Waddenzee. De eerste boeren die hier gingen wonen hadden die zelf in 1875 opgeworpen maar in de eerste jaren vaak was die nog geregeld doorbroken door de zee. We maakten een korte stop bij ‘Fletum’, één van de boerderijen die de Mansholten daar vanaf de 19e eeuw hadden bewoond. Ook nu woonde er nog familie. We kregen er een boek over de geschiedenis van de Westpolder. En op het door bomen omzoomde kerkhof bekeken we de graven. Er was een mooie plek gevonden voor mijn vader, langs de rand en vlak achter zijn grootvader en naamgenoot en ‘opa Derk’ en diens vrouw Aaltje Mansholt – Dijkhuis. Er lagen nog veel andere grote familiegraven met namen Louwes, Zijlma en Tonkens. Ik wilde meer weten van deze families, pioniers in dit gebied. Hier begon mijn zoektocht naar de familie Mansholt. Op de ochtend van Ubbo’s begrafenis lag mijn moeder Jenny dood in  haar bed. Ze had er enorm tegenop gezien om haar man te begraven. Het boek over de Westpolder nog in haar hand.

Bij het opruimen van het ouderlijk huis van vonden we drie grote hutkoffers op zolder. Daar bleken archiefstukken in te zitten van de familie van mijn moeder, de Rahders die ruim 100 jaar hadden verveend aan de Hoogeveensche vaart, de familie Voerman met de kunstschilders, vader en zoon, Jan Voerman en de familie Mansholt. Samen met schrijver Kees Opmeer, uitgever en ontwerper Albert Smit en mijn zoon Tijs, student Geschiedenis, hebben we vanuit deze drie familiearchieven drie prachtige boeken samengesteld. Ieder met een uniek verhaal met veel nog niet eerder getoonde beelden. De eerste twee delen over de families Rahder en Voerman zijn al uitgegeven. Het verhaal over de familie Mansholt verschijnt in september 2022.

Kerkhofje in Vierhuizen met de grafsteen van mijn vader met erachter de Mansholt graven

Mijn voormoeder Hilje Hopma uit Ellerhuizertil

Hilje Hopma (1800 – 1878) is de jongste dochter van Geugien Roelfs (Hopma) in 1791 gehuwd met Hindertje Claesens (Wijk).

Hindertje wordt in 1771 geboren als dochter van Claes Harms en Anje Jans. Geboorteplaats is de Wijk, een buurtschapje in Ellerhuizen van een paar naast elkaar gelegen boerderijen. Alle broers en zussen zullen later de achternaam Wijk aannemen.

Geugien brengt bij huwelijk een ‘boerenplaatze’ (te Ellerhuizertil) in ter waarde van 5000 gulden, Hindertje brengt in de ‘eigendom en beklemming van achtien graazen Landt, geleegen onder Bedum bij de Oude Ae’ ter waarde van 1400 gulden. Het huwelijkscontract legt nauwkeurige verervingsregels vast. 

Gedenksteen Hopma – Wijk bij de boerderij in Ellerhuizertil.

Geughien en Hindertje krijgen vier kinderen, Alle kinderen, Anje, Jan, Roelf en Hilje staan vermeld op een gevelsteen die in 1821 in de boerderij is ingemetseld. Beide ouders werden in dat jaar 50, ze waren toen ook 30 jaar getrouwd en bovendien werden nieuwe schuren gebouwd.

De tekst luidt:

De veeteeld is onze bezigheid

Naast ’t eerlijk akkerploegen

Weldoen gepaard met matigheid

Geeft rust en vergenoegen

De gedenksteen

Geugien Hopma overlijdt in 1843.  Hindertje Wijk overlijdt in 1859. De graven bestaan nog op het erf van het huidige Ellerhuizen.

Hilje Hopma trouwt in 1823 met Hendrik Jan Zijlma en gaat wonen op boerderij Het Gansehuis te Zuurdijk.

Graven van Geughien en Hindertje bij de boerderij in Ellerhuizertil

Dit verhaal komt in het boek over de familie Mansholt. Het boek verschijnt circa september 2022.

Schenking uniek werk aan Voerman Stadsmuseum Hattem

29 oktober 2021

Peter Voerman, kleinzoon van Jan Voerman jr. en achterkleinzoon van Jan Voerman sr., schenkt nooit eerder vertoond werk aan het Voerman Stadsmuseum Hattem. Het gaat met name om jeugdwerk van zijn opa.

Voerman sr. is landelijk bekend geworden als de IJsselschilder. Voerman jr. is niet alleen een veelgeprezen lithograaf geworden, maar kennen we vooral als illustrator van de Verkade-albums.

