De Prins van Kattenburg

Willemina Petronella Cornelia (1813 – 1887) is mijn naamgeefster. Ze trouwde met J.C. Rahder die vanuit Amsterdam waar hij partner was in de wijnhandel de Weduwe Rahder en zoon, naar Drenthe verhuisde om daar vervener te worden. Willemina (Mien) is de dochter van een zakenrelatie van de Rahders, Jan Evertsz. Van Voorthuijsen, reder en houthandelaar op Kattenburg. Hij wordt ook wel ‘de prins van Kattenburg’ genoemd. Hij was een machtig en vermogend man wiens schepen van Kattenburg over het Pampus en het Marsdiep de wereldzeeën bevoeren. Er zijn nog steeds lakens van damast in de familie waarin het wapen van de Van Voorthuijsens is geborduurd. Kattenburg is een eiland aan de oostkant van Amsterdam dat in de eerste helft van de zeventiende eeuw in het IJ gedempt is. Het is in die tijd het domein van de Admiraliteit van Amsterdam, een orgaan dat zorgt voor de bescherming op zee van de koopvaardijvloot. Daarnaast zij er vele scheepswerven en de meeste arbeiders wonen ook op Kattenburg en worden ‘de Bijltjes’ genoemd, naar hun gereedschap. De bijltjes vormen een geheel eigen gemeenschap, zijn eigenzinnig en uitermate Oranjegezind. Ze roeren zich vaak en komen geregeld in opstand tegen de rest van Amsterdam. Het woord bijltjesdag vind daar zijn oorsprong.

Wilhelmina’s moeder is Jonkvrouwe Maria Anna de Villeneuve uit Leerdam. De familie is van adel en komt oorspronkelijk uit Frankrijk. Voorouders waren edelieden met hun eigen familiewapens zoals Jean de Villeneuve uit Masnosque (1642, Frankrijk) en Raymond Gaufried de Castelane (1266-1304) In die tijd bekende edelieden. Moeder Maria overlijdt in 1818 Mien is dan pas 5 jaar oud. Vader Jan hertrouwd en krijgt nog 5 kinderen.

Magne Pete

Jentje Rahder voelt zich, zoals haar ouders hadden verwacht, thuis in het studentenleven van Groningen. Ze is vol energie en vrolijk. Al bij de introductiedagen is ze lid geworden van de Vrouwelijke Studentenvereniging Magne Pete en de VCSB. In de jaaralmanak van Magne Pete over het studiejaar 1949-50 duikt haar naam voor het eerst op. Ze is lid van de literaire faculteitsvereniging. Ook Ubbo Voerman staat genoemd als ab actis van het bestuur van de VCSB. Een jaar later is Ubbo praeses en Jenneke lid. Jenneke is dan ook lid van de VCJC en, tot vreugde van vader en tuinliefhebber Jaap. lid van de Tuicommissie.

Met de VCSB vergaderen ze overal, ook in Jenneke’s huis ‘de Tippe’ in Nieuw Amsterdam. Jenneke’s hartsvriendin Truus van Zanten is lid van de Academische Lichamelijke Opvoedings Commissie.
Vanaf 1952 is Jenneke lid van het bestuur ook als ab actis. Ze staat als een nette jonge vrouw op de foto in het jaarboek. Van dag tot dag is in de jaaralmanak beschreven wat de bestuursleden doen. Aanzitten op een diner ter ere van Hare Majesteit de Koningin in de Statenzaal van het Provinciehuis. Aanwezig bij de overdracht van de oude naar de nieuwe rector Magnificus. Inzamelingsactie organiseren voor de slachtoffers van de watersnoodramp in Zeeland. In een landauer rijden naar feestjes in de stad. Verhuizen naar een nieuw clubgebouw. Te paard met het vaandel van Magne Pete door de straten van de stad. Met de Eettafelcommissie zorgen voor goede studenten maaltijden in de Mensa. Er zijn vele foto’s en kaartjes van diners en lunches. Op foto’s is te zien dat Jenneke straalt. En tussen alle activiteiten door haalt ze in 1953 ook nog haar kandidaats Geschiedenis.

