De Borg in Wedde

Mijn verre voorvader Arnold Hendrik Koning, koopt de Wedderborg in 1829 van de stad Groningen. In haar herinneringen die bewaard zijn gebleven vertelt Anna Coenen Koning, een dochter van Johannes Sixtus en stiefzus van Edu Verkade – Koning, over de geschiedenis van haar familie. In 1922 schrijft ze:

“Arnold Koning werd in 1784 in de stad Groningen geboren als zoon van de Groninger advocaat, doctor Johannes Koning en van Aleida Gezina Lanckhorst. Na zijn studie rechten was hij onder meer griffier van de drost van Westerwolde en van het vredegerecht van het kanton Wedde. Vervolgens werd hij notaris te Wedde en Pekela. Hij trouwde in 1807 met Eduarda Thalia Eckringa en het jonge paar begon het huishouden zo eenvoudig mogelijk. Ze woonden in Wedde waar Johannes Sixtus (Jan) en Thalia werden geboren. Het ambt van notaris was niet eenvoudig in de Franse tijd. Alle akten moesten ook worden vertaald in het Frans. Het gaf het gevoel dat je onder toezicht stond. En al gauw werd je beticht van samenwerken met de Franse bezetter. Arnold Koning had in zijn kantoor geheime bergplaatsen voor akten maar ook voor tabak die hij stiekem rookte. Ook bewaarde hij er spotverzen op keizer Napoleon. Ook toen de Kozakken de Fransen uit Nederland verjoegen was het een spannende tijd. Twee prefecten uit Winschoten die in Franse dienst waren geweest probeerden baron Rosin , de plaatselijke leider van de Kozakken, in te palmen door hem met paard en wagen tegemoet te rijden en te begroeten. Maar de kozakken pikten de wagen in en reden er met veel kabaal mee naar Winschoten. Ze losten pistoolschoten in de lucht onder het brullen, Hurah Moddermaski! Dobbre, dobbre Kozakki!”

De borg is strategisch gelegen in een prachtig gebied met bossen midden tussen het moerassige veen en stamt uit 1360. Vanuit de borg werden de omliggende gebieden bestuurd. Westerwolde was in die tijd onder Duitse invloed en een heerlijkheid van Münster. In 1568 nam Adolf van Nassau zijn intrek in de borg. Vanuit Wedde trok hij voor de staatsgezinden op naar het nabijgelegen Heiligerlee waar hij de Spanjaarden bevocht.

Het kleine kasteeltje was erg verwaarloosd en zou worden afgebroken. Arnold Koning verbouwt het en gaat er met zijn gezin wonen. De eerste jaren hebben de kinderen het erg koud in het schaars verwarmde kasteel met zijn dikke muren. Een kleindochter van Arnold, Thalia Koning trouwt met Ericus Verkade, zakenman te Zaandam, en hun eerste dochter Anna trouwt later met de kunstschilder Jan Voerman Sr.

Dit verhaal komt terug in het het boek over de schilders Voerman Sr. en Jr. dat in juni 2021 zal verschijnen. Nader bericht volgt

De Borg in Wedde geschilderd door een familielid van de toenmalige bewoners en bekend landschapsschilder Arnold Koning

Laatste brief van Vincent Van Gogh

Op 23 juli 1890 verstuurd Vincent, vanuit Auvers-sur—Oise, een brief naar zijn broer Theo in Parijs.

Hirsching commence à comprendre un peu il m’a semblé, il a fait le portrait du vieux maitre d’école qu’il lui a donné, bien – et puis il a des etudes de paysage qui sont comme les Konink qui sont chez toi à peu près comme couleur. Cela deviendra peutêtre tout à fait comme cela ou comme les choses de Voerman que nous avons vues ensemble. à bientot. Porte toi bien et bonne chance dans les affaires &c. bien le bonjour à Jo et poignées de main en pensée.

Hij beschrijft het schilderij waaraan hij wil gaan werken. “Het wordt zoiets als het werk van Voerman wat we laatst hebben gezien….”.

Half mei 1890, toen Vincent in Parijs was, had H.G. Tersteeg, een kunsthandelaar uit Den Haag, Theo een waterverf schilderij van Jan Voerman in consignatie gegeven voor verkoop.  Het is niet bekend welk werk dit precies was. Vincent had het erg mooi gevonden. Ook het werk van Arnold Koning (een zwager van Jan Voerman) benoemt hij in de brief.

Het is de laatste brief die Vincent verstuurd. Op 27 juli 1890 raakt hij dodelijk gewond en overlijdt enige dagen later. De allerlaatste brief zit dan in zijn zak en is nooit gepost.