Familiearchief

Het jeugdwerk bevindt zich in het uitgebreide familiearchief dat Peter Voerman beheert. Dit archief vormt de basis van het boek Gevangen in een paradijs dat Peter Voerman samen met auteur Kees Opmeer onlangs heeft geschreven. Het boek beschrijft het bijzondere leven van beide schilders met uniek beeldmateriaal en nooit eerder vertelde verhalen. Het boek wordt uitgegeven door Stichting Cultuurfilms Drenthe.

Jeugdwerk Jan Voerman Jr.

Tentoonstelling

Publicatie van het boek was voor het museum aanleiding een tentoonstelling over beide beroemde schilders  te organiseren, onder de gelijknamige titel ‘Gevangen in een paradijs’. Deze tentoonstelling is nog tot en met 30 november in het Voerman Stadsmuseum Hattem te bekijken. De tentoonstelling en het boek blijken zoveel belangstelling te trekken dat Peter Voerman heeft besloten een deel van zijn tot nu toe besloten archief aan het museum te schenken.

Tekenschriften, kalenderbladen

De schenking bestaat onder meer uit de eerste tekenschriften van Jan Voerman jr. Schetsen voor de Verkadealbums die hij vanaf zijn 15e maakte, persoonlijke documenten zoals brieven aan zijn opa Ericus Verkade en kalenderbladen die hij voor zijn opa Verkade maakte. Goed te zien is met welke aandacht en finesse de jonge Jan Voerman al kon tekenen en aquarelleren.

Jan Voerman Jr.

De Groninger boer

De periode 1775 – 1875 was de bloeitijd van de Groninger boer. De gemeente ‘De Marne’ was toen de rijkste gemeente van Nederland. Mede door hun ondernemingszin in de succesvolle handel in graan verkregen de boeren steeds meer rijkdom en later ook politieke macht. De grondwet van Thorbecke uit 1848 gaf de Groningse boeren meer kansen in het bestuur ze hadden oog voor vernieuwende politieke ideeën. Binnen het toen opkomende gedachtegoed van de Verlichting werd gestreefd naar ontwikkeling onder anderen door bete onderwijs voor een groetere groep inwoners. Onder deze boerenfamilies waren mijn voorouders Dijkhuis, Zijlma en Mansholt. Ze zetten zich in voor de strijd tegen overstromingen die nog geregelde de akkers onderspoelde met zout zeewater en het verbeteren van de landbouw door betere bemesting en het versterken en veredelen van landbouwproducten. Er ontstond geleidelijk een nieuwe stand van gegoede boeren. Er werd ook vaak getrouwd binnen deze nieuwe elite. Onderstaande bruidsjapon is van mijn voormoeder Henriette Zijlma toen ze in 1852  trouwde met Stephanus Louwes (collectie Verhildersum)

De bosjes van Voerman Sr. en het Velthuys in Hattem

In 1927 werd mijn overgrootvader Jan Voerman sr. zeventig jaar. Nog steeds was hij de eenzelvige man die uit de schijnwerpers wilde blijven. Er was een krant die aandacht aan zijn verjaardag wilde schenken, maar mijn overgrootvader hield met grote stelligheid de boot af. De krant berichtte toen hierover dat zijn zeventigste verjaardag een aangelegenheid was die hij het liefst onopgemerkt voorbij zag gaan, een verlangen dat wij ten volle eerbiedigen. 

De jaren begonnen te tellen, maar dat weerhield Voerman sr. er niet van om voortdurend op zoek te gaan naar andere wegen en nieuwe invalshoeken. Zo begon hij in 1929 met een nieuwe serie studies van bosgezichten. Waar hij vaak naar toe ging was het ‘Bosje van juffrouw Jonker’, met de koets ongeveer een half uur rijden vanaf zijn huis, in gezelschap van zijn trouwe knecht Ten Have. In dit bos, lag aan de Veldweg, een wit gepleisterd landhuis, ’t Velthuys, dat Maria Jonker, een schoolvriendin  van Anna Voerman – Verkade,  in 1903 had laten bouwen.

Mijn overgrootvader kwam daar graag. Niet alleen aangetrokken door de mysterieuze schoonheid van dat bos, maar ook door de aanwezigheid van het landhuis. Maria Jonker

hield daar een soort pension voor wat oudere kunstenaars die een plek zochten om tot rust te komen. Onder de gasten bevonden zich ook vrienden en kennissen van Voerman sr., die van de gelegenheid gebruikt maakten om bij hem aan de Gelderse Dijk op bezoek te komen. Mijn overgrootvader genoot van deze bezoekjes. Het gaf aan dat hij geen hekel had aan mensen, maar dat hij niets moest hebben van het onvoorspelbare ‘gedoe’ van de buitenwereld.