De Kracht van goed onderwijs

Eindelijk is er tijd op met mijn familieverhaal te gaan schrijven. Ik ben vele dagen naar het archief geweest, gezocht op internet, boeken gelezen en ik heb mijn eigen archief uitgepluisd en geordend. Op zoek naar de laatste puzzelstukjes. En zodra ik begin met schrijven zie ik iets dat mijn voorouders verbindt. De kracht van goed onderwijs. Het begint al met over-over grootmoeder Hilje Hopma die in 1814 van haar moeder de kans krijgt om in de Franse tijd wat langer naar school te gaan. Ze leert Frans en een nieuwe wereld gaat voor open. Ze is een van de eerste boerenvrouwen die een eigen boekenplank heeft in huis. Haar dochter Henriette krijgt dezelfde kans op onderwijs, zoals veel andere meisjes en vrouwen in de Marne en het Oldambt. Herenboeren en boerinnen lezen veel en er zijn volop boeken en leesclubjes waar men de literatuur bespreekt. De welvaart van de boeren in die tijd is daar een direct gevolg van.

Dan Derk Mansholt die rond 1850 in het gehucht Ditzummerhammrich op een klein schooltje met 80 kinderen in één klaslokaal lessen natuur- en scheikunde krijgt van een inspirerende leraar die later professor zal worden aan de Universiteit van Hannover. Het is de basis voor zijn werk om landbouwproducten te verbeteren. Hij stuurt zijn zonen later naar de eerste Landbouwuniversiteit in Nederland. De familie zal Statenleden en ministers afleveren tot in het Europese parlement. Zijn dochter Theda is de grondlegger voor het huishoudonderwijs voor meisjes.

Dan Jan Voerman Sr. die in Kampen wordt begeesterd door zijn tekenleraar Belmer die zijn talent herkent en stimuleert. Een boerenzoon wordt kunstschilder. En Edu Koning die tijdens de lange winters in de afgelegen Borch te Wedde privéles krijgt van haar vader en notaris Johannes Koning. Ze mag als ze ouder is reizen maken naar Duitsland waar ze haar talen leert. Haar dochter Anna Verkade start een eigen schooltje in Hattem waar ze kinderen met leerproblemen helpt. Ook geeft ze vrouwen les in hygiëne en opvoeden. Het kindersterftecijfer in Hattem is in die periode veel lager dan de omgeving. Samen met dochter Edu verdiept ze zich in de lessen van Maria Montessori.
De familie Verkade die voor kinderopvang zorgt in haar fabrieken aan de Zaan. Kinderen van werknemers krijgen daar ook lessen in van alles zodat ze goed voorbereid zijn als ze naar school gaan.

Een andere voorvader, Jan Coenraad Rahder, sticht als vervener in Drenthe halverwege de 19e eeuw een schooltje in Tiendeveen waar de kinderen van zijn arbeiders naar toe kunnen. Het schooltje droeg lang zijn naam, de J/.C. Rahder school. Overgrootvader Hendrik Uiterwijk pleit in het begin van de 19e eeuw als gemeenteraadslid in Hoogeveen voor betere salarissen voor de onderwijzers. Zijn dochter, en mijn oma, Femmy Rahder – Uiterwijk wordt zelf ook onderwijzeres. Mijn andere Oma Hetty Voerman – Mansholt is jarenlang bestuurslid van het landelijk Montessori onderwijs.

En dan natuurlijk mijn moeder Jenny die veel generaties inspireert met haar lessen geschiedenis en maatschappijleer. Ook haar kinderen worden ermee besmet ook al zijn de verhalen over Jane d’Arc en de vele kastelen en kerken, iedere keer als we op vakantie zijn in Frankrijk, soms te veel van het goede. Mijn vader Ubbo die als kinderrevalidatie arts op Lyndensteijn een school startte om de kinderen die er langdurig opgenomen werden toch een goede opleiding te bieden.

Ik doe ook mee, als is het bescheiden en aan het einde van mijn loopbaan. Vanuit de Drentse regiegroep Onderwijskwaliteit, met beleidsmakers en bestuurders van gemeenten en onderwijsbestuurders, met als instrument de Onderwijsmonitor, zien we iets vreemds: de Drentse jeugd doet het goed bij de eindtoetsen in het basisonderwijs. Maar dan kiezen ze vaker dan elders voor een schoolloopbaan onder hun niveau. Het zijn zowel ouders als leraren die te voorzichtig keuzes maken. Zo missen deze kinderen kansen. Dat kan beter. Juist kinderen in Zuid en Oost Drenthe, waar al jarenlang veel armoede en werkeloosheid is, verdienen kinderen het beste onderwijs. Na mijn jarenlange werk in de jeugdzorg ben ik ervan overtuigd dat goed onderwijs aan de basis staat voor een gelukkig en zinvol leven. Met goed onderwijs vinden kinderen gemakkelijker werk dat bij hen past. Met goed onderwijs is er minder (jeugd-) zorg nodig. De Regiegroep maakt daar een plan voor. Meer aandacht voor het kind en de ouders. Een goede verbinding met welzijn en zorg. Betere faciliteiten in de klas. Goede overgangen van voorschool naar het basisonderwijs en daarna weer van basisschool naar het voorgezet onderwijs. Een positieve sfeer op school. Werken met methodes die kinderen aantoonbaar verder helpen zoals de Weekend school. Er gebeuren al heel veel mooie dingen in het onderwijs, laten we die meer aan elkaar zien. Het plan zal slagen.

