Henny Werkman ( 1882-1945) neef van mijn oma Hetty Voerman-Mansholt, ‘drukker van het paradijs’.

Buitenbeentje

In één van haar notitieblokken schrijft Hetty over haar neef Henny Werkman. Hetty’s moeder Grietje was goed bevriend met haar naamgenote Grietje Werkman-Louwes. Ze is een aangetrouwd familielid van haar vader Stefanus Louwes. Ondanks het leeftijdsverschil, Grietje Werkman is een stuk ouder, is er veel begrip over en weer. Wat een band schept is dat ze allebei op relatief jonge leeftijd weduwe zijn geworden.

Hetty kon zich haar tante Grietje nog goed herinneren van de vele bezoeken die ze haar brachten. Tijdens een van die bezoeken ging ze mee naar de nieuwe drukkerij van Henny Werkman, de zoon van Grietje. Hetty was nog een kind. Ze was een beetje bang voor Henny, deze 25-jarige man, het buitenbeentje van de familie.

…Ik had er geen zin in, als een echt kind, en van Henny kreeg ik een weinig aantrekkelijke indruk. Ik vond hem wat griezelig. Maar we moesten mee en toen zag ik voor het eerst in mijn leven de veelbesproken Henny. Hij leek me klein met een hoofd met weinig haar. Maar wel een baardje. Hij had een werkmanskiel aan. Met een glimlach begroette hij de familie en begon uitleg te geven over zijn werk, wat mij maar weinig interesseerde. Ik was 9 jaar en mijn zusje Ada 7 jaar…

Later schreef ze over hem:

…Henny werd geen nuttig lid van de maatschappij, niet als mijn zus Ada en zijn broers Pieter en Tinus. En ik eigenlijk ook niet. We wisten onze richting niet en hadden onze grond  nog niet gevonden. En de man die zo vaak een weg gewezen had, spanningen had helpen oplossen, gemoederen had gekalmeerd was er niet meer…

Wat Hetty als meisje niet had kunnen weten was dat haar achterneef zich zou ontwikkelen tot een spraakmakend kunstenaar. Ze ziet veel overeenkomsten tussen zijn leven en dat van haar. Ook Henny verhuist met tegenzin van het platteland van de Marne naar de stad. Zijn vader, veearts, overleed toen hij negen was. Hij liep een zware verkoudheid op tijdens een sneeuwjacht die eindigde in een longontsteking. In Groningen ging hij net als Hetty naar de middelbare school, maar hij voelde zich daar niet thuis en haakte na de derde klas af om een opleiding tot drukker te volgen. Hetty begreep hoe hij zich daar voelde.

…Een fantasierijke jongen moet zich daar eenzaam hebben gevoeld. De omgeving was ook geheel anders. Niet meer iedereen groeten en geen bekenden zoals in Leens, maar er waren veel vreemden. Werkman was geen notabel meer maar ook iemand zoals alle anderen. Er werden allemaal eisen aan ze gesteld waar ze nooit aan gedacht hadden: aanspraak, kleding, manieren, sneller reageren. De stad was wel een boeiende wereld, maar je eigenheid was verloren…

Drukker van het paradijs

Jaren na zijn dood verschijnt er een boek over zijn leven met als titel ‘De drukker van het paradijs.’ Als Hetty het boek leest, borrelen weer allerlei herinneringen op. Ergens op een pagina schrijft ze in de kantlijn:

…Hijwas niet hard genoeg. Dat was precies wat de familie hem verweet. Aanpakken is het wachtwoord, studeren en tentamens halen. Een doel voor ogen hebben. Doorzetten. Iedereen bemoeit zich ermee en het help niet…

Waren dit woorden over Henny Werkman of sloegen ze ook op haar eigen jeugd? Hoe dan ook. Henny had wel een doel voor ogen, maar het was een ander doel dan zijn familie voor ogen had.

Henny Werkman was er de persoon niet naar om met zijn neus in de boeken te zitten. Hij wilde iets met zijn handen doen, iets maken. Tekenen was zijn grote liefde, afbeeldingen maken op papier. Hij is diep onder de indruk van het werk van Vincent van Gogh die na zijn dood steeds meer bewonderaars krijgt.

Bij een foto van de jonge Werkman in een boek over zijn leven schrijft Hetty: …Het was de eerste foto die me opviel in het boek. Hij lijkt daar net op Stefanus, na een nacht doordraaien…

Wat moet hij doen om in zijn levensonderhoud te voorzien? In de kunst was voor hem geen droog brood te verdienen. Het was ook niets iets wat zijn familie zag zitten. Op school blonk hij naast Tekenen uit in Nederlands. Dat duwde hem in de richting van een baantje bij de krant. Hij wordt verslaggever bij het Groninger Dagblad en later de nieuwe Groninger Courant, maar dat is niets voor hem. Het voelt als een keurslijf waarin hij zijn creativiteit niet kwijt kan. En… hij wordt verliefd op Jansje Cremer, een blonde dochter uit een welgestelde familie. Wat moet ze met een journalist die rond moet komen van een hongerloontje? Het roer gaat om. Henny keert terug naar zijn grote passie waar hij voor heeft geleerd, het drukkersvak.

Na een tijdje koopt hij met geld van zijn moeder een kleine drukkerij in de stad Groningen. Hij weet er aanvankelijk een succes van te maken. Nu hij goed in zijn vel zit, krijgt hij ook de ruimte om zich als kunstenaar te ontwikkelen. Hij maakt tekeningen, schilderijen en vooral kunstdrukken die druksels worden genoemd en waarmee hij zijn naam weet te vestigen. Mooi om te vermelden is dat hij vanaf 1910 ook de Verkadeplaatjes ging drukken die onder meer door de echtgenoot van Hetty, Jan Voerman jr., werden getekend. Hij wordt lid van De Ploeg, een kunstenaarsvereniging uit het noorden van het land die vooral in het begin van de twintigste eeuw veel opzien baarde.

