Het geslacht Mansholt

Het geslacht Mansholt stamt uit noordwest Duitsland. ‘Opa’ Derk Roelfs Mansholt (1842-1921) bracht zijn jeugd door op een pachtboerderij in de buurt van Ditzumer Hammrich, een dorpje op de klei nabij de monding van de Eems in de Dollard. De boerderij lag zo’n vijf kilometer ten oosten van de grens met Nederland. Het onderscheid tussen de twee staten werd door de bewoners nauwelijks gevoeld. Aan beide zijden sprak men vrijwel hetzelfde dialect. Duitsland was toen nog geen eenheid, maar een losse verzameling vorstendommen. Een nationaal gevoel kende men er niet.

In 1866 kochten Derks ouders een boerderij in Scheemda in het Oldambt, een streek in het naburige Oost-Groningen. Derk was 24 en had al enige tijd verkering met een meisje uit de stad. Hij wilde met haar naar Amerika, maar zijn ouders raadden hem dit af. Uiteindelijk won het boerenverstand het van zijn hart. In een brief aan een van zijn beste vrienden zou hij achteraf opbiechten tot de conclusie te zijn gekomen dat deze verhouding alleen maar tot armoede kon leiden. Hij verbrak de relatie en stak in mei 1866 met de rest van het gezin de grens over. Drie jaar later, op 3 maart 1869, trouwde Derk met de 29-jarige weduwe Aaltje Dijkhuis uit Meeden, even ten zuiden van Scheemda. Zij bezat twee dochtertjes en een mooie boerenplaats met tachtig hectare uitstekend bouwland. Derk trok bij haar in op de statige boerderij Torum is de Westpolder, en werd meteen opgenomen in de kring van dorpsnotabelen. In juli 1873 werd hij genaturaliseerd.

torum2
Herenboerderij ‘Torum’ in de Westpolder

In zijn boek de Graanrepubliek schrijft Frank Westerman over zijn contacten met Sicco Mansholt. Op enig moment overhandigde deze een stapeltje schriften aan Frank Westerman. In die schriften is terug te vinden wat de oorsprong was van het “boerensocialisme” van de Mansholts, aldus Sicco Mansholt. Ze waren van de hand van zijn grootvader Derk Roelfs Mansholt en uitingen van diens brede interesse en een grote betrokkenheid. Te noemen zijn o.a. de publicaties:

  • De ontwerp-plannen der Zuiderzeecommissie (1893)
  • De kanalisatie van Westerwolde (1894)
  • De internationale arbeidsverdeling en de prijsvorming van het broodkoren (1896)
  • De stikstofvoeding der landbouwcultuurgewassen (met U.J. Mansholt 1900)
  • De Staatshuishoudkundige Wetenschap en de betekenis van hoge en lage graanprijzen voor de volkswelvaart (1902)
  • De donkere zijde van de Handel (1907)
  • Het bankroet van de Vrijhandelsleer (1909).

Veel bijdragen heeft Derk Roelfs aan het Groninger Weekblad, het Radicaal Weekblad en het Friesch Volksblad geleverd. Vooral het werkje De internationale arbeidsverdeling en de prijsvorming van het broodkoren uit 1896 is voor Sicco Mansholts denken van enorme betekenis geweest. Ter gelegenheid van zijn veertigjarig huwelijksfeest stelde hij zijn Ostfriese jeugdherinneringen te boek: Vor einem halben Jahrhundert (Aurich, 1909).

opdracht-dr-mansholt
Opdracht van Derk Roelf Mansholt aan zijn kleindochter (mijn oma) Hetty Mansholt

Ze kreeg het boekje in 1914 op haar 17e verjaardag.

In 1920 viel Derk Roelfs Mansholt de onderscheiding Ridder in de orde van Oranje-Nassau ten deel. Op 1 februari 1921 overleed hij in Groningen en werd begraven op de begraafplaats te Vierhuizen. Een strakke eenvoudige zerk dekt zijn graf. De letters zijn wat moeilijk te lezen, doordat de zerk verweerd is. Het uitbundige van het Ostfriese grafmonument is ingewisseld tegen strakke eenvoud. Derk Roelfs ligt er begraven temidden van een aantal leden van zijn gezin en zijn.