Een huwelijk

Het gezin Uiterwijk kreeg het moeilijk in die jaren na het onverwacht overlijden van kapper en socialistisch gemeenteraadslid Hendrik Uiterwijk. Hij stierf op 44e jarige leeftijd in januari 1922. Dochter Margreet (mijn oud tante Gré) kon verpleging studeren in het verre Groningen. Haar uitzet met verpleegsters uniformeren werd door moeder Elisabeth Uiterwijk-Haarsma en zus Femmy zelf genaaid.

In 1939 stierf ook zoon Hendrik Jr. op zijn 18e jaar aan een blindedarm ontsteking. In december van dat jaar stierf weduwe Elisabeth Haarsma op 59 jarige leeftijd. Het overlijdensbericht komt van de gemeente Groenigen en is ingeschreven in Hoogeveen. Werd ze in Groningen verpleegd door haar dochter Gré?

In 1928 waren het gelukkiger tijden. Oudste dochter Femmy trouwde met vervenerszoon Jacob Rahder. Jacobs moeder, Jentje Rahder-Thomas, waarschuwde haar zoon voor deze relatie omdat ze bang was dat Jacob de zorg voor het gehele gezin Uiterwijk op zijn schouders zou krijgen. Uiteindelijk overwon de liefde. De huwelijksacte is getekend door de beide moeders want ook Jacobs vader Jan Rahder, was al vroeg overleden. De twee zusters tekenden de acte ook. Tante Gré en W.P.C. Rahder, ofwel tante Mien.

Ik heb nog de tekst van een bruiloftslied voor Fem en Jaap ter ere van hun 12 ½ jarig huwelijk, waar iets in staat over hun samenkomst:

“Geen mensch kon hun samenzijn verhinderen,

ook al sloeg ze je bont en blauw.”

De relatie kreeg gestalte tijdens hun treinreizen van Hoogeveen naar Meppel waar ze beiden naar school gingen.

“Toen zijn vele jaren vergleden,

Het leven dreef hen soms uiteen.

Maar 12 ½ jaar geleden

Was het bruiloft in Hoogeveen”.

Ze kregen daarna 3 mooie dochters. Mijn moeder Jentje, de oudste en daarna Elisabeth (Liesje) en Margaretha (Mieneke). Jaap wilde nog wel verder voor een zoon begrijp ik uit het lied. Maar Fem vond het wel genoeg zo.

HuwelijksacteJacobRahderFemmieUiterwijk
Huwelijksacte van Fem Uiterwijk en Jaap Rahder 1928

Geschiedenis van de machinale Rahder turf b.v.

Mijn over-overgrootouders kwamen aan het einde van de 18e eeuw vanuit het Rijngebied in Duitsland naar Amsterdam en begonnen een handel in wijn onder de naam “Weduwe Rahder”. Er waren genoeg familieleden om het bedrijf draaiende te houden en dus zocht een aantal familieleden een nieuwe uitdaging. Een kans deed zich voor toen halverwege de 19e eeuw, de industrialisatie kwam toen ook in Nederland op gang, een grote behoefte ontstond aan brandstof. De winning van turf werd daardoor zeer winstgevend en veel investeerders kochten grote stukken veengebied in Overijssel, Groningen en Drenthe. J.C. Rahder, zoon van de weduwe Rahder, was één van hen. Een avontuur om in het onontgonnen Drenthe een nieuw bedrijf te beginnen was aantrekkelijk. Samen met een paar andere ondernemers uit Amsterdam richtte hij in 1849 ‘de Maatschappij ter exploitatie der Westerborker- en Broekvenen’ op die grond aankocht ten oosten van Hoogeveen. Het bedrijf kreeg vorm, het gebied werd klaargemaakt voor de vervening. Er werden kanalen en vaarten gegraven om de afvoer via Meppel naar het westen te regelen. In 1850 verhuisde Rahder met zijn gezin naar Drenthe en bouwde een huis aan de Middenraai een zijtak van het Hoogeveense kanaal dat vanuit het oosten richting Meppel liep en in 1852 gereed werd gemaakt voor de afvaart van turf. Rahder noemde het huis ‘Huize Nieuweroord’

jc-rahder
J.C. Rahder (1812-1872)

