Zomers in de Westpolder

Hetty Mansholt maakte elke zomer de reis van de stad Groningen naar de Westpolder aan de Lauwerszeedijk waar haar familie woonde. Toen Hetty jong was maakte ze de reis met haar ouders en kleine zus Ada. Hetty’s vader Ubbo had kort na zijn aanstelling als Rijkslandbouwleraar in de provincie Groningen een woning laten bouwen in jugendstil stijl. Het Zuiderpark was de eerste wijk buiten de oude stadsmuren waar welgestelden een huis lieten bouwen. In de stad was het vol. Het stadsbestuur was bijna klaar met het afbreken van de wallen en de poorten die de stad lang hadden beschermd. Deze ontmanteling van de ‘vesting van Groningen’ was vanaf 1876 ingezet. De nieuwe bewoners van het Zuiderpark woonden er vlak naast de gammele huisjes van de mensen die al langer buiten de wallen woonden omdat het in de stad te duur was. De nieuwe villawijk werd mede gebouwd om de stad in het zuiden een meer representatieve entree te geven. Ubbo en Grietje Mansholt woonden met hun twee dochters naast bekende Groningers, hoogleraren, graanhandelaren, fabrikanten, burgemeesters en adellijke families.

HettieAdaTorum
Hetty (2e van links) met neef en nichtjes in de Westpolder

De andere leden van de familie Mansholt, opa, oma, ooms en tantes, neven en nichten, woonden bijna allemaal in grote boerderijen ten noordwesten van de stad. Opa Derk Mansholt was als jonge jongen met zijn ouders vanuit het Eemsgebied in Duitsland naar Groningen verhuist omdat het daar beter boeren was. De Mansholten waren kundige akkerbouwers en legden zich toe op het verbouwen, telen en veredelen van gewassen, vooral graan. De gewassen konden daardoor beter tegen de weersomstandigheden en de oogsten konden worden vergroot. Sinds 1850 bloeide de graanhandel vanuit Groningen met het Oosten volop. De stad werd rijk en ook de ommelanden en de boeren profiteerden. Midden 19e eeuw woonden de rijkste boeren in Noord Groningen. De Marne was zelfs die periode de rijkste gemeente van Nederland. Omstreeks 1880 was de ‘Groninger boer’ een begrip geworden: een grote akkerbouwer met een bedrijf van ten minste veertig tot vijftig hectare. Ook de familie Mansholt had goed geboerd.

Mansholt1900HuisZuiderpark
Het Jugendstil huis in het Zuiderpark, Groningen

Niet lang nadat het huis klaar was kreeg Ubbo Mansholt, een sterke jonge man aan het begin van een veelbelovende carrière een mysterieuze ziekte. Een gezwel in zijn hoofd zorgde voor zware hoofdpijnen en later verlamde armen. Het was thuis niet meer gezellig. Moeder Grietje stuurde haar oudste dochter nu alleen naar de Westpolder. Het station was vlakbij huis. Daarna ging Hetty per trein naar Winsum. Het was een grote sprong voor een jong meisje om op het perron te komen. De paardentaxi naar Ulrum stond al klaar. Hetty betaalde het kaartje met geld uit haar kleine beurs. In Ulrum werd ze opgehaald door oom Bert die nog bij opa en oma inwonende en de boerderij had overgenomen. Ook tante Theda woonde nog thuis op de boerderij Torum en hielp in de huishouding.

Torumzomer
Interieur van Torum

Door de grote moestuin met kruisbessen, rode bessen, appels en blauwe pruimen liep ze naar het huis. Door de opvallend brede gang naar de huiskamer. Opa zat er aan het bureau te schrijven en had allemaal boeken en papier om zich heen verzameld. Oma Aaltje was druk bezig met het bereiden van de maaltijd. Na het eten verdween opa in zijn slaapkamer met hemelbed en groende gordijnen. Het was er altijd schemerachtig ondanks het feit dat er glazen deuren waren die uitkwamen op het balkon. In de voorkamer mochten de kinderen alleen komen als er bezoek kwam. Daar stonden alle deftige spullen. De klok met Adam die de wereld torst, met engelen, de zon en de maan. Een petroleumlamp boven een grote mahoniehouten tafel met prachtig gebeeldhouwde stoelen. en grote stevige kasten. Een sofa met rijke bekleding en ornamenten waar mensen uit de 19e eeuw zo van hielden. Familieportretten aan de muur op het gebloemde behang. Een piano voor de met blinden gesloten ramen.