27be2516cdc9b95eb5215da5721566fa_6_-boerderij-torum-580
Derk Roelfs Mansholt en zijn vrouw Aaltje Dijkhuis

Bronnen:

  • “Woord en daad”, De zoektocht van Derk Roelfs Mansholt naar een betere samenleving, Hilde Krips-van der Laan Van Gorcum, 1999. Een verhaal over zijn contacten met Eduard Douwes Dekker en Multatuli
  • “Vor einem halben Jahrhundert”, herinneringen van Derk Roefs Mansholt”, privé uitgave ter ere van zijn 40 jarig huwelijk
  • “De Westpolder”, De geschiedenis van een Waddenpolder en zijn ingelanden, J.S. van Weerden 1960.
  • Privé archieven met ondermeer: Knipselboek van U.J. Mansholt 1895
  • “Deze moeders van ons: Hilje, Henriette, Grietje 1800 -1946 “, privé verhaal van Henriette Voerman-Mansholt 1969
  • “De boerderijen van de Marne”, Nina van den Broek, uitgeverij Passage, 2016
  • “Multatuli en twee van zijn discipelen Mansholt en de Raaf”, K. ter Laan E.J. Bril Leiden 1949
  • “De Marne Eene geschiedkundige beschrijving van de Ommelanden, in het algemeen en van het westelijk gedeelte van Hunsingo in het bijzonder”, Mevr. J. Zijlma 1884

derkroelfsmansholtboek

mansholtmuntdrvz
Prijs voor de beste Tarwe voor DR Mansholt
Muntprijs
Bestuursprijs 1897

De geschiedenis van de familie Rahder in Drenthe

Eind 1850 werd Johan Coenraad Rahder (1812-1872) overgrootvader van mijn opa Jacob Rahder), wijnkoper te Amsterdam, benoemd tot directeur-administrateur in een door de ”Maatschappij tot Exploitatie van de Westerborker en ”Broekvenen”. Hij gaf zijn beroep als wijnkoper op vanwege zijn zwakke gezondheid.

jc-rahder
J.C. Rahder (1812-1872)

Hij vestigde zich in een nieuwgebouwd huis, genaamd “Nieuweroord” bij het gehucht Hoogeveen. Huize ‘Nieuweroord’ werd de uitvalsbasis voor de verveening van Zuid-Oost Drenthe. Het huis werd uiteindelijk uitgebreid tot het dorp Nieuweroord.

herenhuis-nieuweroord
Huize Nieuweroord

Dit riante huis, gebouwd door Rudolf Wichers ter Steege, timmerman te Hoogeveen, dat veel weg had van de havezathe “De Klencke” bij Oosterhesselen, stond in de buurt van de sluis aan de Middenraai. Bovengenoemde maatschappij had in 1849 plm. 1.400 ha. veengrond aangekocht rondom Nieuweroord en Nieuw Balinge. In 1855 werd nog plm. 35 ha. aangekocht ten noorden van de Hoogeveense Vaart en ongeveer tussen het Noorderhoofddiep en de Middenraai voor de aanleg van de 1e wijk.

In 1857 vond er een scheiding plaats tussen J.C. Rahder en de overige eigenaren van bovengenoemde Maatschappij en verkrijgt Rahder plm. 700 ha. veengrond te Tiendeveen, welke eveneens door deze Maatschappij waren verworven.

De school in Tiendeveen werd ook gesticht door de vervener J. C. Rahder, die het belangrijk vond dat er onderwijs in het dorp kwam. In 1860 heeft hij de school gesticht. Deze basisschool draagt nog steeds zijn naam.

J.C. Rahder verhuisde naar Noordscheschut waar hij het huis “Valkenheim” (de   latere Geref.pastorie) heeft laten bouwen.

rahderhuis
Huize Valkheim

J.C. Rahder liet omstreeks 1860 een nieuw kanaal graven, vanuit de Hoogeveense Vaart tot de Drijberse Hoofdvaart te Tiendeveen, ter lengte van ongeveer 2,5 km. Dit kanaal kreeg de naam “Willeminavaart”, genoemd naar zijn vrouw Willemina P.C. van Voorthuysen. In 1924 werd dit kanaal doorgetrokken naar Beilen, verbreed en omgedoopt tot Linthorst Homankanaal.

wilhelminavaartnieuweroord

De familie bouwde ook huize Blokland , anno 2015 nog steeds een prominent huis in Noordscheschut.

bloklandoudnieuw
Huize Blokland, vroeger en nu

Mede door de concurrentie met zijn oude vennoot De Wilde c.s. gaat J.C. Rahder op zoek naar een meer efficiënte fabricage van turf. Hij reist rond 1860 naar de Franse veengebieden en begon in 1863 als eerste met de machinale verturving van zijn veengebied, door middel van verrijdbare stoommachines (Locomobiles, ook wel Jacobs-ladder) en persmachines (Malaxeurs). In   iedere turf werd -de letter R van Rahder geperst. Hij kreeg hiermee landelijke bekendheid. In 1872 overleed hij, een half jaar voor het bezoek, dat Koning Willem III bracht aan zijn bedrijf, dat toen voortgezet werd door zijn zoons. Later steeg de turfproduktie tot 10 miljoen stuks van uitstekende kwaliteit. Er waren toen 170 arbeiders (mannen, vrouwen en kinderen) werkzaam. Toen het veen vergraven was, kwam er een einde aan de industrialisatie in dit gebied.

