Mijn voormoeder Hilje Hopma uit Ellerhuizertil

Hilje Hopma (1800 – 1878) is de jongste dochter van Geugien Roelfs (Hopma) in 1791 gehuwd met Hindertje Claesens (Wijk).

Hindertje wordt in 1771 geboren als dochter van Claes Harms en Anje Jans. Geboorteplaats is de Wijk, een buurtschapje in Ellerhuizen van een paar naast elkaar gelegen boerderijen. Alle broers en zussen zullen later de achternaam Wijk aannemen.

Geugien brengt bij huwelijk een ‘boerenplaatze’ (te Ellerhuizertil) in ter waarde van 5000 gulden, Hindertje brengt in de ‘eigendom en beklemming van achtien graazen Landt, geleegen onder Bedum bij de Oude Ae’ ter waarde van 1400 gulden. Het huwelijkscontract legt nauwkeurige verervingsregels vast. 

Gedenksteen Hopma – Wijk bij de boerderij in Ellerhuizertil.

Geughien en Hindertje krijgen vier kinderen, Alle kinderen, Anje, Jan, Roelf en Hilje staan vermeld op een gevelsteen die in 1821 in de boerderij is ingemetseld. Beide ouders werden in dat jaar 50, ze waren toen ook 30 jaar getrouwd en bovendien werden nieuwe schuren gebouwd.

De tekst luidt:

De veeteeld is onze bezigheid

Naast ’t eerlijk akkerploegen

Weldoen gepaard met matigheid

Geeft rust en vergenoegen

De gedenksteen

Geugien Hopma overlijdt in 1843.  Hindertje Wijk overlijdt in 1859. De graven bestaan nog op het erf van het huidige Ellerhuizen.

Hilje Hopma trouwt in 1823 met Hendrik Jan Zijlma en gaat wonen op boerderij Het Gansehuis te Zuurdijk.

Graven van Geughien en Hindertje bij de boerderij in Ellerhuizertil

Dit verhaal komt in het boek over de familie Mansholt. Het boek verschijnt circa september 2022.

De Groninger boer

De periode 1775 – 1875 was de bloeitijd van de Groninger boer. De gemeente ‘De Marne’ was toen de rijkste gemeente van Nederland. Mede door hun ondernemingszin in de succesvolle handel in graan verkregen de boeren steeds meer rijkdom en later ook politieke macht. De grondwet van Thorbecke uit 1848 gaf de Groningse boeren meer kansen in het bestuur ze hadden oog voor vernieuwende politieke ideeën. Binnen het toen opkomende gedachtegoed van de Verlichting werd gestreefd naar ontwikkeling onder anderen door bete onderwijs voor een groetere groep inwoners. Onder deze boerenfamilies waren mijn voorouders Dijkhuis, Zijlma en Mansholt. Ze zetten zich in voor de strijd tegen overstromingen die nog geregelde de akkers onderspoelde met zout zeewater en het verbeteren van de landbouw door betere bemesting en het versterken en veredelen van landbouwproducten. Er ontstond geleidelijk een nieuwe stand van gegoede boeren. Er werd ook vaak getrouwd binnen deze nieuwe elite. Onderstaande bruidsjapon is van mijn voormoeder Henriette Zijlma toen ze in 1852  trouwde met Stephanus Louwes (collectie Verhildersum)

Toneelstuk Mansholt van theatergroep Jan Vos

Veranderen vergt moed.

Dinsdag 11 augustus bezocht ik de voorstelling Mansholt van theatergroep Jan Vos. Topacteur Helmert Woudenberg speelt Sicco Mansholt in zijn crisisjaar 1972. De Euro commissaris staat vlak voor zijn pensioen, zijn werk zit erop.  Dan komt de Club van Rome met het alarmerende rapport “Grenzen aan de groei’. Als Mansholt ziet wat de gevolgen zijn van het beleid van schaalvergroting en intensivering, waarvoor hij zich zijn leven lang heeft ingezet, slaat de schrik hem om het hart.  Op de valreep probeert hij het tij te keren. Tot afgrijzen van de mensen om hem heen wordt hij een van de eerste pleitbezorgers van een kringloop-economie.