30-01-07
De weg van Ulrum naar de Westpolder

Hetty was in die zomer in de Westpolder even verlost van het leven in de stad met een zieke vader en een vermoeide, onzekere moeder. De zomers duurden lang en kinderen konden vrij buiten spelen op het erf op de dijk en bij de waddenkust. Jurkjes en broekjes werden vies en niemand die er wat van zei. Het leven op een boerenerf heeft zijn eigen ritme. Elke dag was er iets te doen en de kinderen deden volop mee. Melk werd gekarnd en graan geoogst en gedorst. Fruit geplukt en ingemaakt voor de winter. Af en toe kreeg ze een brief van huis vol goede raad. Of Hetty wel genoeg werkjes deed voor oma Aaltje. De zorgen in de brieven over de gezondheid van vader Ubbo werden steeds ernstiger. Moeder Grietje maakte haar dochter van bijna 12 volop deelgenoot van haar zorg. Grietje was eenzaam in de stad en in haar mooie nieuwe huis. Net als haar man was ze afkomstig uit een boerenfamilie. Haar ouders bewoonden het ‘huis te Ewer’, gelegen op een terp vlakbij Zuurdijk naast het Reitdiep. Eeuwenlang hebben de mensen hier gewoond op terpen en de streek is meermalen overstroomd. De bewoners bouwden steeds weer nieuwe dijken want het land was goed.

Grietjes vader was een zwakke man die het boerenleven niet goed aankon. Moeder Henriette, Hetty was naar haar vernoemd, was een Zijlma. Deze familie bewoonde al jaren de hoeves ‘Ewer’ en het nabijgelegen ‘Ganzehoes. Boerderijen met veel landerijen in de vruchtbare klei van Marne gebied. Henriette werd ook wel ‘Ka’ genoemd omdat ze een vrouw was met een sterke eigen wil. Groningse boeren waren liberaal en stonden er om bekend hun vrouwen ‘in ere’ te houden. Dat betekende vooral dat ze zo goed als kon aan geboorte beperking deden zodat hun echtgenoten niet constant zwanger waren of kleine kinderen moesten opvoeden. Omdat de herenboeren geld genoeg hadden voor knechten op het land en dienstmeiden in huis was er tijd voor lezen, breien en vertier.

KaZijlmaHettyMansholt
Hetty en Henriette Louwes – Zijlma

De leeskringen in de Marne floreerden rond 1850. Henriette, ‘Ka’, was nog iets vrijer dan in haar tijd gebruikelijk was. Toen haar oudere broer Jan wilde trouwen met een meisje uit een ander familie Herenboeren kon dat alleen als Henriette zou trouwen met de broer van de beoogde bruid. Henriette weigerde en maakte haar eigen keuze. Jan Zijlma is nooit meer getrouwd en heeft zijn zus nooit vergeven. Ka zou niets van het familiebezit erven.