Het is bijzonder om opnieuw te zien hoe de verschillende families van Peter Voerman elkaar op dit soort punten raken.

Gefusilleerd

Hetty blijft de loopbaan van haar achterneef volgen, maar het voert te ver om hier nog uitgebreider op het leven van Henny Werkman in te gaan, hoe verleidelijk dat ook is. Anderen hebben al uitvoerig over hem geschreven.

Ter afsluiting alleen nog het volgende. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sluit hij zich aan bij het uitgeverscollectief De Blauwe Schuit. Onder deze vlag brengt Henny druksels uit die in bedekte vorm kritiek leveren op de Duitse bezetter. Het zou hem zijn leven kosten.

Aan het eind van de oorlog wordt hij gearresteerd. Nog geen maand later wordt hij op tien april 1945 in Bakkeveen gefusilleerd, als het kanongebulder van het Canadese leger bij wijze van spreken in de verte al is te horen. Een grafmonument in het Friese plaatsje vormt een blijvende herinnering aan deze dappere en vernieuwende kunstenaar.

Dit is een fragment uit het boek “Uit Zeeklei gebakken” over de families Mansholt, Louwes, Dijkhuis en Zijlma. Geschreven door Kees Opmeer en het is hier te koop.

Hendrik Nicolaas Werkman, ofwel neef Henny

Monument voor oorlogsslachtoffers waaronder Henny Werkman in Allardsoog bij Bakkeveen

De vriendschap tussen schrijver Multatuli (Eduard Douwes Dekker 1820-1887) en Derk Roelfs Mansholt (1842-1921)

Kleinzoon Sicco Mansholt benoemt een van de inspiratiebronnen van zijn opa Derk Roelfs Mansholt:

…We woonden op een boerderij die Thorum (oude benaming van het stadje Torum) heette, gekocht door mijn grootvader. Een Duitser… die naar Nederland was gekomen. Ook een bewogen mens, boer en socialist. Er waren toen nog maar weinig socialisten, maar ze waren zeer actief. Een van zijn vrienden, Eduard Douwes Dekker (pseudoniem Multatuli) was een van de beste politieke schrijvers van zijn tijd. Het was geen kleinigheid om in Indonesië tegelijk opstandig én ambtenaar te zijn. Multatuli heeft meerdere malen op de boerderij van mijn grootvader gelogeerd en dan schaakten ze met elkaar en maakten muziek…

De eerste ontmoeting

Financiële problemen leidden ertoe dat Multatuli gedwongen werd steeds meer lezingen te geven. Ook in het noorden was hij een veelgevraagd spreker. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat hij niet van deze optredens hield. Vaak kwam hij terecht in achterafzaaltjes van plaatselijke kroegen en cafés. Rokerig, rinkelende glazen, veel rumoer en geschreeuw. Hij voelde zich daar allesbehalve thuis, maar er moest geld in het laatje komen.

Voor Derk was dat niettemin een mooie kans om hem eindelijk persoonlijk te ontmoeten. Ze spraken elkaar voor het eerst op elf maart 1878 na afloop van een lezing in de Harmonie te Groningen, één van de oudste sociëteiten van ons land. Het was een plek waar Multatuli zich wat beter op zijn gemak voelde. Multatuli logeerde in Groningen bij een wederzijdse vriend, Versluys, waardoor een ontmoeting op het logeeradres snel was afgesproken.

Het leek meteen te klikken. Ze wisselden verhalen en ervaringen uit. Multatuli bleek erg geïnteresseerd te zijn in het boerenleven en in de beeldende verhalen van Derk over zijn jeugd en zijn verhuizing naar het platteland van Groningen. Heel graag zou hij een keer een boerenbedrijf willen bezoeken. Dat was snel geregeld. Stadsjongen Multatuli bezocht verschillende keren het boerenbedrijf in Meeden en later de boerderij Torum in de Westpolder die Derk in 1882 had betrokken. Ze discussieerden tot diep in de nacht en speelden schaak. Later zou Derk ook met de vrouw van Multatuli, Mimi, schaakpartijen spelen. Ze wisselden zetten uit via de brieven die Derk en Multatuli elkaar stuurden. Het waren partijen van de lange adem.

Multatuli was hem dankbaar voor de bezoeken. Hij liet het in één van zijn brieven weten:

…Ik ben met zoo veel genoegen by U geweest! Ik wist het wel dat die beschaafd-eenvoudige toon me bevallen zou! Hartelyk dank voor Uw lieve ontvangst…

Hij ondertekende met ‘Dek,’ een koosnaam van thuis en alleen bestemd voor vrienden. (zie briefkaart hieronder). Lees hier meer over de schaakpartijen tussen Douwes Dekker en Mansholt

Dit is een fragment uit het boek “Uit Zeeklei gebakken, Familie Mansholt generaties van nuchtere Groninger boeren en wereldverbeteraars”. Het boek is geschreven Kees Opmeer en uitgegeven bij Stichting Cultuurfilms Drenthe. Het is hier te koop

Eduard Douwes Dekker (Multatuli) schrijft aan de Max Havelaar

De jeugd van Derk Roelfs Mansholt (1842-1921) in het Reiderland

Het is 29 maart 1842, een bewolkte en kille dag, als Derk Roelfs Mansholt wordt geboren. Zijn wieg staat in Noord-Duitsland, het vruchtbare en open gebied waar de Eems uitmondt in de Dollard en dat het Reiderland wordt genoemd. Het is een landschap dat veel lijkt op de uitgestrekte polders van het Groninger land. Zijn ouders Ubbo en Tettje wonen op een boerderij in Ditzumerhamrich, op nummer veertien. 