Het was een fantastische voorstelling. In een tent bij een boerderij met de ondergaande zon en koeien op de achtergrond. Veel stof tot nadenken met deze, nog steeds, zeer urgentie dillema’s: houden we voldoende voedsel voor de groeiende wereldbevolking zonder de bronnen van onze planeet steeds meer uit te putten en het milieu te belasten?

Het publiek verlaat de tent na de voorstelling (foto: Hein Molenkamp)

De vriendschap tussen Derk Roelfs Mansholt en Multatuli

De ideeën van Derk Roelfs Mansholt (1842-1921) zijn een mengeling van zijn eigen ervaringen en de ideeën van Marx en Multatuli. Multatuli, een oud bestuursambtenaar in NederlandsIndië die in 1860 faam had verworven met zijn kritische roman ‘Max Havelaar’ maar ook met “Woutertje Pieterse”, heette eigenlijk Eduard Douwes Dekker (1820-1887). Derk leerde de schrijver vanaf 1874 intensief kennen.

Mansholt had in een ingezonden brief in de NRC het werk van Multatuli geprezen en verdedigd en daardoor kwamen de heren met elkaar in contact. Vaak samen met zijn vriend, de onderwijzer De Raaf, was er veel briefverkeer tussen Mansholt en Douwes Dekker. Douwes Dekker was een geliefd, maar ook verguisd schrijver. Vooral de aanklacht tegen het koloniale leven, beschreven in de Max Havelaar, had veel kritiek losgemaakt. Douwes Dekker was er onzeker door geworden en voelde zich miskend en gekwetst. De warme woorden en steun van Mansholt en De Raaf sterkten hem.

Het is een wonderlijk stel, de forse hoekige boer uit de Duitse en Groningse klei en de frêle, onzekere schrijver uit Amsterdam. Mansholt heeft een warme en beschermde jeugd gehad. Dekker een vader die als kapitein vaak weg was en een ziekelijke moeder. De mannen vinden elkaar in de wens ‘de ellende des Volks’ uit te roeien. Mansholt bezoekt lezingen van Multatuli en de vriendschap wordt steeds hechter.

Uit financiële nood moet de schrijver steeds meer lezingen houden en zo komt hij ook regelmatig in het noorden. Douwes Dekker vindt deze voordrachten in rokerige en rumoerige cafés en kroegen vreselijk. Op 11 maart 1878 ontmoeten Mansholt en Multatuli elkaar voor het eerst in de Harmonie te Groningen. De schrijver heeft veel interesse in Mansholts verhalen over het boerenleven. Dekker wil graag een boerderij zien en hij komt verschillende keren op bezoek op het boerenbedrijf van de familie Mansholt in Meeden en later in de Westpolder. Mansholt steunt Dekker ook financieel. Dat gebeurt via een geheim genootschap van bewonderaars ‘Tandem’ (Latijns: eindelijk) geheten. De kritiek van Multatuli op de Nederlandse samenleving met zijn standen en ongelijkheid, in Indië maar ook in Nederland zelf, schudt Mansholt wakker. Het vormt een eerste stap in zijn zoektocht naar wegen om de wereld te verbeteren.

Bronnen: Familiearchief, “Woord en daad”, Hilde Krips-van der Laan; “Multatuli en twee van zijn discipelen Mansholt en de Raaf”, K. ter Laan.

Multatuli getekend door Auguste Allabe (1874)

Jeugdherinneringen van Derk Roelfs Mansholt gepresenteerd.

Op de dag dat mijn voorvader Derk Roelfs (1842-1921) 100 jaar geleden overleed is vandaag, op zijn voormalige boerderij ‘Torum’, de Nederlandse vertaling (uit het Duits) van zijn jeugdherinneringen gepresenteerd. Het is, door noeste arbeid van de familie, een prachtig boekje geworden. Derk was zowel de grootvader van mijn oma als de grootvader van Sicco Mansholt. Sicco heeft zich laten inspireren door het gedachtengoed van zij opa. 

Nu te verkrijgen bij Uitgeverij Profiel voor €20

Verhuizen naar de stad

Derk Mansholt heeft zijn leven lang op boerderijen gewoond als hij kort na 1900 naar het Lopende Diep in de stad Groningen verhuist. De naam Lopende Diep verwijst naar het getijdeverschil dat hier tot 1877 merkbaar was omdat het water in directe verbinding stond met de Lauwerszee.