Dochter Grietje bleek meer op haar vader te lijken dan op haar moeder. Ze was een onzeker en verlegen meisje. . Op school was ze een matige leerlinge en ze kreeg een strenge opvoeding die in die tijd ‘gewoon’ was. Haar moeder stuurde haar na de middelbare school naar een kostschool in Zwitserland in de hoop dat ze daar wat zelfstandiger zou worden. Grietje kwam eerder terug vanwege heimwee. Na haar huwelijk met Ubbo verhuisde het paar naar de grote stad. Grietje kon haar draai niet vinden tussen de stadse jufferen en de stadse gebruiken. Ubbo zorgde voor de sociale kontakten maar hij was veel op reis. Na een grote reis door Canada, waar hij de landbouwtechnieken bestudeerde werd Ubbo ziek. Hij overleed na een ziekbed van een jaar. Grietje moest zich zien te redden met haar twee jonge dochters. Met jongste dochter Ada kon ze het goed vonden maar Hetty was een puber met een eigen willetje. Een echte Mansholt, slim en direct. Grietje kon er niet tegenop. De banden met de familie in de Westpolder werden minder en minder. Zelfs de verhuizing van Opa Derk en oma Aaltje naar de stad Groningen veranderden daar niets aan. Grietje zocht en kreeg hulp van een vrouwelijke arts. Misschien heeft zij Grietje geadviseerd om opnieuw te beginnen. Met een schone lei. Grietje verhuisde met haar dochters naar Den Haag.

Hetty kon nog maar af en toe naar haar geliefde Torum. Oom Bert, inmiddels getrouwd met de lerares waar hij bijles kreeg, was daar de hoofdbewoner geworde. Hun zoon Sicco zou minister van landbouw worden in het naoorlogse Nederland en later zelfs in Europa.

30-01-11b
Torum in de Westpolder anno 2018

Tante Theda was naar de huishoudschool gegaan en ging daarna lessen geven aan de Rijkslandbouw-winterschool in Veendam, een van de eerste opleidingen voor plattelandsmeisjes. Nadat ze in dienst van het rijk onderzoek had gedaan naar het landbouw onderwijs in Denemarken, België en Duitsland werd ze een grondlegger van het landbouwonderwijs voor meisjes. Ze richtte in 1913 de Rijksschool voor Landbouwhuishoudonderwijs “De Rollecate” in Den Hulst op en werd daar ook de eerste directrice.

TorumMansohlttrap
Mansholt kinderen op de trappen van Torum

Familie geschiedenis in de stad Groningen

StadGroningenDe Stad Groningen speelt een grote rol in mijn familie geschiedenis. In verschillende tijden hebben er familieleden gewoond en geleefd.

Een klein overzicht (zie kaart):

Familie Mansholt (1910-1920)

  • A. Noorderhaven. Huis van Derk Roelfs en Aaltje Mansholt
  • B. Zuiderpark 10E Woning van Ubbo Johan en Grietje Mansholt
  • C. Voerman steen in de gevel

Ubbo en Jennie Voerman – Rahder (1946-1964)

  • 1. Wielewaalflat (daar ben ik geboren)
  • 2. Illigaliteitslaan (Jacob Jan geboren)
  • 4. Rembrand van Rijnstraat (Jan Jaap geboren)

Peter Voerman (1984-86)

  • 3. Guldenstraat (boven wat nu de Rabo bank is
  • 3A. Prinsseseweg 66a (Katinka)
  • 6. Papiermolen zwembad

Jens, Tijs, Jort (met Nienke, Eline en Lenthe vanaf 2005)

  • 4. Taco Mesdagstraat 30
  • 5. Hamburgerstraat 20A

 

Reizen rond 1900

Juni 1884 opende de eerste spoorlijn van Groningen richting Delfzijl. En vanaf 1897 tot 1922 reed er een paardentram van Winsum naar Ulrum.

Voor die tijd moesten reizigers naar Noord Groningen gebruik maken van de trekschuit of de koets. De oudste kleindochter van Henrika Dijkhuis – Beukema (1810-1876) beschrijft haar reizen omstreeks 1860 van Nieuwe Schans naar Zuurdijk waar haar grootouders woonden in de boerenhoeve “Midhuizen”. Eerst per ‘barge’, een kruising tussen een trekschuit en een stoomboot van Zuidhorn naar de stad Groningen. Haar vader was daar gedeputeerde des Konings en moest vaak in de stad vergaderen. Dan vanaf de stad per paard en wagen richting Winsum en Zuurdijk.