Inwoners van Oost-Groningen en de mensen die in het gebied rond de Eems wonen, zoals Ubbo en Tettje spreken min of meer hetzelfde dialect. De landsgrens vormde een formele scheidslijn, maar meer was het niet. Eigenlijk bestond Duitsland nog niet als natie. Het was een allegaartje van vorstendommen waarin min of meer dezelfde taal werd gesproken. Van eenheid als natie was nog nauwelijks sprake.

Jonge jaren tussen graan en slik’

Derk blijkt een bijzondere jongen te zijn. Hij is slim, ondernemend en creatief. Dat we zoveel van hem weten hebben we te danken aan het feit dat hij zelf zijn jeugdherinneringen heeft beschreven. Aanleiding daarvoor was zijn veertigjarig huwelijksfeest in 1909. Hij wilde zijn inmiddels uitgebreide familie graag laten weten uit wat voor nest hij kwam en in wat voor omgeving zijn wortels lagen.

Bineke Mansholt en Eliza Gussenhoven-Mansholt, twee van zijn achterkleinkinderen, hebben zijn teksten verwerkt in een boek onder de titel: ‘Jonge jaren tussen graan en slik.’ Het leert ons veel over de omgeving waarin hij opgroeide en over zijn denkbeelden die van hem een Groninger boer maakte met een grote maatschappelijke betrokkenheid. Met zijn denkbeelden heeft Derk de kiem gelegd voor de loopbaan van zijn kleinzoon Sicco Mansholt die zich ontwikkelde tot een politicus van nationale en later zelfs internationale allure.

Winter

In de wintertijd hoopte Derk op ijs om te kunnen schaatsen. Het was een van zijn favoriete sporten. Jammer genoeg voor hem kwamen strenge winters met een langdurige vorstperiode niet zo vaak voor. Over het algemeen waren de winters nat en guur, met storm, regen of natte sneeuw, allemaal onder invloed van het zeeklimaat. Buiten viel er dan niet veel te genieten, maar binnen wel.

Na het avondeten deden ze spelletjes als kaarten en schaken. Met veel plezier maakten ze ook samen muziek. De grote drijvende kracht hierachter was zijn vader die graag met anderen meerstemmige liederen zong, vooral psalmen en gezangen. Derk vond het prachtig. Hij kreeg fluitles en later pianoles. Het maakte hem tot een verdienstelijk pianist.

Zijn vader en moeder hadden bovendien veel boeken waarin hij zich kon verliezen. Dat was best wel bijzonder en een geluk voor Derk. De meeste boeren lazen hooguit de bijbel en wat vaktijdschriften. De boeken van thuis lieten hem een wereld zien die groter was dan de geïsoleerde streek rond zijn ouderlijke boerderij. Het droeg bij aan zijn kennis en maatschappelijke betrokkenheid.

Dit is een fragment uit boek “Uit Zeeklei gebakken”, over de familie Mansholt: generaties van nuchtere boeren en wereldverbeteraars. Het boek is geschreven door Kees Opmeer en het is hier te bestellen.

De pacht boerderij van Ubbo en Tetje Mansholt in Ditzumerhamrich

Foto van de kolk, waarschijnlijk genomen rond 1910 toen Derk Roelfs terugkeerde naar zijn geboortehuis. Hij merkte op dat de ko0lk toen al deels was dichtgegroeid.

De huidige kust van het Reiderland aan de Dollard

De gedwongen verkoop van boerderij ‘Torum’ in de Westpolder zorgt voor ruzie binnen de familie Mansholt.

Verontwaardiging

Hetty Mansholt logeerde al geruime tijd meer jaarlijks op haar geliefde Torum bij oom Bert en tante Wabien Mansholt. Toch werd ze opnieuw met Torum geconfronteerd, maar niet op een manier die ze graag  had gewild. In 1921 overleed opa Derk. Wat betekende dit voor Torum waarvan Derk nog steeds eigenaar was? Bert huurde de boerderij al sinds jaar en dag. Hij zag in het overlijden van zijn vader aanleiding de boerderij te kopen. Het was een kapitaal pand met bijgebouwen en vruchtbare grond. Maar Bert had niet voldoende geld om zijn broers en zussen uit te kopen. Diep in zijn hart rekende hij erop dat iedereen Torum in familiebezit wilde houden.

Het bod dat hij deed zorgde voor onbegrip in de familie. Hij wilde niet meer betalen dan 86.000 gulden. Nu lagen de prijzen in die tijd heel anders dan tegenwoordig, maar zelfs voor die tijd was dit een belachelijk laag bedrag. Uit een taxatierapport, dat in die tijd is opgemaakt, worden boerderij en landerijen gewaardeerd op 140.184 gulden.

Willem, die inmiddels directeur van het academisch ziekenhuis in Groningen was, sprak hierover namens de familie zijn verontwaardiging uit. Hiermee zou iedereen tekort worden gedaan, behalve Bert natuurlijk.

Bert vond een hogere prijs onverantwoord in deze eerste moeilijke jaren na de oorlog waarin de economie was ingestort. Daar kwamen zijn socialistische principes bij. Speculatie met grond was onverantwoord, vond hij, in navolging van zijn vader die hij hierbij aanhaalde.