Derk wordt in 1842 geboren op het boerenbedrijf van zijn ouders in Ditzummerhamrich aan de Duitse oostkant van de Dollard. In 1866 emigreert hij met zijn ouders naar Eexta waar ze de boerderij ‘Vogelzang’ hebben gekocht. In 1869 trouwt Derk met de weduwe Aaltje Dijkhuis die een grote boerderij aan de Heereweg in Meeden heeft. En dan in 1882 koopt Derk een boerderij in de Westpolder die hij de naam ‘Torum’ geeft, naar een verdronken dorpje in de Dollard. Als zijn zoon Bert trouwt en het bedrijf overneemt verhuizen Aaltje en Derk naar de stad. Ze gaan wonen in de buurt van het Noorderstation zodat ze snel weer naar de familie in de Westpolder kunnen reizen. Derk woont er tot zijn dood op 1 augustus 1921.

Het Zuiderpark, een nieuwe woonplek buiten de oude stadswallen van Groningen.

De vader van mijn oma Hetty Voerman-Mansholt, Ubbo Mansholt, heeft in 1903, kort na zijn aanstelling als rijkslandbouwleraar in de provincie Groningen, een woning laten bouwen in Jugendstilstijl. De bouwtekeningen zijn er nog: Zuiderpark 12 en 13, voor de families Huisman en Mansholt, twee onder een kap.

Het Zuiderpark was de eerste wijk buiten de oude stadsmuren waar vooral welgestelden een huis lieten bouwen. In de stad was het vol. Het stadsbestuur was bijna klaar met het afbreken van de wallen en de poorten die de stad lang hadden beschermd. Deze ontmanteling van de ‘vesting van Groningen’ was vanaf 1876 ingezet. De nieuwe bewoners van het Zuiderpark woonden er vlak naast de gammele huisjes van de mensen die al langer buiten de wallen woonden, omdat het in de stad te duur was. De nieuwe villawijk werd gebouwd om de stad in het zuiden een meer representatieve entree te geven. Ubbo en Grietje Mansholt woonden met hun twee dochters naast bekende Groningers; hoogleraren, graanhandelaren, fabrikanten, burgemeesters en families van adel.

Af en toe zijn er aanvaringen tussen de oude en nieuwe bewoners. Jongens met leren riemen komen de rijke kinderen een lesje leren. De vele kroegjes zitten vooral vol, als het loon is uitbetaald. Dronken mannen lopen tot ’s avonds laat rond. Hetty zal zich het grote verschil tussen arme en rijke mensen die vlak bij elkaar wonen nog vaak herinneren als een verontrustende misstand.

Ze schrijft in haar notitieboekje: “Daarnaast woonden wij in ons frisse, witte Jugendstilhuis met het blauwe pannendak. We waren omringd door een grote brei aan huisjes zonder pannendak, zonder betimmering, waar het altijd lekte, en door huilende en tierende vrouwen”.

Oma Henriette, ‘Ka’

De oma van mijn oma Hetty Voerman Mansholt was Henriette Zijlma geboren en getogen in de omgeving van Zuurdijk (1828 – 1913). Ze werd ook wel ‘Ka’ genoemd omdat ze een vrouw was met een sterke eigen wil. Omdat de herenboeren geld genoeg hadden voor knechten op het land en dienstmeiden in huis was er tijd voor lezen, breien en vertier. De leeskringen in de Marne floreren dan ook rond 1850. Henriette, ‘Ka’, is nog iets vrijer dan in haar tijd gebruikelijk was. Toen haar oudere broer Jan Zijlma wilde trouwen met een meisje uit een ander familie van herenboeren, kon dat alleen als Henriette zou trouwen met de broer van de beoogde bruid. Henriette weigerde en maakte haar eigen keuze. Jan Zijlma is nooit meer getrouwd en heeft zijn zus nooit vergeven. Ka zou niets van het familiebezit erven.