Mijn eigen oma Hetty Voerman-Mansholt beschrijft haar reizen in 1904 van de stad Groningen naar de Westpolder waar haar grootouders woonden in de boerderij Torum. Ze ging dan eerst met het spoor naar Winsum en daar stond de paardentram naar Ulrum al gereed. Het moeilijkste stukje was al het begin als de tram over een hoge brug over het Winsumerdiep getrokken moest worden. Er werd daartoe een extra paard voorgespannen.

Mijn oma mocht of moest de reis al vanaf 7 jarige leeftijd alleen maken. Ze maakte de overstap in Winsum en werd vanaf Ulrum met paard en wagen opgehaald. Daarna moest ze zelf een uurtje lopen vanaf Ulrum naar ‘Torum’ in de Westerpolder. Vanaf Vierhuizen liep ze de polder in waar bijna alle boerderijen werden bewoond door familie, Mansholten, Zijlma’s of Dijkhuizen.

De oma’s van mijn oma

Mijn oma Hetty Voerman – Mansholt (1898-1988) heeft verhalen geschreven over haar eigen oma’s. Ze beschreef de lijn van de boerenvrouwen die opgroeiden op de grote herenboerderijen in de Groningse Marne. De Marne is een gebied in het Noordwesten van Groningen ingeklemd tussen de Waddenzee, Lauwersmeer en het Reitdiep. Eeuwenlang hebben de mensen hier gewoond op terpen en de streek is meermalen overstroomd. De bewoners bouwden dan weer dijken die ook weer werden weggespoeld. De voorouders van mijn oma woonden op een van de oudste terpen in het gebied “De Ewer” in het kerspel Zuurdijk. En bij de waddendijk in het kerspel Vierhuizen. Waar de boerden langzamerhand meer waddenland indijkten waardoor de Westpolder ontstond.

HettyVoerman

De eerste grootmoeder heette Henderika Dijkhuis – Beukema (1810-1876) en ze woonde op de grote boerderij Midhuizen in Vierhuizen. Ze was getrouwd met Willem Lammerts Dijkhuis (1804-1893) die als grote boer ook gedeputeerde werd van de Provincie Groningen. Dochter Aaltje Willems Dijkhuis trouwde in 1855 met Harmannus Fransens Tonkes en kreeg twee dochters waaronder Henderika Leopold – Tonkes die later verhalen schreef over haar grootmoeder. Na de dood van haar eerste man trouwde Aaltje Dijkhuis met Derk Roelfs Mansholt en hun eerste zoon Ubbo Johan Mansholt (1869-1911) de vader van mijn oma Hetty Mansholt. Derk Roelfs ging later met zijn gezin vanuit Meeden wonen in de boerderij “Torum” in de Westpolder vlakbij de boerderij waar zijn vrouw was geboren.

HenderikaRijpkesBeukema
Henderika Rijpkes Beukema portret in olieverf door Jan Hendrik Kievit de Jonge (1862)

Kleindochter Henderika herinnert zich de mooie tochten vanuit Nieuweschans in Oost Groningen met de trekschuit (een barge, een soort kruising tussen een trekschuit en een stoomboot) naar Groningen. Na een paar dagen in de stad ging het met paard en wagen via de Boteringepoort, Adorp, Sauwerd en Winsum richting Vierhuizen. Ze heeft mooie beelden van de boerderij Midhuizen waar haar ‘grootmoe’ het rustig middelpunt was. Het ritme op de boerderij was elke dag hetzelfde. Koeien melken vanaf 5 uur in de ochtend dus moest het eten voor de knechten om 4 uur klaar staan. Daarna had grootmoe tijd om te lezen. vooral uit tijdschriften over kerkelijke kwesties. Het modernisme in de protestantse kerk bepleit door Meyboom, Hofstede en de Groot. En dan weer melken, karnen, hooien. Als de ‘wip’ (een soort vlag) werd gehesen was dat een teken voor de boeren en de knechten in het land dat het eten klaar stond.