De verhuizing was nog nauwelijks afgerond of Rahder kreeg ruzie met zijn mede investeerders en verliet de Maatschappij. In 1857 ging Rahder met de oud-suikerplanter F. s’Jacob, die hij nog kende uit zijn verblijf in Indonesië, een nieuwe zakenrelatie aan. Opnieuw werden er veengronden aangekocht nu vooral in het Tiendeveen. Omdat Huize Nieuweroord eigendom bleef van de oude firma, liet Rahder in 1856 een nieuw huis bouwen in het nabijgelegen Noordscheschut “Huize Valkheim”. Daar werd drie jaar later mijn overgrootvader Jan Rahder ‘de jonge’ geboren. Ik heb nog een mooi schilderij van het huis dat mijn trotse overgrootvader in die tijd liet maken. Een statig huis aan een rulle zandweg en nu direct aan de Hoogveense vaart. Later kwamen er in Noordscheschut nog twee huizen bij, in 1861 “Huize Blokland” bij de sluis, dat tot 1967 in de familie is gebleven en in 1868 “Huize Veen en dal” ter vervanging van Huize Valkheim dat pastorie werd.

rahderhuis
Huize Valkheim

In dezelfde periode, 1863 om precies te zijn, stichtte Rahder een schooltje in Tiendeveen om de kinderen van de veenarbeiders onderwijs te kunnen bieden. De school heeft nog lang de J.C. Rahder school geheten. Op de veengronden die niet geschikt waren voor turfwinning planten Rahder en vooral s’Jacobs bomen. Het daardoor ontstane bos kende een uitbundige plantenrijkdom met meerdere zeldzame soorten en werd vernoemd naar de suikerrietplantage van s’Jacobs op Java in Nederlands Indië: ‘Kremboong’. In de 2e Wereldoorlog werd het grootste gedeelte van dat bos alweer gekapt in het kader van de werkvoorziening.

VeenNoordDuits1
Afvaart van turf door de Veenkanalen

De vervening in het nog lege Drenthe werd een heftige strijd tussen groepen investeerders onderling en allerlei soorten avonturiers uit alle delen van het land en van nog verder. Wie kocht de beste gronden en waar kwamen de kanalen voor de afvaart. Het Provinciaal bestuur van Drenthe deed er alles aan om de turf uit de veengebieden in het oosten via Hoogeveen en Meppel te laten afvoeren en niet via Dedemsvaart in Overijssel. Zo kon de arme provincie er optimaal aan verdienen. De afzetmogelijkheden van turf werden nog verder vergroot na de aanleg van, achtereenvolgens, de spoorlijn Zwolle-Meppel in 1867 en in 1870 van het traject Meppel-Groningen met ook een station in Hoogeveen liep. Rahder’s zakenpartner s’Jacob, ook bestuurder van de spoorwegmaatschappij, speelde daarbij een slimme rol. Hij deed ook vele pogingen contracten af te sluiten om turf als brandstof te gebruiken voor de stoomtreinen.

Turf moest echter steeds meer concurreren met steenkool uit Limburg. Steenkool brandde langer en dat was een groot voordeel voor de stoommachines in de industrie. J.C. Rahder trok met zijn zonen naar Parijs om daar te leren hoe turf sneller machinaal gewonnen kon worden en verwerkt tot turfbriketten die ook langer konden brandden. De familie Rahder had goede kontakten in Frankrijk vanuit de periode dat ze in wijn handelden. De reizen vanuit Drenthe naar Parijs waren lang en vermoeiend. Met de trekschuit naar Meppel en met de boot over de Zuiderzee naar Amsterdam. Dan even per trein via Haarlem naar Rotterdam. Dan weer met een boot over het Hollands diep en dan met de stoomtrein naar Antwerpen en door naar Parijs. De Rahders sliepen daar in een hotel dichtbij het Gare du Nord. In de Franse veengebieden werd volop geëxperimenteerd met het verhogen van de verbrandingswaarde. Rahder was ook geïnteresseerd in het gas dat in de regio uit turf werd gewonnen en in de plaats Meaux alle huizen van gaslicht voorzag.