Jan en zijn broer Geuchien zijn bekende inwoners van de Marne. Jan Zijlma heeft boeken geschreven waaronder een boek over de geschiedenis van de Marne. Geuchien was een herenboer, liberaal politicus en actief als gemeente- en provinciebestuurder in Groningen. Daarna werd hij lid van de Tweede- en Eerste Kamer. Ook Geuchien heeft, in Gronings dialect, over zijn jeugd in het dorp Zuurdijk geschreven. Ze liggen samen met vrouw en ouders begraven op het mooie kerkhofje in Zuurdijk.

Ka wordt verliefd op de charmante student Stefanus Louwes. Stefanus heeft al op jonge leeftijd zijn ouders verloren en is opgevoed door familie van moeders kant. Deze regenten familie Winsingh uit Roden is welgesteld en konden zijn studie betalen. Stefanus is een man met een zwakke gezondheid. Hij breekt zijn studie theologie al snel af, omdat hij meer van feesten houdt dan van boeken. In die tijd is het motto dat een mislukte student nog altijd kon gaan boeren. Maar ook het boerenleven kan hij niet aan. Stefanus blijft van drank houden en is een graag gezien lid van feest comités in het dorp. Het gemis van zijn ouders maakt hem tot een wat sombere en starre man met ‘een harde mond en treurige ogen’. Stefanus en Ka trouwen en gaan wonen in het Gazenhuis, maar daar is het vochtig en er is weinig ruimte.

De leefomstandigheden zijn vooral voor kinderen zwaar. Veel kinderen sterven dan ook op jonge leeftijd.  Er zijn veel ziektes als hondsdolheid, tyfus, cholera en rachitis en vooral in de winter met de harde, koude oostenwinden is het leven hard. Na de geboorte van het oudste kind van Ka en Stefanus Trijntje komen er drie kleintjes die allen jong sterven. Daarna komen Hendrik Jan, Hilda, Grietje en tot slot Louwe.  De opvoeding is autoritair en ruw. Vaders wil is wet. Kinderen worden bang gemaakt met dreigementen, in de arm geknepen, vastgebonden in hun kinderstoel en beknord. Het is vanaf de afgelegen boerderij ruim een uur lopen naar de school. De zomers zijn beter, met frisse lucht en volop fruit en alle ruimte om te spelen.

Henriette Louwes – Zijlma de grootmoeder van mijn oma

Een nieuwe start

Het is zomervakantie 2020. Niet de periode om verre reizen te maken. We gaan een tocht maken naar de Duitse kant van de Dollard. Daar ligt aan de monding van de Eems een prachtig havenstadje Ditzum. Ooit maakten de voorouders van mijn oma Hetty Voerman – Mansholt de tocht in omgekeerde richting.

Derk Mansholt is in de kracht van zijn leven als hij in 1866, als 26-jarige jongeling, met zijn familie in Eexta op boerderij ‘Vogelzang’ komt wonen. Zijn ouders Ubbo en Tettje hadden een boerderij in een klein gehucht op de modderige westoevers van het Pruisische Ditzumerhammrich waar de Eems uitmondt in de Dollard. Het was een onherbergzame en verlaten uithoek. Het duurde drie uur voordat je Emden bereikte, de eerste grote plaats in de regio. Er waren regelmatig overstromingen, zodat de boerderij helemaal van de buitenwereld was afgesloten.

Derk heeft er een gelukkige jeugd gehad in de kleine dorpsgemeenschap. Zwemmen in de vele sloten, samen muziek maken na de avondmaaltijd en kattenkwaad uithalen met zijn vrienden in het volle klaslokaal, waar 80 kinderen samenkwamen. De onderwijzer die zo karig werd betaald dat hij iedere avond bij één van de ouders aan moest schuiven voor zijn maaltijd, had de lepel in zijn knoopsgat, schrijft Derk. Later benam de arme man zich van het leven. Zijn bestaan was te uitzichtloos. De familie Mansholt was een grote familie. Derk zal er veel later, ter ere van zijn 40-jarige huwelijksfeest, liefdevol over schrijven in zijn boekje met jeugdherinneringen “Vor einem halben jahrhundert”.

