
De beste wensen voor 2023
Geschiedenis van de families Voerman, Rahder en Mansholt.
De gevoeligheid der dingen. Het probleem is niet dat we het niet goed hebben, maar dat we niet weten hoe het beter kan!

De beste wensen voor 2023
In 1937 en 1938 verschenen twee Verkadealbums die een mooie blik gaven op het Nederlandse landschap in die jaren: “Waar wij wonen” en “De Grote Rivieren”. Anders dan de eerder Verkadealbums stonden er grotere plaatjes in die waren gemaakt door vader en zoon Rol en mijn opa Jan Voerman Jr. Onderstaand plaatje (origineel is een aquarel) is van de IJsseldijk bij Veessen. Te zien zijn ondermeer Jacobskruid, Agrimonie, Klaprozen, wilde Chicorei, Kruisdistels, Pastinaak en wilde Peen. De tekst in de Verkadealbums was weer van Jac. P. Thijsse.

Dit is een fragment uit het boek “Gevangen in een paradijs”, door Kees Opmeer. Het is hier te bestellen.
Jan Verkade, kunstschilder in de ‘Nabis’, een groep schilders rondom Paul Gauguin, en zwager van Jan Voerman Sr., beschrijft in zijn autobiografie “In blijde gebondenheid” de laatste dagen van Vincent van Gogh.
In zijn Franse tijd had Jan Verkade veel contact met een Hollandse schilder, een leerling van Vincent van Gogh, die hij niet met naam en toenaam wilde noemen. Hij duidde hem aan als H. Deze schilder had de laatste dagen van Vincent meegemaakt. “Dom Willibrord”, de bijnaam van Jan Verkade, beschrijft Vincent’s laatste dagen.
…Hij sprak er niet graag over. De tragische dood van zijn meester had hem zó aangegrepen, dat hij er maanden niet door werken kon. Toch herinner ik me nog, dat H. vertelde, hoe vreselijk Van Gogh geleden had. Hij had in zijn smart uitgeroepen: “Is er dan niemand, die mij de buik kan openmaken?”
Vincent was n.l. naar buiten gegaan en had zich onder een boom ’n schot in de buik toegebracht. Toen de dood niet intrad, sleepte hij zich te voet naar huis. Zijn hospes zag bloedsporen, en vond den zwaargekwetsten op zijn kamer te bed. “Wat is er gebeurd, mijnheer Vincent?” vroeg de man. “Ik heb me willen doden,” antwoordde de schilder, “maar ’t is me niet gelukt. Ik zal ’t nog eens moeten doen.” Deze laatste bijzonderheden vernam ik van Emile Bernard, die voor de begrafenis van Vincent haastig was overgekomen. Hij had ’t persoonlijk van den waard vernomen. “De begrafenis was ontroerend,” vertelde Bernard, “allen, die meeliepen schreiden.” Men hield van Van Gogh te Auvers-sur-Oise, zoals overal.
De zelfmoord van Vincent van Gogh is met veel mystiek omgeven. Veel verhalen doen de ronde, complottheorieën soms die in bepaalde kringen populair zijn. Er is zelfs gesuggereerd dat hij is vermoord.


Beste hier

Op 26 september 1876 deden mijn overgrootvader Jan Voerman en zijn vriend uit Kampen Bas Tholen, naast 15 anderen, toelatingsexamen voor de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, aan de Stadhouderskade 86. ‘Rijksakademie’ werd toen nog met een k geschreven. Het markante gebouw, aan de rand van het oude centrum, bestond net 2 jaar en is mede door koning Willem III opgericht. De helft van de studenten die toelatingsexamen deed, werd aangenomen, waaronder Jan en Bas.
Opvallend was dat het clubje jaargenoten van mijn overgrootvader zonder uitzondering telgen waren van notabelen en welgestelde families. Ze ontwikkelden zich tot min of meer bekende kunstenaars. Mijn overgrootvader was, als eenvoudige boerenzoon, een vreemde eend in de bijt. Zonder zijn afkomst te verloochenen heeft hij veel van zijn vrienden en tijdgenoten als schilder voorbij gestreefd. Dat moet veel voor hem hebben betekend.
Over zijn Amsterdams tijd vertelde mijn overgrootvader later:
…Op de Academie leefde ik bijna van niets. Soms at ik dagen niet. Maar je kon heel wat verdragen in die tijd. Eigenlijk heb ik ’t nooit moeilijk gehad. Je zou me een Zondagskind kunnen noemen, maar dat doe ik niet…
Het groepje vrienden en studiegenoten rond mijn overgrootvader stond op de Academie bekend als een ijverige en talentvolle lichting, wat lang niet voor alle studenten gold. Dit blijkt uit de beoordeling van de docenten.
Over Jan Voerman sr.: …Jan, schoonen aanleg en uitmuntende vlijt, steeds vol ijver en helder van geest. Hij kan een sieraad der schilderschool worden… Aanleg en ijver zeer goed, zelden verzuimd… En later: …Schildert zelfstandig op eene loge, met vrij goed vervolg. Aanleg zeer goed, de wil niet altijd…
Over Bas Tholen: …Een buitengewoon vlug jong mensch, in vele zaken goed onderwezen. Hij deed in 1877 examen voor het middelbaar onderwijs te Delft. En ging aan de polytechnische school over voor de architectuur…
Over Piet Meiners: …Van de beste gezindheid, zeer leerzaam en vrij goed ontwikkeld, geeft goede verwachtingen… Schilder- en tekenklassen: aanleg en ijver goed, nooit verzuimd…
Over Anthon van Rappard: …Belooft door zijn aanhoudende ijver en wilskracht goed vooruit te komen. Hij werd aanvankelijk een knap tekenaar… Aanleg en ijver zeer goed, klassen goed bijgewoond…
Over Willem Witsen: …Kwam aanvankelijk voor vier of meermalen lessen per week. Met den cursus 78/79 ging hij over voor alle lessen en onderscheidt zich door ijver en goeden geest… Schildert afzonderlijk met vrij goed gevolg… Schildert loffelijk, is echter onbestemd in zijn streven…
Dit is een fragment uit het boek: “Gevangen in een paradijs” over vader en zoon Voerman. Het boek is hier te bestellen.