In de laatste jaren van de 19e eeuw maakten vader en zonen Rahder de reis verschillende keren. Ze leerden in Frankrijk ook welke soorten veen het meest geschikt waren voor de nieuwe toepassingen. De venen die Rahder verwierf in het Tiendeveen waren in de onderste lagen rijk aan kluin of dargveen en konden eenvoudig geschikt worden gemaakt als brandstof voor de industrie. Rahder zette daarvoor nieuw verworven Franse uitvindingen als de ‘malaxeur’ in die al direct bij de winning het water uit het veen kon persen. In   iedere turf werd de letter –R- van Rahder geperst. Hij kreeg hiermee landelijke bekendheid

De firma Rahder kreeg in 1863 een octrooi om met een stoommachine veen tot “turf van groote digtheid” te gaan maken. Het winnen van turf werd steeds meer een industrie, het maken van duurzame brandstoffen, in plaats van het oorspronkelijke oogsten zoals in de landbouw.

J.C. Rahder stierf in 1872, vlak voordat koning Willem III zijn vernieuwende bedrijf kwam bekijken. Zijn zonen waaronder jonge Jan namen het bedrijf over. Op het hoogtepunt van de turfwinning in 1900 waren de zonen Rahder aanwezig op de wereldexpositie in Parijs met hun producten en machines.

De erven Rahder laten van 1923 tot 1926 door 900 arbeiders met schop en kruiwagen nog een extra kanaal graven. Het loopt vanaf de Verlengde Hoogeveense Vaart zestien kilometer naar de Beilervaart. Het kanaal vernoemen ze naar hun moeder Willemina Petronella Cornelia Van Voorthuijsen. Het Willeminakanaal werd later omgedoopt tot Linthorts Homankanaal en is vanaf 1970 niet meer bevaarbaar.

VeenNoordDuits2
Verveening

De turfwinning verplaatste zich steeds meer naar het grote Barger-Oostveen en het Amsterdamse veld aan de oostgrens met Duitsland. Mijn grootvader Jacob Rahder die zijn vader was opgevolgd als directeur verhuisde met de vervening mee en ging in 1929 in Nieuw Amsterdam wonen. De turfwinning kreeg steeds meer concurrentie van steenkool en later van gas. Verdere innovaties zoals experimenten om met turf gas te maken bleken niet rendabel. Na een opleving aan het einde van de 1e Wereldoorlog toen brandstoffen schaars waren kwam er in 1963 een einde aan de vervening en ook aan de firma Rahder Machinale turf B.V. Een jaar nadat hij zijn 40 jarig directeurschap vierde overleed Jacob Rahder in 1965. Zijn vrouw en dochters verkochten de veengebieden aan plaatselijke boeren die het geschikt maakten voor de land- en akkerbouw.

rahderturfwillemii
Prins Hendrik op bezoek in het veen bij de familie Rahder

Carmen onder de appelboom

Iedere zoon mag eenmaal een ode aan zijn moeder brengen. Dit is de mijne….

In onze familie kent iedere generatie zijn hoogtepunten en tegenslagen. Dat zal in andere families niet anders zijn. Het leven van Jentje Rahder later Voerman kent ze zeker…. Geboren als oudste dochter van Jacob en Femmie uit het verveners geslacht Rahder in Nieuw Amsterdam. Geboren in huize ‘de Tippe’, langs het kanaal waar toen nog dagelijks de schepen doorheen voeren met grote ladingen turf van het Amsterdamse veld op weg naar Hoogeveen en het westen. Ik heb daar als 3 jarig jongentje nog 6 maanden gewoond toen mijn moeder na de geboorte van Jacob Jan in het ziekenhuis lag met bloedvergiftiging. Ik vond het heerlijk om met mijn opa in de turfvelden te lopen, ik ruik nog die heerlijke geur van vers gestoken turf.

Jenny lag dus 6 maanden in het ziekenhuis, en daarmee is al direct 1 van de tegenslagen in haar leven genoemd. Er waren meer tegenslagen maar Jenny zal altijd volhouden dat ze een geweldig leven heeft gehad. Ze was een sterke, positief ingestelde vrouw uit het Drentse veengebied.