Willem had zijn twijfels of hun vader de laatste jaren nog steeds deze principes over grond als gemeenschappelijk bezit huldigde. Tegen zijn broer haalde hij de woorden aan die Derk ooit had uitgesproken. …Zo lang er geen socialisatie van grond is, heb je te bedenken dat alles wat je te weinig krijgt een cadeau is voor wie het koopt…

In de biografie over Sicco Mansholt (2e zoon van Bert en Wabien) speelt de verkoop van Torum een belangrijke rol. Sicco heeft zijn leven lang getreurd over deze verkoop. In zijn biografie wordt Willem weggezet als een geldwolf. Hij zou Bert en Wabien de boerderij niet gunnen. Hiermee kreeg hij onterecht het stempel van iemand die uit was op eigen belang. Dat is niet de werkelijkheid. Door Hetty weten we dat Willem begaan was met het lot van Hetty en Ada die het zonder hun vader moesten zien te redden met alle financiële narigheid van dien. Met een deel van de opbrengst van Torum zouden Grietje en haar dochters uit de financiële problemen kunnen komen.

Bert en Willem kregen ruzie. Tegen haar zin kreeg Hetty met deze vervelende affaire te maken. Oom Bert had haar namelijk gevraagd om te bemiddelen tussen hem en de rest van de familie. Hij schreef zijn nichtje een emotionele brief waarin hij haar bijna wanhopig om steun smeekte. Waarom juist Hetty? Door alle logeerpartijtjes kende hij haar natuurlijk door en door, wetende dat Hetty een grote bewondering voor hem koesterde. Ze was een slimme, enthousiaste meid die met iedereen in de familie goed kon opschieten. Bovendien was ze de oudste dochter van zijn overleden en alom geliefde broer Ubbo.

Boeldag

Hetty die inmiddels in Den Haag woonde, voelde zich in grote problemen gebracht. Wat moest zij als meisje van 23 jaar met dit onmogelijke verzoek? Het ging om zaken waar ze totaal geen verstand van had. Het betekende ook dat ze tegen haar eigen belang in moest gaan. Ze voelde zich alleen staan en zocht hulp bij haar moeder Grietje en jongere zus Ada Maar Grietje wilde hier niets mee te maken hebben en ontvluchtte deze lastige kwestie door met Ada op vakantie naar Duitsland te vertrekken. Het kwam wel vaker voor dat Grietje haar huis in de villawijk ontvluchtte. Ze voelde zich niet thuis in het drukke leven van de stad waarin ze wegzonk in de anonimiteit en het kleinschalige, dorpse leven miste.

In één van haar notitieblokjes schreef Hetty:

…Hoe graag ik wilde, dit was iets wat ik niet kon oplossen! Ma zat in Duitsland met Ada en vond dat ik mijn boontjes zelf moest doppen. Zij kon het ook niet, maar ze gaf mij geen begrip of medeleven, zoals zo vaak in die jaren. Ik heb oom Bert nooit geantwoord…

Er zat niets anders op dan een boeldag te houden nu de familie niet tot een vergelijk kon komen. Het was buurman Smit die er met de buit vandoor ging. Hij verwierf de opstallen voor 128.000 gulden, gezien het taxatierapport voor een veel te laag bedrag. Het zou nooit meer echt goed komen tussen de twee broers. Ook Sicco was erg teleurgesteld. Hij was graag op Torum als boer aan het werk gegaan.

Bert en Wabien lieten in Glimmen een mooi nieuw huis bouwen, vlakbij de Drentse Aa (Huis ter Aa). Bert en Wabien waren uiteindelijk niet zo rouwig om de verkoop van de boerderij. Ze kregen de tijd om zich voluit op het politieke bestuur te richten. Bert als gedeputeerde van Groningen en Wabien als gemeenteraadslid. En hun kinderen konden in de stad Groningen studeren zonder dat ze in de kost hoefden.

Dit is een fragment uit het boek “Uit Zeeklei gebakken” van Kees Opmeer. Het boek is hier te koop. Ook bij de boekwinkel te bestellen of bij de museumwinkel van Landgoed Verhildersum te Leens.

Taxatierapport van Torum

Herinneringen aan Torum

Interieur

Mijn oma Hetty Voerman-Mansholt (1898-1987) heeft het interieur van de boerderij van haar opa en oma Mansholt ‘Torum’ nauwkeurig beschreven.

Je kwam binnen door een brede gang met zachte biezen matten en vele tussendeuren. Een van de deuren gaf toegang tot een ‘alkoofachtige’ kamer waar een enorm hemelbed met groene gordijnen stond. Dubbele glazen deuren kwamen uit op het balkon. Aan de andere kant van de gang bevond zich een lange smalle kamer waar oom Bert sliep. Daarnaast lag een grotere kamer met grote kasten en twee bedsteden. Dit was de logeerkamer voor de kleinkinderen. Achter die kamer was nog een kleine slaapkamer voor ‘Teeke’ zoals tante Theda werd genoemd.

De voorkamer was de pronkkamer, zoals in veel statige boerderijen, en verboden terrein voor de kinderen. Ze mochten er alleen komen als er volwassenen bij waren. Hetty had de neiging om op haar tenen te gaan lopen, zo deftig vond ze deze pronkkamer. In het midden stond een grote tafel van mahonie met rondom zware stoelen die versierd waren met prachtig houtsnijwerk. Tegen de muur stond een sofa die kenmerkend was voor de negentiende eeuw; weelderig bekleed en voorzien van ietwat protserige ornamenten. Hetty durfde er niet op te zitten. Aan de muur met het kleurrijke behang vol bloemen hingen de familieportretten. Voor een van de vier met blinden gesloten ramen stond een piano. Wat de meeste indruk maakte was de grote klok met het beeld van Adam die de wereld torst, omgeven door engelen, de zon en de maan.

Sommige beelden van opa zijn haar altijd bij gebleven.

…Opa zat in de huiskamer aan zijn bureau te schrijven. Hij had een barometer en boeken en papieren om zich heen verspreid, want hij was erg knap en kon het weer voorspellen. Hij schreef in de krant en hij schreef ook boeken. Oom Bertus had de leiding over het werk op de boerderij. Tante Theda deed de huishouding. Beide waren ongetrouwd.