De andere grootmoeder was Hilje Hopma (1800-1878). Ze groeide op in de Frranse tijd waarin op school franse lessen werden gegeven. In het jaar dat Napoleon bij waterloo definitief werd verslagen deed Hilje belijdenis. Ze kreeg op die dag een groen fluwelen beugel tas met zilveren beugel en daarin de letters H.H. 1815.

Hilje, een tenger maar gezond meisje, trouwde met de herenboer Hendrik J. Zijlma die in het huis te Ewer bij Zuurdijk was geboren. Het jonge stel ging wonen in de boerderij het “Ganzehoes” een paar honderd meter naar het westen aan de rand van het kerspel Zuurdijk. Later verhuisde het gezin weer naar Huize te Ewer. Een gevelsteen laat zien dat het huis in 1844 grondig werd verbouwd door Hilje en haar man. In die jaren woonden rondom Zuurdijk misschien wel de rijkste boeren van het land. Ze hadden grote boerderijen en veel landerijen. Het was prachtig wonen op het Hogeland met bloeiende akkers onder hoge wolkenluchten. Af en toe was er nog een storm en liep het land onder water, zeker in de jaren na ‘het jaar zonder zomer’ maar de kust werd steeds beter bedijkt. Hilje kreeg 8 kinderen waar er 6 van bleven leven. Haar goede gezondheid zorgde ervoor dat ze zelf niet in het kraambed stierf zoals in die periode vaak gebeurde. Twee van haar zoons Geuchien en Jan gingen in de politiek (1e en 2e kamer, en Provinciale Staten) en beschreven de geschiedenis van de Marne.

Ewer

In die jaren waren er door het slechte weer en aardappelziektes veel misoogsten en dat zorgde voor honger en onrust bij de arbeiders. Veel arbeiders immigreerden in die tijd naar de Verenigde Staten.

Henriette Zijlma was het derde kind van Hilje en Jan en werd geboren op 13 mei 1828 (1828-1913). Henriette had een zwakke gezondheid en moest worden ontzien. Misschien mede daardoor werd ze vrij bazig, zeker voor haar jongere zusjes. Haar bijnaam was “Ka”.

Ze trouwde in 1852 met Stephanus Louwes uit Leek. Ook zij gingen eerst in het Ganzehoes wonen en later op Ewer. Henriette was net als haar moeder een goed opgeleide en belezen vrouw. Vrouwen kregen in Noord Groningen de ruimte van hun mannen om zelf eigen keuzes te maken. Ook waar het ‘t aantal kinderen betrof. De mannen hielden hun vrouwen ‘in ere’ zodat ze niet hun leven lang zwanger waren.

Grietje Louwes (1867-1946) was het zevende kind. Op school was ze een matige leerlinge en ze kreeg een strenge opvoeding die in die tijd ‘gewoon’ was. Ze zat vaak niet lekker in haar vel. Haar huwelijk met de knappe boerenzoon Ubbo Mansholt uit Vierhuizen was de beste tijd in haar leven. Ze kregen twee dochters waarvan Hetty (mijn oma) de oudste was. Ubbo werd na een studie in Wageningen landbouwkundig ingenieur. Samen met zijn broer en vader Derk Mansholt bekwaamden ze zich in het verbeteren en veredelen van graansoorten en andere gewassen zodat ze minder gevoelig waren voor ziektes. Ze wonnen er vele prijzen mee en Ubbo ging zelfs op reis naar Canada om zijn kennis te delen. Het gezin ging in 1904 in Groningen wonen waar Ubbo in de nieuwe wijk ‘het Zuiderpark’ net buiten de Stadspoorten een Jugendstil huis liet bouwen.

Helaas werd hij tijdens die reis naar Canada ziek en overleed op jonge leeftijd. Grietje stond alleen voor de opvoeding van twee jonge dochters.