Mijn overgrootvader wilde het in die jaren anders doen dan de bosgezichten die hij eerder had geschilderd. Hij zei daarover:

…Als je eerst met bosch begint, dan zoek je naar mooie bomen, vooral héél mooie stammen. Je wilt de stammetjes héél uitvoerig teekenen met mos erop en zoo – en zo moet je ook beginnen, maar later is de kleur in het bos alles, en hoofdzaak is de grote harmonie. Als je zo in ‘t bos alleen bent en in Gods zon staat, ja dan kun je daar zoo staan, je kunt niet meer; je kunt niet meer in je opnemen, het is overweldigend…je moet stuk… En dan moet je naar huis, omdat je niet meer kunt en je zoudt zoo graag nog blijven…

Het was een eeuwige zoektocht, met steeds de terugkeer naar zijn geliefde IJssellandschap met de karakteristieke wolkenluchten, die hem een eigen plaats binnen de Nederlandse landschapsschilderkunst hebben bezorgd.  

Een gezelschap met Maria Jonker en Anna Voerman – Verkade bij het Velthuys

Uit de serie Bosjes van Jan Voerman sr.

Frederik van Eeden bezoekt zijn kunstvriend Jan Voerman Sr.

Frederik van Eeden kwam regelmatig bij het gezin van zijn kunstvriend Jan Voerman Sr. over de vloer. De kinderen verheugden zich erop als hij langs kwam. Hij las hen voor uit het boek ‘Grassprietjes’ van Cornelis Paradijs. Dan lagen de kinderen onder de tafel van het lachen. Later kwamen ze erachter dat Frederik van Eeden deze verhalen zelf had geschreven. ‘Grassprietjes’ is een bundel gedichten, waarin Van Eeden de spot drijft met de vrome en zoetsappige gedichten uit die tijd.

Frederik van Eeden had veel gevoel voor humor. Ook mijn overgrootvader was daarvan wel eens het slachtoffer. Hij nam Frederik een keer mee naar zijn atelier om hem zijn ‘Grote luchten schilderij’ te laten zien. Van Eeden bleef een tijdje voor het doek staan kijken, deed een paar passen achteruit en zei toen op ernstige toon: Zou je daar bij die grote wolk niet eens een klein engeltje om de hoek kunnen laten kijken?.

Voerman sr. kon de humor van zijn vriend wel waarderen. Hij antwoordde op dezelfde ernstige toon: Nou je het zegt, daar zal ik de volgende keer eens aan denken.

Frederik, behalve schrijver ook psychiater, stichtte in 1898 een vreedzame leefgemeenschap in Bussum: Walden, genoemd naar een Amerikaans boek dat hij had gelezen. Het idee voor deze utopische kolonie werd mede gevormd door zijn ervaring met de ‘kolonie’ van Voerman sr. aan de Gelderse Dijk. Helaas was Walden geen lang leven beschoren. Vooral financiële problemen waren er de oorzaak van dat de kolonie in 1907 failliet ging.

Portret van Frederik van Eeden
Het Grijze atelier waar Voerman Van Eeden ontving

De lessen van Jiddu Krishnamurti in de sterkampen te Ommen

Jan Voerman Jr. hoopt in 1919, na zijn  academietijd, veel te kunnen schilderen in zijn nieuwe kamer in Den Haag, maar er is veel afleiding. Gesprekken tot diep in de nacht over oorlog en vrede en een nieuw begin. Er is een nieuwe held waarover gesproken wordt. Een jonge Hindoestaanse man uit India, Jiddu Krishnamurti genaamd. Een aantal leden van de vriendengroep waarbij ook broer Wim Voerman worden trouw volger en zijn medeoprichters van “The Order of the Star of the East”.

Jan houdt wat afstand. De volgelingen zien elkaar op het landgoed “Eerde” bij Ommen. In 1925 maakt Krishnamurti zijn volgelingen duidelijk dat “hij die een ander volgt ophoudt de waarheid te volgen”. Hij neemt daarmee afstand nam van zijn wereldleraarschap. Later ontbindt hij in Ommen de Orde van de Ster in het Oosten, die op dat moment over de hele wereld zo‘n 40.000 leden telt. Vooral voor Wim is het een grote teleurstelling. Hij maakt veel wandelingen met Krishnamurti en maakt foto’s die hij aan de volgelingen verkoopt. 

Jiddu Krishnamurti (1895-1986) heeft bijna 65 jaar lang gesproken voor en met mensen in alle werelddelen. Hoewel hij sprak over inzicht en meditatie, bracht hij geen nieuw geloof, geen nieuwe filosofie. Wat hij deed was samen met zijn toehoorders nagaan wat de oorzaken zijn van de problemen waarmee de mens sinds jaar en dag te kampen heeft.

Krishnamurti in Ommen, foto Willem Voerman
Herdenkingssteen voor de Sterrenkampen in Ommen
Groepsfoto van bezoekers aan het laatste bijeenkomst van het “Ster“ kamp te Ommen met aanhangers van Krishnamurti. Met bij de pijlen v.l.n.r.: Jons Viruly, Wim Voerman, Jan Voerman Jr. en Professor van Rees.