Al gauw werd de tafel gedekt voor het middageten. Opa zat in zijn armstoel en Oma zat op een stoel die een erg hoge en rechte rug had. Zelfs als er thee werd gedronken zaten de anderen mensen op ‘gewone’ stoelen om de tafel. Voor kinderen werd een laag voetenbankje op een stoel gezet en dat wiebelde. Boven de tafel hing de petroleumlamp met de wit porceleinen kap en drie gietijzeren krularmen. En in de hoek stond de mand voor Nellie, Oom’s hond…

‘Een machtige persoonlijkheid’

Wat Hetty zich als klein meisje nog goed herinnerde was de rol die muziek in Torum speelde. Vanuit zijn jeugd in Duitsland had opa Derk zijn smaak voor goede muziek meegebracht. Componisten als Beethoven en Brahms waren favoriet bij hem. Maar muziek maken deed je niet alleen, vond hij. Hij nodigde graag andere mensen bij hem thuis uit om samen te zingen of een instrument te bespelen. In de weinige vrije tijd die hij had leidde hij zelfs een tijd een koor in het nabijgelegen Ulrum.

Muziek werd de kinderen met paplepel ingegoten. Ze zongen duetten of kwartetten en genoten van de liederen van Schubert en Schumann.

…Een door de hele schaar jongelui uit volle borst aangeheven Duits ‘Wändervögel’-lied was niet zelden een aanleiding om eens uitbundig pret te maken…

Torum was in de uitgestrekte Westpolder een oase van cultuur en wetenschap. Overal kwam je boeken tegen, schilderijen hingen aan de muur en in alle kamers vond je wel een muziekinstrument. De schrijver Multatuli kwam er regelmatig en ook nog voor langere tijd logeren. Iedereen in  huis nam deel aan de levendige discussies over cultuur en politiek die niet zelden in een chaos van armgebaren en stemverheffing uitmonden, maar nooit in echte ruzie. En dat allemaal gestimuleerd door Derk die mensen met zijn uitgesproken en gedurfde standpunten wist te inspireren. Geen gemakkelijk man, weerbarstig soms, maar altijd boeiend.

… Een meisje van zeven jaar weet dit nog niet zo allemaal, maar zij voelt in die grootvader met zijn hangsnor en onderzoekende lichte ogen een machtige persoonlijkheid…

Dit is een fragment uit het boek “Uit Zeeklei gebakken” van Kees Opmeer. Het boek is hier te koop. Ook bij de boekwinkel te bestellen of bij de museumwinkel van Landgoed Verhildersum te Leens.

Hetty Mansholt (2e van links) met haar zus Ada (geheel links) en een neef en nichtje bij Torum

Interieur van Torum

Sicco Mansholt (1908-1995) als mister Europe

Naar Brussel

Met zijn Europese benoeming sloot Sicco een loopbaan van meer dan twaalf jaar als minister van Landbouw af. In zijn tijd als minister maakte hij ondanks zijn volle agenda in het weekend regelmatig tijd vrij om vanuit zijn nieuwe woonplek, een villa aan de prinses Marielaan in Wassenaar, naar zijn boerderij in de Wieringermeer te reizen. Voor de dagelijkse werkzaamheden op de boerderij had hij een bedrijfsleider in dienst genomen. Maar het boerenbloed stroomde nog steeds door zijn aderen. Hij verruilde zijn pak voor een overall en klom op de trekker. Aan zijn gezicht kon je zien hoe hij daar nog steeds van genoot.

Als  minister had hij deel uitgemaakt van zes kabinetten. Het was een uitzonderlijk lange periode.

Maar nu wachtte Brussel. Dat betekende een heel ander leven. Hij moest verhuizen naar de mondaine Belgische hoofdstad; met frisse tegenzin, maar hij begreep dat hij geen keus had. Zijn boerderij in de Wieringermeer moest hij ook opgeven. Dat waren de regels vanuit Europa. Als lid van de Europese Commissie moest hij volledig onafhankelijk zijn. Geen nevenfuncties en geen eigen bedrijf.

Als eurocommissaris met de belangrijkste portefeuille hield hij vast aan de weg die hij als minister was ingeslagen. Het zou de basis vormen voor de Europese eenwording die door de Verenigde Staten, in de persoon van president Kennedy, waar mogelijk werd gestimuleerd. Diens belang was dat een verenigd Europa een stevige vuist kon maken tegen de dreiging van de Sovjet Unie.

Uitgebreide  trukendoos
Sicco liet er geen gras over groeien. Vanaf zijn eerste dag maakte hij zich sterk voor de garantie van vaste prijzen voor landbouwproducten, alsof hij de hete adem van opa Derk in zijn nek voelde. Deze vaste prijzen moesten voor de hele Europese markt gaan gelden.

Dat was nogal wat. De landen van de Europese Economische Gemeenschap moesten daarvoor bereid zijn veel keuzevrijheid op te geven. Ze stonden huiverig tegenover deze voorstellen van Sicco die een breuk met het verleden betekenden.

Maar als deze Groningse boer eenmaal iets in zijn kop had, liet hij niet meer los. Als voorzitter leidde hij de bijeenkomsten die eindeloos lang konden duren. Het deerde hem niet. Nu kwamen zijn kwaliteiten als politicus in volle omvang naar voren. Hij combineerde zijn kennis met een grote mate van intellectuele behendigheid en doorzettingsvermogen. Lichamelijk was hij ook niet kapot te krijgen, hoe lang de slopende bijeenkomsten ook doorgingen, soms tot wanhoop van zijn tafelgenoten.