Grietje Mansholt - Louwes

Sporen in het Oldambt van de familie Mansholt en in Westerwolde van de familie Koning

In 1865 vertrok mijn over-overgrootmoeder Eduarda Verkade-Koning vanuit Wedde naar het westen en een jaar later in 1866 kwam mijn over-over grootvader wonen in Eexta. Ze liepen elkaar net mis. Jaren later in 1923 werden de families weer verbonden toen mijn opa Jan Voerman (kleinzoon van Eduarda Thalia Verkade) en Henriette Mansholt (kleindochter van Derk Roelfs) trouwden.

In het Oldambt is nog veel van deze families te vinden.

In 1866 verhuisde Ubbo Jansen Mansoholt dus met zijn hele gezin vanuit een klein boeren gehucht in het Duitse Lauwers gebied Ditzzumer Hammrich naar een herenboerderij Vogelzang in het Oost Groningse Eexta. Zoon Derk Roelfs trouwde 3 jaar later met Aaltje Dijkhuis en ging wonen in Meeden. Aan de Hereweg in het dorp Meeden staat een aantal grote boerderijen. De meeste zijn van het Oldambster type, waarbij het voorhuis en de schuur onder eenzelfde daklijn in elkaars verlengde liggen. In de tweede helft van de negentiende eeuw, de bloeiperiode van de Groninger landbouw, werd het voorhuis van veel boerderijen vervangen door een imposante villa.

In de boerderij ontving Derk Roelfs (Herenweg nr. 216) voor hert eerst de schrijver Eduard Douwes Dekker (beter bekend onder zijn pseudoniem Multatuli). In 1882 verhuist het gezin van Derk Roelfs en Aaltje naar de Westpolder (boerderij ‘Torum’).

Meeden

Op het oude kerkhofje van Eexta (nu Scheemda) zijn nog de graven te vinden van Ubbo Jansen Mansholt en zijn vrouw Tettje Jochums.

Eextakerkhof2

Even voorbij Eexta ligt Heligerlee waar Oranje de eerste overwinning boekte op de Spanjaarden in de 80 jarige oorlog. En nog weer een paar kilometer verderop ligt de Burcht in Wedde die in diezelfde oorlog ook een belangrijke rol speelde.

Notaris Johannes Sixtus Koning te Bellingwolde kocht die burcht in 1829 voor f.6.800,00 en liet de gevangentoren en een deel van het schathuis afbreken waardoor er meer ruimte ontstond. In de burcht woonde Notaris Koning met zijn vrouw Anna Roessingh en in 1841 werd daar hun dochters Eduarda Thalia geboren die later in 1865 zou trouwen met Ericus Verkade.

Toen Anna, Annetje, Verkade ze ongeveer 7 jaar oud was, en net erg ziek was geweest, ging ze samen met haar moeder Eduarda (Edu) naar Wedde om op krachten te komen. De reis ging via Dedemsvaart over de grens naar Duitsland en toen met paard en wagen terug naar Wedde. Anna had er de tijd van haar leven bij de tantes Thalia en Dientje die in het huis bij de poort woonden. De kleine Anna en haar moeder bloeiden op in het frisse groene landschap van Westerwolde. Na dit eerste jaar mocht Anna iedere zomer alleen de reis maken en logeren op de Borg. Jaren later sprak ze nog over deze jeugdherinneringen en al haar kinderen kwamen ook naar de Borg.

(Bron: Neuriën door Hetty Voerman – Mansholt).

web

Op het kerkhof in Wedde zijn nog de graven te vinden van de families Koning en Roessingh.

BurchtWedde03

De Mansholt vrouwen

Mijn oma Hetty Voerman-Mansholt was een kleindochter van Derk Roelfs Mansholt. Een boerenzoon die in 1866 met zijn familie uit het Duitse Ems gebied naar Noord Groningen trok. Hij trouwde met Aaltje Dijkhuis en ging wonen in de boerderij ‘Thorum’ van haar familie in de nieuwe Westpolder. Opa Derk en later ook zijn zonen en kleinzoon Sicco Mansholt hebben zich bezig gehouden met verbeteren van de positie van de boer. Betere producten (gewas veredeling) maar ook betere prijzen voor hun producten. Maar ze kwamen ook op voor de positie van vrouwen.