Het begon al in de oorlog toen Duitse vliegtuigen regelmatig laag overvlogen en Jenny op weg naar school in Coevorden haar jonge zusjes moest troosten. Haar vader verloor een been in een van de eerste mechanische turfmachines. Het gezin ving die klap manmoedig op.

Jenny kon goed leren en mocht van haar ouders gaan studeren in het verre Groningen. Iets wat voor veel meisjes in de periode vlak na de oorlog bijzonder was. Ze werd er verliefd op Ubbo Voerman een gevoelige en originele kunstenaarszoon uit Blaricum die moeite had met zijn studie geneeskunde. Jenny was een mooie levendige vrouw en werd door haar schoonvader, Jan Voerman Jr. de kunstschilder geschilderd in een mooie romantische pose. Mijn vader noemde dat schilderij ‘Carmen onder de appelboom’.

Carmen onder de appelboom
Jenny Rahder geschilderd door haar schoonvader Jan Voerman Jr.

Na de studie ging Jenny lesgeven en als een van de eerste uit haar vriendinnenclubje werd er getrouwd. In 1957 werd Jan Jaap geboren en vlak na zijn geboorte bleek hij een ernstige erfelijke ziekte hebben. Hij overleed 5 maanden later na een kort leven vol pijn. Ik heb pas echt goed begrepen wat voor impact dat op Jenny’s leven heeft gehad toen ze kort na de dood van Ubbo, daags voor zijn begrafenis vertelde dat ze de begrafenis van Jaap Jaap alleen maar had aangekund met de steun van Ubbo. En Ubbo was er nu niet meer om haar te steunen bij zijn begrafenis.

Na twee gezonde kinderen ging het gezin verhuizen van Groningen naar het kleine Beetsterzwaag omdat Ubbo daar een baan kon krijgen. Jenny, inmiddels een echt stadsmens geworden, paste zich weer aan bij het plattelandsleven en ging lesgeven in Friesland. Na de bloedvergiftiging kwamen er gen biologische kinderen meer maar wel pleegkinderen. Jenny’s hart was groot. En toen in 1974 kwam de zware hartoperatie. De hartklep deed het niet meer zo goed en moest vervangen worden door een exemplaar van plastic. Weer volgden er maanden in het ziekenhuis. Maar Jenny bleef in hoog tempo doorgaan met drukken en volle leven. Ze had een zeer groot netwerk van vrienden, familie, collega’s en ging bij iedereen op bezoek in haar kleine snelle Twingo-tje. Toen de kinderen uit huis gingen en terugkeerden met vriendinnen brak er voor Jenny weer een gelukkige periode aan. Ze werd oma van gezonde kleinkinderen en ze wilde graag oppassen. Nu nog mijmeren onze kinderen van ‘oma van de hertjes’…. En haar Ubbo voegde zich helemaal in de rol van opa!

Op een dag kreeg ze een herseninfarct en kon ze van het ene moment op het andere niet meer praten. Ze had waarschijnlijk haar bloedverdunners vergeten in te nemen. In het ziekenhuis was ze direct weer volop aan het regelen en schreef alles op briefjes: Agenda zit in mijn tas, haal mijn nachtkleding, zeg mijn afspraken af. Ik vond laatst het schriftje terug waarin ze al die boodschappen op had opgeschreven. Op één papiertje stond echter: “Ik houd er mijn moed in, ik huil niet want anders houd ik niet meer op”….

BriefjeJennys

Natuurlijk leerde ze in drie weken weer goed praten en ging zelfs weer lesgeven.

Ubbo werd vlak na zijn pensionering ziek en stierf een paar jaar later toch vrij plotseling. Jenny combineerde nu de zorg- taken en de oma- taken met het houden van schapen en alles wat ze daarvoor ook al deed. Ook na Ubbo’s dood was ze erg flink. Maar ze stierf de ochtend van zijn begrafenis. Had ze haar taak volbracht? We zullen het nooit weten. “Ik leef liever op volle snelheid en ga eerder dood, liever dan me steeds in te moeten houden” zei ze altijd.

 

Verkoop in het veen

Uit de Rahder archieven.

Er werd veel veengrond aangekocht en later ook weer verkocht. Na het overlijden van weduwe W.P.C. Rahder – Van Voorthuyzen in 1887 werden in 1889 door de erfgenamen via een publieke verkoop te Hoogeveen grote stukken grond verkocht. In een boekje staat per perceel aangeven wie de grond aankocht en voor hoeveel. De erven Rahder kochten daarbij overigens ook weer gronden aan.