Tijdens die marathonzittingen verloor hij nooit het overzicht. Als ver na middernacht de hoofden begonnen te hangen en de onderhandelingen vastliepen, omdat niemand door de bomen het bos nog zag, leek Sicco op te leven. Hij rekte zich uit, keek met een opgewekt gezicht de tafel rond en zei handenwrijvend: ‘Mijne heren, we schieten lekker op.’

Speelde hij een rol of meende hij wat hij zei? Hij heeft zich daarover nooit uitgelaten, maar we weten wel dat hij over een uitgebreide trukendoos beschikte.

In de brochure 100 jaar Sicco Mansholt, van boer tot eurocommissaris komen we de volgen

de passage tegen:

…Legendarisch waren de zittingen van einde 1961 en begin 1962, waarbij de Europese eenwording met grote stappen voorwaarts ging. Volgens de overlevering had Mansholt op een nacht in die periode slechts één velletje papier voor zich met daarop trefwoorden, krulletjes, haakjes en enkele aantekeningen in rood over wat de landen onderling konden ruilen. Overeenstemming was ver te zoeken. In een vijf minuten durende bedenktijd tekende Mansholt, in een uiterste poging een compromis te bereiken, nieuwe lijntjes op papier. Daarop vroeg hij uitsluitend met een ‘ja’ of ‘nee’ over het laatste voorstel te stemmen. Bij eventuele discussie zou hij zijn voorstel intrekken. De Duitse minister van Landbouw, Schwarz, die iets wilde zeggen, kreeg te horen dat hij achteraf mogelijk nog iets kon wijzigen, maar eerst moest er gestemd worden. Vijf landen stemden voor. Schwarz aarzelde, totdat iemand hem vroeg: ‘Ja oder nein, Herr Minister?’ Het antwoord van de excellentie luidde positief. ’s Ochtends om half zes openden de deuren van de vergaderruimte met een verheugend bericht: de EEG was de tweede fase ingegaan. Het waren de eerste afspraken voor de organisatie van een gemeenschappelijke markt voor granen, groenten en fruit, wijn, varkensvlees, gevogelte en eieren.

Nog op dezelfde dag na die ware marathonzitting ontspande Mansholt zich alweer tijdens werk aan zijn boot…

‘Bauernkiller’

De gevolgen van de gemeenschappelijke Europese markt waren ook voor ons land groot. Hoewel de landbouwproductie opzienbarend groeide nam het aandeel boeren en landarbeiders in de totale beroepsbevolking snel af: van 19,3 procent in 1947 naar 10,7 procent in 1960. En dat terwijl aan het eind van de negentiende eeuw nog meer dan de helft van de beroepsbevolking aan de landbouw was verbonden. Nederland was bezig zich in hoog tempo te ontwikkelen van een agrarische gemeenschap tot een land van industrie en diensten.

Het doortastende beleid bleek ook een schaduwzijde te hebben. De schaalvergroting en modernisering van de landbouw leidden tot een verschraling van het landschap. Europa werd er niet mooier op.   

Een ander gevolg van zijn beleid was een toenemende onvrede onder boeren. Voor kleine boeren was het moeilijk het hoofd boven water te houden. De groeiende regelzucht van de Europese Gemeenschap was een doorn in het oog van de boeren. Waar bemoeit die lange Hollander zich mee?

Brussel en andere Europese steden werden het toneel van demonstraties waarbij het er soms gewelddadig aan toe ging. Aanvankelijk stond  Mansholt hier nogal laconiek tegenover. Dit was nu eenmaal de prijs van noodzakelijke, ingrijpende veranderingen. Het kon niet anders. Boeren moesten verder kijken dan hun neus lang was. Hij onderschatte de frustraties die zich verder en verder opbouwden.

In Duitsland gaven boeren hem de bijnaam ‘Bauernkiller’. Andere landen van de EEG hadden zo hun eigen benamingen. Ook in Nederland broeide de onvrede als een ondergrondse veenbrand. In het Drentse Hollandscheveld, onder de rook van Hoogeveen, kwam het in maart 1963 tot een uitbarsting die bekend zou worden als de ‘Opstand der Braven.’ Leider van de boerenopstand was Hendrik Koekoek die kort daarna met zijn boerenpartij met drie zetels in de Tweede Kamer zou komen. Het was een signaal dat de traditionele partijen de belangen van boeren onvoldoende behartigden.

Sicco Mansholt was een neef van mijn oma Hetty Voerman-Mansholt (1898-1988) . Ze waren beide kleinkinderen van Derk Roelfs Mansholt. Dit is een fragment uit het boek “Uit Zeeklei gebakken” van Kees Opmeer. Het boek is hier te koop.

Sicco Mansholt werd bij een lezing in Duitsland geconfronteerd met boze boeren

Derk Roelfs Mansholt (1842-1921)

‘Jonge jaren tussen graan en slik’

Derk Roelfs Mansholt heeft, ter ere van zijn vijftigste verjaardag, zijn jeugd in het Reiderland beschreven. Bineke Mansholt en Eliza Gussenhoven-Mansholt, twee van zijn achterkleinkinderen, hebben deze teksten vertaald en verwerkt in een boek onder de titel: ‘Jonge jaren tussen graan en slik.’ Het leert ons veel over de omgeving waarin Derk opgroeide en over zijn denkbeelden die van hem een Groninger boer maakte met een grote maatschappelijke betrokkenheid. Met zijn denkbeelden heeft Derk de kiem gelegd voor de loopbaan van zijn kleinzoon Sicco Mansholt die zich ontwikkelde tot een politicus van nationale en later zelfs internationale allure. Hieronder een fragment uit zijn lagere school tijd.