Het laatste schilderij van Vincent van Gogh

Verhuizen naar de stad

Derk Mansholt heeft zijn leven lang op boerderijen gewoond als hij kort na 1900 naar het Lopende Diep in de stad Groningen verhuist. De naam Lopende Diep verwijst naar het getijdeverschil dat hier tot 1877 merkbaar was omdat het water in directe verbinding stond met de Lauwerszee.

Derk wordt in 1842 geboren op het boerenbedrijf van zijn ouders in Ditzummerhamrich aan de Duitse oostkant van de Dollard. In 1866 emigreert hij met zijn ouders naar Eexta waar ze de boerderij ‘Vogelzang’ hebben gekocht. In 1869 trouwt Derk met de weduwe Aaltje Dijkhuis die een grote boerderij aan de Heereweg in Meeden heeft. En dan in 1882 koopt Derk een boerderij in de Westpolder die hij de naam ‘Torum’ geeft, naar een verdronken dorpje in de Dollard. Als zijn zoon Bert trouwt en het bedrijf overneemt verhuizen Aaltje en Derk naar de stad. Ze gaan wonen in de buurt van het Noorderstation zodat ze snel weer naar de familie in de Westpolder kunnen reizen. Derk woont er tot zijn dood op 1 augustus 1921.

Het Zuiderpark, een nieuwe woonplek buiten de oude stadswallen van Groningen.

De vader van mijn oma Hetty Voerman-Mansholt, Ubbo Mansholt, heeft in 1903, kort na zijn aanstelling als rijkslandbouwleraar in de provincie Groningen, een woning laten bouwen in Jugendstilstijl. De bouwtekeningen zijn er nog: Zuiderpark 12 en 13, voor de families Huisman en Mansholt, twee onder een kap.

Het Zuiderpark was de eerste wijk buiten de oude stadsmuren waar vooral welgestelden een huis lieten bouwen. In de stad was het vol. Het stadsbestuur was bijna klaar met het afbreken van de wallen en de poorten die de stad lang hadden beschermd. Deze ontmanteling van de ‘vesting van Groningen’ was vanaf 1876 ingezet. De nieuwe bewoners van het Zuiderpark woonden er vlak naast de gammele huisjes van de mensen die al langer buiten de wallen woonden, omdat het in de stad te duur was. De nieuwe villawijk werd gebouwd om de stad in het zuiden een meer representatieve entree te geven. Ubbo en Grietje Mansholt woonden met hun twee dochters naast bekende Groningers; hoogleraren, graanhandelaren, fabrikanten, burgemeesters en families van adel.

Af en toe zijn er aanvaringen tussen de oude en nieuwe bewoners. Jongens met leren riemen komen de rijke kinderen een lesje leren. De vele kroegjes zitten vooral vol, als het loon is uitbetaald. Dronken mannen lopen tot ’s avonds laat rond. Hetty zal zich het grote verschil tussen arme en rijke mensen die vlak bij elkaar wonen nog vaak herinneren als een verontrustende misstand.

Ze schrijft in haar notitieboekje: “Daarnaast woonden wij in ons frisse, witte Jugendstilhuis met het blauwe pannendak. We waren omringd door een grote brei aan huisjes zonder pannendak, zonder betimmering, waar het altijd lekte, en door huilende en tierende vrouwen”.

De Verkadeplaatjes, een eigen opdracht voor Jan Voerman jr.

In 1897 komt de firma Verkade op het idee om plaatjes toe te voegen aan de verpakte beschuiten en koek. Er zijn plaatjes voor kinderen en ook bouwtekeningen voor modellen van molens, torens en koetsen. Het was een succes, de verkoop gaat flink omhoog.

De Verkades kopen begin 1900 een groot aantal plaatjes met sprookjesfiguren uit Duitsland om bij hun producten te voegen. Er wordt een album bijgemaakt waar ze ingeplakt kunnen worden. De actie is een volkomen onverwacht succes. Vooral kinderen zijn verrukt van de plaatjes en de albums. De familie besluit om nu zelf in eigen land plaatjes te gaan maken met bijhorende albums. Het moet een hoogstaande serie worden. Als schrijver wordt Jac P. Thijsse gevraagd, een bekend liefhebber en kenner van de natuur. En als tekenaars worden bevriende kunstenaars als Wenkenbach en Jan van Oort gevraagd. Ook zwager Jan Voerman krijgt een verzoek om mee te werken. Jan senior heeft daar echter geen zin in en geeft de opdracht door aan zoon Jan, ook al is die nog maar 15 jaar. De opdracht voor de Verkadeplaatjes is een kans, maar ook een gevaar. Jan Jr. heeft dan nog geen eigen stijl ontwikkeld en moet zich al vroeg aanpassen aan de wensen van zijn opdrachtgever.