Derks ouders hebben echter genoeg van het Calvinistische, stijve en behoudende Duitsland en zien betere kansen in het meer liberale Nederland. Ze denken er als boerengezin met frisse plannen een betere toekomst te hebben. Ubbo Mansholt sr. was met zijn zonen al doende met het kweken van nieuwe akkerbouwgewassen als tarwe, aardappelen en erwten die beter bestand moesten zijn tegen de slechte weeromstandigheden. Halverwege de 19e eeuw hadden de boeren veel slechte oogsten door de aanhoudende regens en de strenge winters.

De schoolloopbaan van Derk is kort. Hij is er trots op dat hij al zijn kennis via zelfstudie heeft verworven. Maar hij heeft een goede start op het schooltje in Ditzum. Hij krijgt gedegen lessen schei- en natuurkunde van goede onderwijzers van wie er eentje zelfs hoogleraar in Hannover zal worden. Derk en zijn broer Jochum en later de zonen Ubbo jr. en Riek verwerven faam met hun veredeling van gewassen en moderne ideeën over het bemesten van de aarde. En het blijft niet bij ideeën over de akkerbouw. De familie heeft ook een sterke eigen kijk op de samenleving.

In een afscheidsbrief aan een nichtje schrijft Derk: “De volgende keer dat ik je zie hebben we boeldag en daarna vertrekken we naar ‘das kalte Holland’. Maar we nemen ook veel mee. Vooral de kunst, muziek en gedichten”. Een hardnekkig verhaal in de familie is dat Derk een geheime liefdesrelatie in Ditzum met veel moeite heeft moeten verbreken voordat hij verhuisde. 

Het Engelse kamp

Uit het dagboek van Hetty Mansholt (geboren 20 april 1898).

Hetty is 17 jaar en geniet volop van de danslessen met ‘Siefried’, haar oude vriendinnengroep uit het Zuiderpark in Groningen. Iedere week worden ze met koetsjes opgehaald om te gaan dansen. Als ze de one step, two step foxtrot leren, houdt ze er mee op. “Het geeft me een te vrij gevoel”, schrijft ze in haar schriftje. Tennissen doet ze ook op de banen van de boerderij ‘Landlust’ van Egbert Vorenkamp aan de rand van Helpman. Bij het theehuis en het doolhof liggen ook enkele tennisbanen van aangestampt zand.

Even later schrijft ze over de Engelse soldaten die in de stad zijn gelegerd. De Eerste Wereldoorlog is in volle gang. Ze hebben hun kamp opgeslagen in houten barakken achter het Sterrebos, op het terrein waar Hetty hockeyt. Omdat Nederland neutraal is gebleven moeten ze volgens internationaal recht soldaten van strijdende partijen opvangen. De Engelse soldaten zijn op afroep beschikbaar voor de strijd aan het front in België, maar ze zullen ruim 4 jaar in Groningen blijven. De houten barakken, door de Engelsen Timbertown genoemd,  zijn verre van comfortabel. Zomers zeer warm, koud in de winter. “De Tommy’s veroveren vooral de harten van de burgermeisjes”, schrijft Hetty. “Ze lopen gearmd door de Heerenstraat en dan gaan ze mee naar Engeland, maar komen later teleurgesteld terug met een kind”.

Het dagboek van soldaat John Henry Bentham vertelt het verhaal van Engelse zijde:

“We waren een echte bezienswaardigheid in Groningen: grote groepen mensen kwamen ons door het kazernehek aanstaren. Vooral op zondagmiddag was het erg druk: we voelden ons als apen in een dierentuin. We waren trouwens erg populair bij de Groninger meisjes en door het hek van de kazerne heen werden de eerste vriendschappen aangeknoopt”. De soldaten zorgen voor een krachtige schokgolf. Het uitgaansleven is levendiger dan ooit. Er wordt een nieuw soort muziek gemaakt. Er zijn nieuwe theatervoorstellingen waar de soldaten ook de vrouwenrollen spelen en de stedelijke voetbalclub Be Quick wordt kampioen mede dankzij Engelse spelers. Een aantal soldaten maakt cabaret met zang en dans, soms verkleed als vrouwen. Onder de naam Timbertown Follly’s maken de Engelsen furore en treden op in de stad en daarna trekken ze door heel Nederland.

Hetty Mansholt, op de tennisbaan 1915
Het Engelse kamp