Mijn oma heeft er een stuk over geschreven. Ze verteld daarin het verhaal van haar over-oma Hilje Hopma (1800-1878), oma Henriette Zijlma (1828-1913) en moeder Grietje Louwes (1867-1946). Sterke vrouwen die in het Groningse Marne gebied volop meewerkten op het boerenbedrijf. Mijn oma beschrijft dat de vrouwen door hun man ‘in ere’ werden gehouden. Zoals ik het begrijp betekend dit dat ze een volwaardig aandeel hadden in het bedrijf en dat ze niet ieder jaar in verwachting waren van weer een nieuw kind en zo tijd hadden voor andere dingen dan baren en opvoeden. Vanuit deze rol ontstond ook de vrouwenbeweging rond 1900. Wabine Andrea, de moeder van Sicco Mansholt speelde daarbij nog een grote rol. Grietje Louwes verhuisde uiteindelijk met haar echtgenoot Ubbo Johan Mansholt naar de stad Groningen en ging daar vlak na 1900 in het nieuwe Zuiderpark wonen. Dat beviel niet goed, ze was niet gewend aan de etiquette van de ‘stadse jufferen’. Toen haar echtgenoot vroeg overleed en ze in haar eentje twee jonge meisjes moest opvoeden kwam ze niet meer in haar kracht.

Uiteindelijk ging de vrouwenstrijd in die periode kopje onder in de socialistische beweging. Vrouwenrechten waren minder van belang dan de rechten van alle arbeiders. Mijn oma betreurt dat.

We hebben vanuit deze familie nog de beurs met zilveren beugel die Hilje Hopma in 1815 kreeg op haar 15e verjaardag ter ere van haar belijdenis en een doopmutsje. Het is volgens mijn oma een groen fluwelen beugeltas bedrukt met bladgouden stipjes en de rijkversierde zilveren beugel

 

 

Het geslacht Mansholt

Het geslacht Mansholt stamt uit noordwest Duitsland. ‘Opa’ Derk Roelfs Mansholt (1842-1921) bracht zijn jeugd door op een pachtboerderij in de buurt van Ditzumer Hammrich, een dorpje op de klei nabij de monding van de Eems in de Dollard. De boerderij lag zo’n vijf kilometer ten oosten van de grens met Nederland. Het onderscheid tussen de twee staten werd door de bewoners nauwelijks gevoeld. Aan beide zijden sprak men vrijwel hetzelfde dialect. Duitsland was toen nog geen eenheid, maar een losse verzameling vorstendommen. Een nationaal gevoel kende men er niet.

In 1866 kochten Derks ouders een boerderij in Scheemda in het Oldambt, een streek in het naburige Oost-Groningen. Derk was 24 en had al enige tijd verkering met een meisje uit de stad. Hij wilde met haar naar Amerika, maar zijn ouders raadden hem dit af. Uiteindelijk won het boerenverstand het van zijn hart. In een brief aan een van zijn beste vrienden zou hij achteraf opbiechten tot de conclusie te zijn gekomen dat deze verhouding alleen maar tot armoede kon leiden. Hij verbrak de relatie en stak in mei 1866 met de rest van het gezin de grens over. Drie jaar later, op 3 maart 1869, trouwde Derk met de 29-jarige weduwe Aaltje Dijkhuis uit Meeden, even ten zuiden van Scheemda. Zij bezat twee dochtertjes en een mooie boerenplaats met tachtig hectare uitstekend bouwland. Derk trok bij haar in op de statige boerderij Torum is de Westpolder, en werd meteen opgenomen in de kring van dorpsnotabelen. In juli 1873 werd hij genaturaliseerd.