Een aantal ansichten uit het ‘nieuwe’ veen waarbij steeds nieuwe gereedschappen en ook machines werden gebruikt.  Enerzijds om het veen sneller te winnen anderzijds om de kwaliteit van het veen te verbeteren (betere verbranding, compacter). De concurrentie met steenkool was immers erg groot.

Tot slot een foto van veenbazen uit Drenthe op werkbezoek bij de buren in Duitsland in 1921.

rahder-turf-fotos2

De geschiedenis van de familie Rahder in Drenthe

Eind 1850 werd Johan Coenraad Rahder (1812-1872) overgrootvader van mijn opa Jacob Rahder), wijnkoper te Amsterdam, benoemd tot directeur-administrateur in een door de ”Maatschappij tot Exploitatie van de Westerborker en ”Broekvenen”. Hij gaf zijn beroep als wijnkoper op vanwege zijn zwakke gezondheid.

jc-rahder
J.C. Rahder (1812-1872)

Hij vestigde zich in een nieuwgebouwd huis, genaamd “Nieuweroord” bij het gehucht Hoogeveen. Huize ‘Nieuweroord’ werd de uitvalsbasis voor de verveening van Zuid-Oost Drenthe. Het huis werd uiteindelijk uitgebreid tot het dorp Nieuweroord.

herenhuis-nieuweroord
Huize Nieuweroord

Dit riante huis, gebouwd door Rudolf Wichers ter Steege, timmerman te Hoogeveen, dat veel weg had van de havezathe “De Klencke” bij Oosterhesselen, stond in de buurt van de sluis aan de Middenraai. Bovengenoemde maatschappij had in 1849 plm. 1.400 ha. veengrond aangekocht rondom Nieuweroord en Nieuw Balinge. In 1855 werd nog plm. 35 ha. aangekocht ten noorden van de Hoogeveense Vaart en ongeveer tussen het Noorderhoofddiep en de Middenraai voor de aanleg van de 1e wijk.

In 1857 vond er een scheiding plaats tussen J.C. Rahder en de overige eigenaren van bovengenoemde Maatschappij en verkrijgt Rahder plm. 700 ha. veengrond te Tiendeveen, welke eveneens door deze Maatschappij waren verworven.

De school in Tiendeveen werd ook gesticht door de vervener J. C. Rahder, die het belangrijk vond dat er onderwijs in het dorp kwam. In 1860 heeft hij de school gesticht. Deze basisschool draagt nog steeds zijn naam.

J.C. Rahder verhuisde naar Noordscheschut waar hij het huis “Valkenheim” (de   latere Geref.pastorie) heeft laten bouwen.

rahderhuis
Huize Valkheim

J.C. Rahder liet omstreeks 1860 een nieuw kanaal graven, vanuit de Hoogeveense Vaart tot de Drijberse Hoofdvaart te Tiendeveen, ter lengte van ongeveer 2,5 km. Dit kanaal kreeg de naam “Willeminavaart”, genoemd naar zijn vrouw Willemina P.C. van Voorthuysen. In 1924 werd dit kanaal doorgetrokken naar Beilen, verbreed en omgedoopt tot Linthorst Homankanaal.

wilhelminavaartnieuweroord

De familie bouwde ook huize Blokland , anno 2015 nog steeds een prominent huis in Noordscheschut.

bloklandoudnieuw
Huize Blokland, vroeger en nu

Mede door de concurrentie met zijn oude vennoot De Wilde c.s. gaat J.C. Rahder op zoek naar een meer efficiënte fabricage van turf. Hij reist rond 1860 naar de Franse veengebieden en begon in 1863 als eerste met de machinale verturving van zijn veengebied, door middel van verrijdbare stoommachines (Locomobiles, ook wel Jacobs-ladder) en persmachines (Malaxeurs). In   iedere turf werd -de letter R van Rahder geperst. Hij kreeg hiermee landelijke bekendheid. In 1872 overleed hij, een half jaar voor het bezoek, dat Koning Willem III bracht aan zijn bedrijf, dat toen voortgezet werd door zijn zoons. Later steeg de turfproduktie tot 10 miljoen stuks van uitstekende kwaliteit. Er waren toen 170 arbeiders (mannen, vrouwen en kinderen) werkzaam. Toen het veen vergraven was, kwam er een einde aan de industrialisatie in dit gebied.