29 oktober 2021
Peter Voerman, kleinzoon van Jan Voerman jr. en achterkleinzoon van Jan Voerman sr., schenkt nooit eerder vertoond werk aan het Voerman Stadsmuseum Hattem. Het gaat met name om jeugdwerk van zijn opa.
Voerman sr. is landelijk bekend geworden als de IJsselschilder. Voerman jr. is niet alleen een veelgeprezen lithograaf geworden, maar kennen we vooral als illustrator van de Verkade-albums.
Familiearchief
Het jeugdwerk bevindt zich in het uitgebreide familiearchief dat Peter Voerman beheert. Dit archief vormt de basis van het boek Gevangen in een paradijs dat Peter Voerman samen met auteur Kees Opmeer onlangs heeft geschreven. Het boek beschrijft het bijzondere leven van beide schilders met uniek beeldmateriaal en nooit eerder vertelde verhalen. Het boek wordt uitgegeven door Stichting Cultuurfilms Drenthe.

Tentoonstelling
Publicatie van het boek was voor het museum aanleiding een tentoonstelling over beide beroemde schilders te organiseren, onder de gelijknamige titel ‘Gevangen in een paradijs’. Deze tentoonstelling is nog tot en met 30 november in het Voerman Stadsmuseum Hattem te bekijken. De tentoonstelling en het boek blijken zoveel belangstelling te trekken dat Peter Voerman heeft besloten een deel van zijn tot nu toe besloten archief aan het museum te schenken.
Tekenschriften, kalenderbladen
De schenking bestaat onder meer uit de eerste tekenschriften van Jan Voerman jr. Schetsen voor de Verkadealbums die hij vanaf zijn 15e maakte, persoonlijke documenten zoals brieven aan zijn opa Ericus Verkade en kalenderbladen die hij voor zijn opa Verkade maakte. Goed te zien is met welke aandacht en finesse de jonge Jan Voerman al kon tekenen en aquarelleren.

Jan Voerman Jr.
In 1927 werd mijn overgrootvader Jan Voerman sr. zeventig jaar. Nog steeds was hij de eenzelvige man die uit de schijnwerpers wilde blijven. Er was een krant die aandacht aan zijn verjaardag wilde schenken, maar mijn overgrootvader hield met grote stelligheid de boot af. De krant berichtte toen hierover dat zijn zeventigste verjaardag een aangelegenheid was die hij het liefst onopgemerkt voorbij zag gaan, een verlangen dat wij ten volle eerbiedigen.
De jaren begonnen te tellen, maar dat weerhield Voerman sr. er niet van om voortdurend op zoek te gaan naar andere wegen en nieuwe invalshoeken. Zo begon hij in 1929 met een nieuwe serie studies van bosgezichten. Waar hij vaak naar toe ging was het ‘Bosje van juffrouw Jonker’, met de koets ongeveer een half uur rijden vanaf zijn huis, in gezelschap van zijn trouwe knecht Ten Have. In dit bos, lag aan de Veldweg, een wit gepleisterd landhuis, ’t Velthuys, dat Maria Jonker, een schoolvriendin van Anna Voerman – Verkade, in 1903 had laten bouwen.
Mijn overgrootvader kwam daar graag. Niet alleen aangetrokken door de mysterieuze schoonheid van dat bos, maar ook door de aanwezigheid van het landhuis. Maria Jonker
hield daar een soort pension voor wat oudere kunstenaars die een plek zochten om tot rust te komen. Onder de gasten bevonden zich ook vrienden en kennissen van Voerman sr., die van de gelegenheid gebruikt maakten om bij hem aan de Gelderse Dijk op bezoek te komen. Mijn overgrootvader genoot van deze bezoekjes. Het gaf aan dat hij geen hekel had aan mensen, maar dat hij niets moest hebben van het onvoorspelbare ‘gedoe’ van de buitenwereld.
Mijn overgrootvader wilde het in die jaren anders doen dan de bosgezichten die hij eerder had geschilderd. Hij zei daarover:
…Als je eerst met bosch begint, dan zoek je naar mooie bomen, vooral héél mooie stammen. Je wilt de stammetjes héél uitvoerig teekenen met mos erop en zoo – en zo moet je ook beginnen, maar later is de kleur in het bos alles, en hoofdzaak is de grote harmonie. Als je zo in ‘t bos alleen bent en in Gods zon staat, ja dan kun je daar zoo staan, je kunt niet meer; je kunt niet meer in je opnemen, het is overweldigend…je moet stuk… En dan moet je naar huis, omdat je niet meer kunt en je zoudt zoo graag nog blijven…
Het was een eeuwige zoektocht, met steeds de terugkeer naar zijn geliefde IJssellandschap met de karakteristieke wolkenluchten, die hem een eigen plaats binnen de Nederlandse landschapsschilderkunst hebben bezorgd.