rahderturfwillemii
Prins Hendrik bezoekt de Rahder turf maatschappij

In 1873 verkopen de Erven Rahder huize “Valkenheim” en Mevr. W.P.C. Rahder-van Voorthuysen verhuisde na de dood van haar man naar Huize Blokland, bij de sluis te Noordscheschut. Na de 2e wereldoorlog is het oude “Valkenheim” afgebroken en een nieuwe pastorie gebouwd. Herbert Rahder, zoon van J.C. Rahder, koopt in 1868 een perceel grond, waar hij het huis “Veen en Dal” laat bouwen. De eerste steen werd gelegd door zijn vader, de gedenksteen is nog in de voorgevel van het huis, dat thans eigendom is van de familie Bosman en de naam “Veen en Dal” staat nog op het hek.

veenendal
Huize Veen en dal, Noordscheschut

Een van de zoons (onze opa Jacob Rahder) verhuisde naar Nieuw Amsterdam waar de laatste veengronden aan de grens met Duitsland verveend werden. Hij liet daar, na zijn huwelijk met Femmy Uiterwijk, begin 1928 het huis ‘de Tippe’ bouwen.

tippe
De “Tippe” in Nieuw Amsterdam

De Tippe te Nieuw Amsterdam

De huidige Rahderweg in Noordscheschut ligt ongeveer op de wijk die de scheiding vormde van de “boomgaard” van de laatste familie J.C. Rahder, die hier een kwekerij en een handel in zaaizaad en pootgoed exploiteerde.

De laatste jaren van de eerste wereldoorlog brachten in Nederland een gebrek aan brandstoffen teweeg. Met de veenindustrie ging het beter dan ooit. Na de oorlog eindigde ook deze hausse en kwamen er ernstige moeilijkheden voor de turf. Door mechanisatie werden deze verminderd. Toen in 1929 de algemene malaise begon, liep de turfafzet zo sterk terug dat er in 1934 een subsidieregeling tot stand kwam. Na een opleving van de veenindustrie in de jaren veertig werden de mogelijkheden tot afzet aan het eind van dit decennium snel minder. In 1962 was de situatie dermate verslechterd dat de commissarissen een voorstel tot liquidatie deden. Op grond van een accountantsrapport besloot de Algemene Vergadering de liquidatie uit te stellen tot een fiscaal gunstiger tijdstip. In 1962 werd ook de periode van 111 jaar afgesloten waarin leden van de familie Rahder in Drenthe verveend hebben; “de fabriek” maakte in dit jaar de laatste Rahder-turven. Daarna was de N.V. alleen nog grondeigenaresse. In 1964 vierde Jacob Rahder zijn 40-jarig jubileum als directeur van de Rahder- Turffabriek. Na zijn overlijden volgde zijn weduwe, mevrouw F.E. Rahder-Uiterwijk, hem op als directeur.

Veel leden van de familie Rahder bezaten aandelen in de Rahder-Turffabriek. Zij hadden samen ruim tweederde van de aandelen in handen. Steeds was dan ook één van hen commissaris. In de laatste jaren voor zijn overlijden nam Jac. Rahder bijna alle aandelen van de andere aandeelhouders over. Zijn dochters erfden deze aandelen in 1965. Twee van haar bezetten dan ook de commissarisplaatsen. Eind 1969 ging de Rahder-Turffabriek over tot een liquidatie die tenslotte op 29 april 1970 plaats vond.

stamboomrahderrond
Rahder stamboom

Bronnen

  • “Rondom het Schut”, Albert Metselaar 2016
  • “Drenthe – Parijs”, Sporen van de Drentse turfexpress naar Parijs (1850-1900), Wim Visscher, H&K uitgevers 2004
  • ”Deining in Drenthe”, H.J. Prakke, Van Gorcum
  • “Aan het veen verkocht”, geschiedenis van een veenarbeiders familie 1876-1922, Derk Gort Regio Project 1995
  • “Levend Morgenland” , Hero Moorlag  1987
  • “Rond de Runde. Turf, kunstmest en elektriciteit”, Triptiek van de Turfindustrie (Nieuw Amsterdam 1997).Visscher, W. Mr. drs.
  • Diverse privé archieven van de Rahder turf bv.
  • “Amsterdam – Nieuw Amsterdam – New York”, Mr. Drs. W. Visscher H&K uitgevers 2000
  • “De Machinale Rahder Turffabriek”, Jennie Voerman-Rahder verhaal in het kader van cursus regionale geschiedenis door de Seniorenacademie te Groningen. 1992

Een verhaal van wolken en aarde

Voorwoord

De Voerman stamboom met vele voorouders mondt uiteindelijk uit bij mij. Zo’n beetje als op de plaat vroeger in het klaslokaal van Geschiedenis. De evolutieladder met alle stadia van microben, de mammoet, mensaap en dan bovenaan de mens als superieur eindstation. Dat was natuurlijk ook onzin. En mijn voorouders hadden wel wat beters te doen dan in mij uit te monden. Maar wat hield ze bezig?