Het sociale hart van Anna Voerman-Verkade

Anna Voerman-Verkade (1866-1939) was niet alleen de steun en toeverlaat in het gezin en de boekhouder van haar man Jan Voerman senior. Ze was ook een vrouw die veel aandacht had voor mensen met minder kansen.

Anna was een bloeiende, sociaal bewogen vrouw met een brede belangstelling voor de kunst, maar had ook aandacht voor vrouwenkiesrecht en verbeteringen in het onderwijs. Ze beheerde alle zakelijke contacten van haar man, deed de correspondentie en waakte over de goede naam van de IJsselschilder en de prijs van zijn werk. Daarnaast vond Anna haar eigen weg en zette zich in voor de hulp aan de vele minder bedeelden in en rond Hattem.

Vereniging Tesselschade

Via haar huisarts kwam ze in aanraking met de zieken. Vanuit de vereniging Tesselschade gaf ze lessen in verzorging, goed voedsel en hygiëne, vooral voor jonge moeders. Er is dan geen Groene Kruis in Hattem en de arts heeft weinig medicijnen. Anna improviseerde en maakte zelf medicijnen, deels volgens homeopathische principes. Ze hield jarenlang een spreekuur aan huis voor jonge vrouwen die een baantje zochten. Dagelijks gaf ze van 10.00 tot 12.00 uur les en bemiddelde deze jonge vrouwen naar werk.

Groentetuin

In deze jaren nam het sterftecijfer na de geboorte in Hattem sterk af ten opzichte van andere Gelderse dorpen. Voor ouderen was er altijd een kom goede soep of groente en fruit uit de groentetuin van de familie Voerman. Anna schreef er stukjes over in de Zwolsche Courant. Er waren bijeenkomsten met moeders en aanstaande moeders in het huis aan de dijk. Er kwamen zelfs moeders uit Zwolle. Er werd veel gelachen en er werden verhalen gedeeld. In 1926 verscheen er zelfs een boekje van haar hand ‘Wie is Montessori, en wat is eene voorbereidende Montessori school?’.

Klasje van mevrouw Voerman

Anna ging later zelf kindertjes uit Hattem lesgeven. Aan huis, onder het atelier, net als ze vroeger voor haar eigen kinderen deed. Het klasje van mevrouw Voerman werd een bekend begrip. Anna bleek een uitstekende gastvrouw voor alle leerlingen en familie. Een van de leerlingen noemde haar in een gedicht de stralende ster ‘Capella’ in het sterrenbeeld Voerman.

Voedsel en veiligheid

Tot in haar laatste dagen gaf ze les. Als op 1 september 1939 Duitsland Polen binnenvalt, ligt ze in bed met een gebroken heup. Haar dochter Edu leest voor uit de krant. ‘Laat die Poolse vrouwen hier maar komen’, zegt Anna, ‘er is hier voedsel en veiligheid’. Dan slaapt ze in en wordt niet meer wakker. Die week staat er een prachtig stuk over Anna op de voorpagina van de krant ‘De Homoet’. Vol lof over deze bijzondere vrouw met haar grote hart.

Dit verhaal staat uitgebreid in het boek “Gevangen in een paradijs” over de kunstschilders vader en zoon Jan Voerman en hun banden met de familie Verkade. Het boek is hier te bestellen.

Zie hier het hele artikel op ‘Mijn Gelderland’

Het klasje van Anna Voerman – Verkade

Toneelstuk Mansholt van theatergroep Jan Vos

Veranderen vergt moed.

Dinsdag 11 augustus bezocht ik de voorstelling Mansholt van theatergroep Jan Vos. Topacteur Helmert Woudenberg speelt Sicco Mansholt in zijn crisisjaar 1972. De Euro commissaris staat vlak voor zijn pensioen, zijn werk zit erop.  Dan komt de Club van Rome met het alarmerende rapport “Grenzen aan de groei’. Als Mansholt ziet wat de gevolgen zijn van het beleid van schaalvergroting en intensivering, waarvoor hij zich zijn leven lang heeft ingezet, slaat de schrik hem om het hart.  Op de valreep probeert hij het tij te keren. Tot afgrijzen van de mensen om hem heen wordt hij een van de eerste pleitbezorgers van een kringloop-economie.

Het was een fantastische voorstelling. In een tent bij een boerderij met de ondergaande zon en koeien op de achtergrond. Veel stof tot nadenken met deze, nog steeds, zeer urgentie dillema’s: houden we voldoende voedsel voor de groeiende wereldbevolking zonder de bronnen van onze planeet steeds meer uit te putten en het milieu te belasten?

Het publiek verlaat de tent na de voorstelling (foto: Hein Molenkamp)