Uit de serie Bosjes van Jan Voerman sr.
Frederik van Eeden kwam regelmatig bij het gezin van zijn kunstvriend Jan Voerman Sr. over de vloer. De kinderen verheugden zich erop als hij langs kwam. Hij las hen voor uit het boek ‘Grassprietjes’ van Cornelis Paradijs. Dan lagen de kinderen onder de tafel van het lachen. Later kwamen ze erachter dat Frederik van Eeden deze verhalen zelf had geschreven. ‘Grassprietjes’ is een bundel gedichten, waarin Van Eeden de spot drijft met de vrome en zoetsappige gedichten uit die tijd.
Frederik van Eeden had veel gevoel voor humor. Ook mijn overgrootvader was daarvan wel eens het slachtoffer. Hij nam Frederik een keer mee naar zijn atelier om hem zijn ‘Grote luchten schilderij’ te laten zien. Van Eeden bleef een tijdje voor het doek staan kijken, deed een paar passen achteruit en zei toen op ernstige toon: Zou je daar bij die grote wolk niet eens een klein engeltje om de hoek kunnen laten kijken?.
Voerman sr. kon de humor van zijn vriend wel waarderen. Hij antwoordde op dezelfde ernstige toon: Nou je het zegt, daar zal ik de volgende keer eens aan denken.
Frederik, behalve schrijver ook psychiater, stichtte in 1898 een vreedzame leefgemeenschap in Bussum: Walden, genoemd naar een Amerikaans boek dat hij had gelezen. Het idee voor deze utopische kolonie werd mede gevormd door zijn ervaring met de ‘kolonie’ van Voerman sr. aan de Gelderse Dijk. Helaas was Walden geen lang leven beschoren. Vooral financiële problemen waren er de oorzaak van dat de kolonie in 1907 failliet ging.


Jan Voerman Jr. hoopt in 1919, na zijn academietijd, veel te kunnen schilderen in zijn nieuwe kamer in Den Haag, maar er is veel afleiding. Gesprekken tot diep in de nacht over oorlog en vrede en een nieuw begin. Er is een nieuwe held waarover gesproken wordt. Een jonge Hindoestaanse man uit India, Jiddu Krishnamurti genaamd. Een aantal leden van de vriendengroep waarbij ook broer Wim Voerman worden trouw volger en zijn medeoprichters van “The Order of the Star of the East”.
Jan houdt wat afstand. De volgelingen zien elkaar op het landgoed “Eerde” bij Ommen. In 1925 maakt Krishnamurti zijn volgelingen duidelijk dat “hij die een ander volgt ophoudt de waarheid te volgen”. Hij neemt daarmee afstand nam van zijn wereldleraarschap. Later ontbindt hij in Ommen de Orde van de Ster in het Oosten, die op dat moment over de hele wereld zo‘n 40.000 leden telt. Vooral voor Wim is het een grote teleurstelling. Hij maakt veel wandelingen met Krishnamurti en maakt foto’s die hij aan de volgelingen verkoopt.
Jiddu Krishnamurti (1895-1986) heeft bijna 65 jaar lang gesproken voor en met mensen in alle werelddelen. Hoewel hij sprak over inzicht en meditatie, bracht hij geen nieuw geloof, geen nieuwe filosofie. Wat hij deed was samen met zijn toehoorders nagaan wat de oorzaken zijn van de problemen waarmee de mens sinds jaar en dag te kampen heeft.