Thijsse ontwerpt een eerste serie boeken over de jaargetijden. ‘Lente’ is het eerste boek dat in 1906 uitkomt. Jan maakt een serie van 6 proefplaatjes, op het voorgeschreven formaat van 45 x 84 millimeter, die worden gekeurd door zijn ooms Verkade en door Thijsse. ‘Atalanta op klein hoefblad’ is de allereerste schets die wordt goedgekeurd en Jan jr. krijgt zijn eerste grote opdracht.

Voor het volgende album ‘Zomer’ maakt Jan in totaal 8 bladen met zes plaatjes. Hij krijgt er 360 gulden voor. Het geld komt in de familiekas en pas na zijn 18e jaar mag hij het geld zelf houden. Jan jr. leert snel. Al voor het 3e boek Herfst mag hij ook het omslagontwerp maken. Tot aan de Tweede Wereldoorlog oorlog heeft Jan een vaste bron van inkomsten gehad met zijn werk voor Verkade. Naast de Verkadeplaatjes wordt hij ook gevraagd  voor ander reclamewerk zoals schetsen voor de bekende waxinelichtjes. Die eerste opdracht betekent ook dat hij definitief kiest voor een loopbaan als schilder.  Er is geen ander pad meer denkbaar. De ontwerper van de albums voegt jr. toe aan Jans naam. Vanaf nu is hij officieel Jan Voerman jr. Jan krijgt veel bewonderaars in het land. Een ervan is de kleine Hetty Mansholt uit Groningen. Haar neef Henny Werkman drukt de plaatjes en de albums en Hetty vindt vooral de plaatjes van Jan Voerman mooi.

Meer lezen over de schilders Voerman en hun band met de firma Verkade? In juni 2021 verschijnt het boek.

Genemuiden uit het album de Zuiderzee, door Jan Voerman Jr.
De schets die Jan Voerman Jr. ter plekke maakte en later met waterverf uitwerkte naar het plaatje voor het boek

Het einde van de N.V. Machinale Rahder Turffabriek.

Na de tweede oorlog zakt de verkoop van turf bijna helemaal in. In het jaar 1962, terwijl de kleinzonen door zijn kantoor scharrelen, schrijft Jaap Rahder zoals ieder jaar een verslag voor de commissarissen met daarin de balans van de N.V. Machinale Rahder Turffabriek. “De resultaten in 1960 en 1961 waren zeer slecht”, schrijft Jaap onomwonden. “De weersomstandigheden waren in de eerste 5 maanden zeer gunstig maar toen de turf moest drogen volgde een natte zomer en herfst. We hebben dan ook grote hoeveelheden zeer slechte turf in het veen staan. Gelukkig schijnt het dat deze turf door Purit afgenomen zal worden. De prijs zal slecht zijn. De afzet aan onze oude turfschippers daalt nog steeds. De afzet aan de Coöperatieve Turfstrooiselfabriek was goed. De omzet van turf bedroeg in 1960 F. 81.717,43. Een deel van de gronden ter grote van 46.73.60 hectare is aangeboden aan de gemeente Schoonebeek voor F. 184.000. De gemeenteraad heeft de koop goedgekeurd maar het wachten is op toestemming van Gedeputeerde Staten”.

Een ander stuk grond verpacht Jaap aan enkele boeren, die er haver en tarwe op gaan verbouwen. De opbrengsten staan in het jaarverslag. In een kort stukje uit de krant van die dagen wordt Jaap Rahder geciteerd. “Wij verveners werken voor de toekomst, het tijdstip, dat over twintig of vijfentwintig jaar het veen vergraven is en de dalgrond voor de landbouw in gebruik kan worden genomen. Dan is ons doel bereikt en ontvangen we het loon voor het werk waarmee onze vader begonnen is en dat door de zoon wordt beëindigd”.

In het financiële overzicht is te zien dat er sinds het einde van de oorlog verliezen zijn. Het kan alleen worden gecompenseerd met de verkoop van grond. Jaap weet dat dit een keer ophoudt. Vanaf 1962 krijgt hij ook te maken met een tekort aan arbeidskrachten. De werkers kiezen voor een baan in de nieuwe industrie rond Emmen of gaan aan de slag als boerenknecht. Jaap weet dat zijn dochters het bedrijf niet gaan overnemen. Ze hebben een eigen leven opgebouwd.

Op maandag 31 juli 1961 is de jaarlijkse vergadering van Commissarissen der N.V. Machinale Rahderturffabriek te Nieuw-Amsterdam. De tweede en derde generatie ‘s Jacob en Zeeman zijn nog immer commissaris. Dhr. Zeeman haakt in op een schrijven van directeur Jaap Rahder die stelt dat verkoop van gronden, zoals aan de gemeenten, in feite een voorbode is van liquidatie van het bedrijf. Volgens de directeur zal de vervening van het gebied nog acht tot tien jaar duren. Zeeman stelt voor om nu al tot een langzame beëindiging van de firma over te gaan. ‘s Jacob is het hiermee eens. Zeeman merkt ook op dat de gereserveerde bedragen voor de pensioenen, respectievelijk 2000 en 1000 gulden, van de directeur en zijn vrouw, gezien zijn staat van dienst te laag zijn. Die moeten omhoog. Aldus wordt besloten.