Lepel in zijn knoopsgat

Derk bezocht een plattelandsschool waar kinderen vanuit de hele regio naar toe gingen. Het was ongeveer een kwartier lopen naar deze school in het gehucht Aaltukerei, halverwege de dijkweg naar Ditzum. Hygiëne was ver te zoeken in dit bedompte gebouw met maar één ruimte waar alle kinderen les kregen, tachtig leerlingen, jong en oud bij elkaar. Dat was niet de ideale plek om goed te leren. Het was wel de ideale plek om kattenkwaad uit te halen met zijn vrienden. De arme leerkracht kwam ogen en oren te kort om de orde te handhaven. Voldoende aandacht voor iedere leerling was er lang niet altijd bij. Over die arme leerkracht die zoveel kinderen in toom moest houden, schreef Derk:

…De onderwijzer die zo karig werd betaald dat hij iedere avond bij één van de ouders aan moest schuiven voor zijn maaltijd, had de lepel in zijn knoopsgat…

Het was een zwaar en uitzichtloos leven voor deze onderwijzer, een leven waarin eenzaamheid en armoede de boventoon voerden. Van zijn salaris kon hij niet rondkomen. Hij bewoonde een kamer in een naast de school gelegen woning. Als een bedelaar ging hij ’s avonds bij de gezinnen van zijn leerlingen langs om zijn kostje bij elkaar te scharrelen. Dat waren de secundaire arbeidsvoorwaarden van die tijd. Er waren weken bij dat hij iedere dag hetzelfde te eten kreeg, vooral in de winter, zoals stamppot of wortels met spek.

De onderwijzer kreeg steeds meer last van sombere buien. Wat had hij voor toekomst? Uiteindelijk zag hij geen uitweg meer. Op een ochtend werd hij in zijn kamer gevonden, hangend aan een touw.

 … De arme man was zo vermagerd dat hij het niet nodig vond een behoorlijk stuk touw te nemen, maar een stuk pakte waarmee destijds de ganzenveren werden samengebonden…  

Deze tragische gebeurtenis heeft diepe indruk op de jonge Derk gemaakt. Maar ondanks de slechte omstandigheden op school heeft hij toch het nodige opgestoken, met dank aan de inzet van de onderwijzers. Het was zijn nieuwsgierigheid die hem verleidde om daarnaast veel aan zelfstudie te doen waardoor hij al met al  behoorlijk wat kennis heeft opgedaan. Terecht was hij daar trots op.

Dit is een fragment uit het boek Uit Zeeklei gebakken geschreven door Kees Opmeer. Het is hier te bestellen of te koop via de boekwinkel of bij de museumwinkel van Landgoed Verhildersum

In de pers over de familieboeken

Mansholt

Verhaal over Uit Zeeklei gebakken in het Dagblad van het Noorden

Rahder

Verhaal en Podcast over de familie Rahder van RTV Drenthe

Verhaal over de Familie Rahder in het Dagblad van Het Noorden

Stukje in het Dagblad van het Noorden over de audiotour

Voerman

Verhaal over het boek Gevangen in een paradijs RTVHattem

Bericht over de opening van de Voerman tentoonstelling in de Hattemer

Drie nieuwe boeken met beelden vanuit onze familie

Deze maanden verschenen er drie mooie boeken met beelden en verhalen waarin onze familie wordt genoemd.

Het boek van Dirk Kome gaat over snelfotografie en bevat een foto van Derk Roelfs Mansholt en zijn kleinzoon Dirk. Wim Eikelboom schreef een boek met verhalen over de IJssel en bevat twee verhalen met foto over de kunstschilders Voerman. En Ed Buijsman maakte een boek over de Verkadelabums de Grootte rivieren en Waar wij wonen. Hij laat daarin zien hoe de plaatsen eruitzien die ooit door Jan Voerman Jr. en Jan van Oort werden geschilderd.

De ruzie tussen Derk Roelfs Mansholt en Ferdinand Domela Nieuwenhuis

 ‘Us Ferlosser’

In 1879 leerde Derk Roelfs Mansholt (1842-1921) Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) kennen, voorman van de Sociaal-Democratische Bond, de eerste socialistische partij van ons land. Dat jaar was een keerpunt in het leven van Domela Nieuwenhuis. Hij richtte samen met een paar geestverwanten het blad ‘Recht voor Allen’ op, waarop de sociëteit in Meeden zich door een handigheidje van Derk had geabonneerd. Het was hetzelfde jaar waarin Domela Nieuwenhuis niet langer predikant wilde zijn. Hij was het bijna 10 jaar geweest, begonnen in Harlingen, maar hij kon het niet langer verenigen met alle onrecht dat hij om zich heen zag. Maar het was niet alleen dat. In zijn persoonlijk leven had hij veel verdriet ondervonden, zoals het vroegtijdig overlijden van meerdere echtgenoten. Hij is 4 keer getrouwd geweest. Hierdoor kon hij niet langer geloven dat er een God van liefde bestond.

Domela Nieuwenhuis hield niet op met prediken; niet langer over God, maar over het geloof in een betere samenleving. In zijn thuisbasis Friesland en in Groningen trok hij van dorp naar dorp en van stad naar stad om zijn geloof te verkondigen. Later breidde hij zijn werkgebied tot de rest van het land uit. Hij was meer spreker dan schrijver, geen wonder met een achtergrond als predikant. Door zijn gloedvolle, inspirerende, verhalen, zijn religieuze achtergrond en zijn markante kop met woeste baard en lange haren, lag een vergelijking met Jezus voor de hand. In Friesland werd hij liefkozend door de arbeiders ‘Us Ferlosser,’ genoemd. Het was een eretitel die later alleen Johan Cruyff nog ten deel viel, maar dat was om een geheel andere reden.