rahderturfwillemii
Prins Hendrik bezoekt de Rahder turf maatschappij

In 1873 verkopen de Erven Rahder huize “Valkenheim” en Mevr. W.P.C. Rahder-van Voorthuysen verhuisde na de dood van haar man naar Huize Blokland, bij de sluis te Noordscheschut. Na de 2e wereldoorlog is het oude “Valkenheim” afgebroken en een nieuwe pastorie gebouwd. Herbert Rahder, zoon van J.C. Rahder, koopt in 1868 een perceel grond, waar hij het huis “Veen en Dal” laat bouwen. De eerste steen werd gelegd door zijn vader, de gedenksteen is nog in de voorgevel van het huis, dat thans eigendom is van de familie Bosman en de naam “Veen en Dal” staat nog op het hek.

veenendal
Huize Veen en dal, Noordscheschut

Een van de zoons (onze opa Jacob Rahder) verhuisde naar Nieuw Amsterdam waar de laatste veengronden aan de grens met Duitsland verveend werden. Hij liet daar, na zijn huwelijk met Femmy Uiterwijk, begin 1928 het huis ‘de Tippe’ bouwen.

tippe
De “Tippe” in Nieuw Amsterdam

De Tippe te Nieuw Amsterdam

De huidige Rahderweg in Noordscheschut ligt ongeveer op de wijk die de scheiding vormde van de “boomgaard” van de laatste familie J.C. Rahder, die hier een kwekerij en een handel in zaaizaad en pootgoed exploiteerde.

De laatste jaren van de eerste wereldoorlog brachten in Nederland een gebrek aan brandstoffen teweeg. Met de veenindustrie ging het beter dan ooit. Na de oorlog eindigde ook deze hausse en kwamen er ernstige moeilijkheden voor de turf. Door mechanisatie werden deze verminderd. Toen in 1929 de algemene malaise begon, liep de turfafzet zo sterk terug dat er in 1934 een subsidieregeling tot stand kwam. Na een opleving van de veenindustrie in de jaren veertig werden de mogelijkheden tot afzet aan het eind van dit decennium snel minder. In 1962 was de situatie dermate verslechterd dat de commissarissen een voorstel tot liquidatie deden. Op grond van een accountantsrapport besloot de Algemene Vergadering de liquidatie uit te stellen tot een fiscaal gunstiger tijdstip. In 1962 werd ook de periode van 111 jaar afgesloten waarin leden van de familie Rahder in Drenthe verveend hebben; “de fabriek” maakte in dit jaar de laatste Rahder-turven. Daarna was de N.V. alleen nog grondeigenaresse. In 1964 vierde Jacob Rahder zijn 40-jarig jubileum als directeur van de Rahder- Turffabriek. Na zijn overlijden volgde zijn weduwe, mevrouw F.E. Rahder-Uiterwijk, hem op als directeur.

Veel leden van de familie Rahder bezaten aandelen in de Rahder-Turffabriek. Zij hadden samen ruim tweederde van de aandelen in handen. Steeds was dan ook één van hen commissaris. In de laatste jaren voor zijn overlijden nam Jac. Rahder bijna alle aandelen van de andere aandeelhouders over. Zijn dochters erfden deze aandelen in 1965. Twee van haar bezetten dan ook de commissarisplaatsen. Eind 1969 ging de Rahder-Turffabriek over tot een liquidatie die tenslotte op 29 april 1970 plaats vond.

stamboomrahderrond
Rahder stamboom

Bronnen

  • “Rondom het Schut”, Albert Metselaar 2016
  • “Drenthe – Parijs”, Sporen van de Drentse turfexpress naar Parijs (1850-1900), Wim Visscher, H&K uitgevers 2004
  • ”Deining in Drenthe”, H.J. Prakke, Van Gorcum
  • “Aan het veen verkocht”, geschiedenis van een veenarbeiders familie 1876-1922, Derk Gort Regio Project 1995
  • “Levend Morgenland” , Hero Moorlag  1987
  • “Rond de Runde. Turf, kunstmest en elektriciteit”, Triptiek van de Turfindustrie (Nieuw Amsterdam 1997).Visscher, W. Mr. drs.
  • Diverse privé archieven van de Rahder turf bv.
  • “Amsterdam – Nieuw Amsterdam – New York”, Mr. Drs. W. Visscher H&K uitgevers 2000
  • “De Machinale Rahder Turffabriek”, Jennie Voerman-Rahder verhaal in het kader van cursus regionale geschiedenis door de Seniorenacademie te Groningen. 1992