Fragment uit : ‘Hoe de Rahders Drenthe veranderen”, het boek is hier te bestellen

De laatste aandelen

Kastanjes zoeken

Het regent en het is mistig. Herfst! Maar er zijn kastanjes en paddenstoelen en dat maakt bijna alles goed. Ik kan geen kastanje voorbij lopen zonder er uitgebreid naar te kijken. De mooiste neem ik mee maar helaas worden ze binnen op een schaal al snel dof. In de herfst van 1963 zocht ik kastanjes met mijn opa Jan Voerman Jr. Ook hij had oog voor de mooie dingen in de natuur. Maar hij kon ze ook vastleggen. Zijn kastanjes bleven voor altijd glimmen. Op mijn 5e verjaardag kreeg ik een schilderij met de kastanjes die we toen vonden. Ik zoek nu ook kastanjes met mijn kleinkinderen. Jammer genoeg kan ik ze alleen maar bewaren op een foto. Volgend jaar maak ik kastanje en eikelmannetjes.

Oma Henriette, ‘Ka’

De oma van mijn oma Hetty Voerman Mansholt was Henriette Zijlma geboren en getogen in de omgeving van Zuurdijk (1828 – 1913). Ze werd ook wel ‘Ka’ genoemd omdat ze een vrouw was met een sterke eigen wil. Omdat de herenboeren geld genoeg hadden voor knechten op het land en dienstmeiden in huis was er tijd voor lezen, breien en vertier. De leeskringen in de Marne floreren dan ook rond 1850. Henriette, ‘Ka’, is nog iets vrijer dan in haar tijd gebruikelijk was. Toen haar oudere broer Jan Zijlma wilde trouwen met een meisje uit een ander familie van herenboeren, kon dat alleen als Henriette zou trouwen met de broer van de beoogde bruid. Henriette weigerde en maakte haar eigen keuze. Jan Zijlma is nooit meer getrouwd en heeft zijn zus nooit vergeven. Ka zou niets van het familiebezit erven.

Jan en zijn broer Geuchien zijn bekende inwoners van de Marne. Jan Zijlma heeft boeken geschreven waaronder een boek over de geschiedenis van de Marne. Geuchien was een herenboer, liberaal politicus en actief als gemeente- en provinciebestuurder in Groningen. Daarna werd hij lid van de Tweede- en Eerste Kamer. Ook Geuchien heeft, in Gronings dialect, over zijn jeugd in het dorp Zuurdijk geschreven. Ze liggen samen met vrouw en ouders begraven op het mooie kerkhofje in Zuurdijk.

Ka wordt verliefd op de charmante student Stefanus Louwes. Stefanus heeft al op jonge leeftijd zijn ouders verloren en is opgevoed door familie van moeders kant. Deze regenten familie Winsingh uit Roden is welgesteld en konden zijn studie betalen. Stefanus is een man met een zwakke gezondheid. Hij breekt zijn studie theologie al snel af, omdat hij meer van feesten houdt dan van boeken. In die tijd is het motto dat een mislukte student nog altijd kon gaan boeren. Maar ook het boerenleven kan hij niet aan. Stefanus blijft van drank houden en is een graag gezien lid van feest comités in het dorp. Het gemis van zijn ouders maakt hem tot een wat sombere en starre man met ‘een harde mond en treurige ogen’. Stefanus en Ka trouwen en gaan wonen in het Gazenhuis, maar daar is het vochtig en er is weinig ruimte.

De leefomstandigheden zijn vooral voor kinderen zwaar. Veel kinderen sterven dan ook op jonge leeftijd.  Er zijn veel ziektes als hondsdolheid, tyfus, cholera en rachitis en vooral in de winter met de harde, koude oostenwinden is het leven hard. Na de geboorte van het oudste kind van Ka en Stefanus Trijntje komen er drie kleintjes die allen jong sterven. Daarna komen Hendrik Jan, Hilda, Grietje en tot slot Louwe.  De opvoeding is autoritair en ruw. Vaders wil is wet. Kinderen worden bang gemaakt met dreigementen, in de arm geknepen, vastgebonden in hun kinderstoel en beknord. Het is vanaf de afgelegen boerderij ruim een uur lopen naar de school. De zomers zijn beter, met frisse lucht en volop fruit en alle ruimte om te spelen.

Henriette Louwes – Zijlma de grootmoeder van mijn oma