torum2
Herenboerderij ‘Torum’ in de Westpolder

In zijn boek de Graanrepubliek schrijft Frank Westerman over zijn contacten met Sicco Mansholt. Op enig moment overhandigde deze een stapeltje schriften aan Frank Westerman. In die schriften is terug te vinden wat de oorsprong was van het “boerensocialisme” van de Mansholts, aldus Sicco Mansholt. Ze waren van de hand van zijn grootvader Derk Roelfs Mansholt en uitingen van diens brede interesse en een grote betrokkenheid. Te noemen zijn o.a. de publicaties:

  • De ontwerp-plannen der Zuiderzeecommissie (1893)
  • De kanalisatie van Westerwolde (1894)
  • De internationale arbeidsverdeling en de prijsvorming van het broodkoren (1896)
  • De stikstofvoeding der landbouwcultuurgewassen (met U.J. Mansholt 1900)
  • De Staatshuishoudkundige Wetenschap en de betekenis van hoge en lage graanprijzen voor de volkswelvaart (1902)
  • De donkere zijde van de Handel (1907)
  • Het bankroet van de Vrijhandelsleer (1909).

Veel bijdragen heeft Derk Roelfs aan het Groninger Weekblad, het Radicaal Weekblad en het Friesch Volksblad geleverd. Vooral het werkje De internationale arbeidsverdeling en de prijsvorming van het broodkoren uit 1896 is voor Sicco Mansholts denken van enorme betekenis geweest. Ter gelegenheid van zijn veertigjarig huwelijksfeest stelde hij zijn Ostfriese jeugdherinneringen te boek: Vor einem halben Jahrhundert (Aurich, 1909).

opdracht-dr-mansholt
Opdracht van Derk Roelf Mansholt aan zijn kleindochter (mijn oma) Hetty Mansholt

Ze kreeg het boekje in 1914 op haar 17e verjaardag.

In 1920 viel Derk Roelfs Mansholt de onderscheiding Ridder in de orde van Oranje-Nassau ten deel. Op 1 februari 1921 overleed hij in Groningen en werd begraven op de begraafplaats te Vierhuizen. Een strakke eenvoudige zerk dekt zijn graf. De letters zijn wat moeilijk te lezen, doordat de zerk verweerd is. Het uitbundige van het Ostfriese grafmonument is ingewisseld tegen strakke eenvoud. Derk Roelfs ligt er begraven temidden van een aantal leden van zijn gezin en zijn.

27be2516cdc9b95eb5215da5721566fa_6_-boerderij-torum-580
Derk Roelfs Mansholt en zijn vrouw Aaltje Dijkhuis

Bronnen:

  • “Woord en daad”, De zoektocht van Derk Roelfs Mansholt naar een betere samenleving, Hilde Krips-van der Laan Van Gorcum, 1999. Een verhaal over zijn contacten met Eduard Douwes Dekker en Multatuli
  • “Vor einem halben Jahrhundert”, herinneringen van Derk Roefs Mansholt”, privé uitgave ter ere van zijn 40 jarig huwelijk
  • “De Westpolder”, De geschiedenis van een Waddenpolder en zijn ingelanden, J.S. van Weerden 1960.
  • Privé archieven met ondermeer: Knipselboek van U.J. Mansholt 1895
  • “Deze moeders van ons: Hilje, Henriette, Grietje 1800 -1946 “, privé verhaal van Henriette Voerman-Mansholt 1969
  • “De boerderijen van de Marne”, Nina van den Broek, uitgeverij Passage, 2016
  • “Multatuli en twee van zijn discipelen Mansholt en de Raaf”, K. ter Laan E.J. Bril Leiden 1949
  • “De Marne Eene geschiedkundige beschrijving van de Ommelanden, in het algemeen en van het westelijk gedeelte van Hunsingo in het bijzonder”, Mevr. J. Zijlma 1884

derkroelfsmansholtboek

mansholtmuntdrvz
Prijs voor de beste Tarwe voor DR Mansholt
Muntprijs
Bestuursprijs 1897