Laten we eens kijken in de tweede helft van de 19e eeuw, een periode waarin Nederland het onder koning Willem III lastig had. Strenge winters, armoede, aardappelziektes en een tekort aan voedsel. Er was een grote drang om het beter te krijgen. Wat deden mij overgrootouders.

Jan Voerman Sr. had de boerderij van zijn familie in Kampen verlaten en studeerde aan de Antwerpse academie voor schilderkunst bij de beroemde leraar Verlat. Van Gogh zou het daar 2 jaar later maar drie maanden volhouden.

Ericus Verkade had net de strijd met zijn patentolie voor lampen verloren van het gaslicht en richtte toen maar een fabriek voor brood en beschuit op aan de Zaan.

J.C. Rahder kreeg de koning op bezoek. Hij was vanuit de wijnhandel in Amsterdam vertrokken naar Drenthe om er turf te gaan winnen en hadden succes met een mechanische turfmachine op stoom, een uitvinding die hij vanuit Frankrijk naar Drenthe had gebracht.

Derk Roelfs Mansholt, die vanuit Duitsland naar de net drooggelegde Westerpolder aan de nieuwe waddendijk was verhuist, kreeg in zijn grote herenboerderij ‘Thorum’ Domela Nieuwenhuis en Eduard Douwes Dekker op bezoek en sprak met ze over het boeren socialisme.

Hendrik Uiterwijk, coiffeur te Hoogeveen, begint een politieke loopbaan en is voorvechter voor de sociaal zwakkeren die er in het arme Drenthe volop zijn.

Het was een tijd waarin mannen nog de koers bepaalden maar vrouwen zich geleidelijk gingen roeren. De vrouwen van de boeren in het Groninger land hadden al min of meer een gelijkwaardige plek in de familie en het bedrijf maar ook in het onderwijs en de zorg eisten vrouwen hun plek op. Anna Verkade en de Mansholt vrouwen waren voorlopers.

Maar het werd me pas echt duidelijk dat ik slechts een tussenstation was in het hele familiespoornet toen ik een kleindochter kreeg. Mijn eigen kinderen hoorden nog een beetje bij ons eigen gezin, onze halte, maar een kleinkind brengt de stamboom een stap verder. Met een beetje geluk maakt ze de stap naar de 22e eeuw. Als tussenstation wil ik de verhalen van mijn familie ook de 22e eeuw in helpen. Daarom schrijf ik ze op. ‘Ter lering ende vermaak’ zoals mijn vader vaak citeerde. En omdat mijn moeder, als leraar geschiedenis, me heeft geleerd dat de geschiedenis zich herhaalt, zeker voor diegene die de geschiedenis niet kent.

Ik heb allereerst de familie archieven doorzocht. Verzameld in grote hutkoffers met de opschriften U.J. Mansholt, J.C. Rahder en P. Voerman en in verpakkingsblikken van de firma Verkade. Vol met foto’s, dagboeken, rapporten over aardappelrassen, schetsen voor schilderijen en de boekhouding van de BV Rahder turf. Daarna heb ik mijn oudste familieleden, twee tantes van de vorige generatie, bevraagd en het internet doorgeploegd. En bleken zowaar enkele boeken verschenen over mijn voorvaderen.

Mijn fantasie vult de witte vlekken.

Zo ontstaan een verhaal van ‘wolken en aarde’ van dromen en hard werken. De wolken van de schilders Jan Voerman Jr. en Sr. De aarde van de ontgonnen veengebieden in Drenthe en de taaie maar vruchtbare zeeklei in Noord Groningen. Een verhaal over de zorg van een fabriekseigenaar in waxinelichtjes voor zijn personeel en over de opdracht die de herenboeren in de Westerpolder zich stelden: nooit meer ‘honger’. De idealen van de Voerman en Mansholt vrouwen voor vrouwenkiesrecht en beter onderwijs volgens de leer van Maria Montessori. De liefde en aandacht voor de natuur vastgelegd in vele Verkadeplaatjes. Maar ook over eenzaam opgroeien in een aards paradijs en het verdriet bij het verlies van kinderen. Het starten van ondernemingen en de sluiting ervan. Steeds nieuwe generaties met nieuwe dromen. Tot het moment waarop er misschien niets meer te dromen valt.

Kortom, een verhaal over het leven in het Noorden van Nederland.

IJssel01