In de loop der tijd radicaliseerde hij steeds verder. In 1887 werd hij zelfs veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf, omdat hij zich schuldig had gemaakt aan majesteitschennis. Domela Nieuwenhuis werd anarchist.

Schrijven en lezen

Derk voelde zich zo aangesproken door zijn denkbeelden en charisma dat hij in 1888 in het Noorden campagne voor hem ging voeren. Het leidde tot een innige vriendschap tussen de herenboer en de gesjeesde dominee.

Derk leerde ook andere mensen rond Domela Nieuwenhuis kennen, zoals de journalist Joan Nieuwenhuis, voor zover bekend geen familie van Ferdinand. Joan Nieuwenhuis stond aan de wieg van de Hazewinkel Pers en het Nieuwsblad van het Noorden. Hij, die zichzelf ook tevergeefs kandidaat had gesteld voor de Tweede Kamer, drukte en publiceerde een vurig artikel van Derk met als titel Aan de Nederlandse boerenarbeiders. Dezelfde Nieuwenhuis gaf het Groninger Weekblad uit, een landelijk weekblad met een signatuur die Derk op het lijf geschreven was. Derk ging zelf ook stukken schrijven voor dit blad. Toen het Groninger Weekblad in de schulden raakte, sprong hij bij.

Het moet zo rond 1878 zijn geweest dat Derk Das Kapital van Marx ging lezen. Avond na avond zat hij over dit boek van ruim 800 pagina’s gebogen, af en toe stoppend om een aantekening te maken. Naast de vriendschap met Multatuli en Domela Nieuwenhuis heeft dit boek grote invloed op zijn denkbeelden gehad. Met zijn Duitse achtergrond kon hij het boek in de oorspronkelijke taal lezen. Dat hielp hem om de vaak complexe teksten goed te begrijpen. Zijn enthousiasme was zo groot dat hij een toegankelijke samenvatting wilde maken voor de Nederlandse lezers. Na een aantal pogingen gaf hij het op. Het lukt hem niet om de diepgravende theorieën in verkorte vorm duidelijk te maken.

Van scheurtjes tot breuk

Derk was een koppig man, overtuigd als hij was van zijn eigen gelijk. Conflicten lagen voortdurend op de loer. Het zou leiden tot een breuk met Domela Nieuwenhuis. Het eerste scheurtje zien we als Derk zich sterk maakt voor de verkiezingscampagne van Joan Nieuwenhuis in Friesland en Groningen. Deze campagne is niet echt een succes. De kroegen en zaaltjes blijven leeg als Nieuwenhuis daar komt spreken. Volgens Domela Nieuwenhuis is dat voor een deel de schuld van Derk. In al zijn wijsheid had hij bedacht om entreegeld te heffen van 50 cent. Het was bedoeld om verkeerd volk buiten de deur te houden dat alleen maar geïnteresseerd was in roken en drinken. Net als Multatuli haatte hij dat soort bijeenkomsten.

Een paar jaar later, in 1891 leidden de scheurtjes tot een definitieve breuk. In het blad Recht voor Allen viel een geloofsgenoot van Domela Nieuwenhuis Derk aan op het feit dat hij grootgrondbezitter was en baas van flink wat landarbeiders. Aan zijn integriteit als socialist werd openlijk getwijfeld. Een rijke herenboer die pleitte voor herverdeling van bezit. Waarom had hij het goede voorbeeld dan niet gegeven? Was hij wel oprecht in zijn standpunten?

Dat hij in 1889 medeoprichter en bestuurslid was geworden van de Nederlandse Bond voor Landnationalisatie telde blijkbaar  niet mee. Artikel 1 van het statuut was veelzeggend: De grond moet eigendom van de staat of de gemeente worden en de huidige eigenaren moeten schadeloos worden gesteld.

Het artikel in Recht voor Allen leidde tot giftige ingezonden stukken. Die Mansholt was niet te vertrouwen. Hij zorgde slecht voor zijn medewerkers. Hij betaalde ze te weinig. De ene ingezonden brief werd overtroffen door de andere. Onzin stapelde zich op onzin, gevoed door vooroordelen en valse emoties. Het nieuws verspreidde zich snel als tegenwoordig nepnieuws op social media. Arme Derk, het klopte van geen kanten, maar herenboer en socialist kon in de ogen van velen niet samengaan. Ferdinand Domela Nieuwenhuis liet hem vallen.

‘Mijn zelfverdediging’

Derk had voorstanders en medestanders, uitgesproken als hij was in zijn opvattingen. Dat speelde ongetwijfeld mee op de achtergrond van deze vuilspuiterij. Hij nam steeds meer afstand van de scherper wordende standpunten van Domela Nieuwenhuis. Het socialisme ontwikkelde zich in een richting waar Derk niet achter kon staan. Hij was een man die meer heil zag in overleg en geleidelijke veranderingen. Dat stak hij ook niet onder stoelen of banken, hoe fel hij ook kon zijn in zijn uitlatingen.

Hij schreef een artikel met als titel Mijn zelfverdediging waarin hij alle beschuldigingen ontkrachtte met feiten en voorbeelden. Het werd een verklaring, in de vorm van een brochure,  van maar liefst 48 bladzijden. Maar andersgelovigen kun je moeilijk overtuigen. Teleurgesteld moest hij constateren dat het allemaal niet veel uitmaakte. Derk kreeg genoeg van de politieke strijd, het behalen van het eigen gelijk en het gekonkel.

Dit is een fragment uit het boek over de Familie Mansholt, geschreven door Kees Opmeer. Het boek met de titel Uit Zeeklei gebakken is hier te bestellen. Het is ook te koop via de boekhandel en in de museumwinkel van landgoed Verhildersum in Leens.

Ferdinand Domela Nieuwenhuis