Vleermuizen

Op zoek naar een foto van mijn oude basisschool aan de Hoofdstraat in Beetsterzwaag, tegenover het kantongerecht, kwam ik een herinnering tegen van mijn oude meester Terluin. De meester die zo mooi kon voorlezen uit ‘De brief voor de koning’ van Tonke Dragt. Hij tekende daarbij een prachtige kaart op het bord, uit zijn hoofd zonder voorbeeld. Meester Terluin beschrijft een scène die ik zelf heb meegemaakt in die oude lagere school.

Op een dag kwamen er vleermuizen vanuit de lampen vallen en fladderden door het lokaal. Later zei juf Agter tegen me dat vleermuizen vooral in het haar gingen zitten van jongetjes met kort haar. In die dagen had ik ‘kort Amerikaans’ stekeltjeshaar. Ik heb nooit meer zonder angst in dat lokaal gezeten. Ook herinner ik me nog de oude potkachel die Terluin beschrijft. We moesten veel van plek wisselen in het lokaal, want dicht bij de kachel was het te heet en ver van de kachel veel te koud. Als je straf had, moest je naar het turfhok (in mijn herinnering waren het trouwens kolen).

Uit het verhaal van Meester Terluin:

“Het was ongelooflijk wat ik daar aantrof: een enorme kachel in de hoek van het lokaal en een turfbak ernaast, elke dag gevuld met turf; in de hoek daartegenover de ingang naar het turf- of kolenhok; in de andere hoek een deur met een ouderwetse stalklink naar drie toiletjes, eveneens met een stalklink te openen. Het waren wc’tjes zonder spoeling. Alles wat er in gedeponeerd werd, viel in een beerput eronder. De raampjes naar buiten waren voor de helft met glas gevuld, voor de broodnodige frisse lucht. De ramen in het lokaal waren zo hoog dat de kinderen niet naar buiten konden kijken. Dat zou hun maar afleiden. Voor de klas stond een hoge lessenaar op een soort podium en een hoge kruk er achter. Er stonden vier rijen schoolbanken, waar wel 44 kinderen in plaats konden nemen.

Eens werd ik gehaald door de juf van de 1e en 2e klas, omdat er iets niet pluis was in het lokaal. Er waren vleermuizen in de plooien van de gordijnen gekropen en toen de gordijnen tegen de zon werden gesloten, vlogen die beestjes door het lokaal en scheerden over de hoofdjes van de kinderen. Paniek onder de kinderen, natuurlijk. Gauw de buitendeur opengezet en geprobeerd de beestjes naar buiten te jagen, wat uiteindelijk lukte. Deze buitendeur moest door de kinderen gebruikt worden om naar hun toiletjes te gaan, die in een apart gebouwtje achter de school stonden”.

Na 4 jaren op de oude school werd er eindelijk een nieuwe school gebouwd op een drassig veldje pal naast ons huis aan het Merkelân. We speelden graag op dat veldje waar we vaak met natte broeken en sokken vandaan kwamen. Maar een school naast de deur was natuurlijk erg spannend. Samen met vriendje Durk hielden we de bouw goed in de gaten. Iedere week waren er vorderingen. Waar zou mijn klas komen? Vriendje Durk was helaas na de kleuterschool naar de christelijke school gegaan.

Inmiddels was onze klas tijdelijk verplaatst naar een noodlokaal in de landbouwschool. We moesten door ruimtes met melkmachines lopen naar ons lokaaltje. Daar gebruikten we voor het laatst onze kroontjespennen die we doopten in de inktpot op ons tafeltje. Naast de inktpot en kroontjespen lag steevast de inktlap. Bij een nieuw schrift zat altijd een vloeiblad waarmee de natte inkt werd gedroogd. Soms gebruikten we nog een griffel en een lei en daarmee kon je afschuwelijke krasgeluiden maken. Toen de school eindelijk af was en de feestelijke opening achter de rug, kon ik nog maar 2 jaren van het nieuwe gebouw genieten. Daarna vetrokken we op de fiets naar het lyceum in Drachten.

Mijn mooiste herinneringen in klas 6 zijn niet aan dat nieuwe schoolgebouw, maar aan de nieuwe hoofdmeester Brouwer die ook naast de school ging wonen. Het eerste wat hij deed was het afschaffen van allerlei regels die tot dan aan de orde van de dag waren geweest. We hoefden niet meer per klas in een rij te gaan staan, voordat we op volgorde in de pas naar binnen mochten. In het lokaal was het niet meer verplicht om met de armen over elkaar stil te zijn als ons werk af was. We mochten gewoon iets anders gaan doen.

And I was so much older then

When I was young

(Eric Burdon, 1967 )

Fotografie rond 1900

Mijn overgrootvader Jan Voerman Sr. kocht al rond 1900 een houten reiscamera waarmee foto’s konden worden gemaakt op glasplaten van diverse formaten. Hij kocht de camera bij de firma Groote die was gevestigd op de Kalverstraat 43 en deed in ‘Photographie Artikelen’ Jan Voerman leerde fotograferen van plaatsgenoot Luite Klaver in Hattem. Hij leerde de techniek ook aan de zonen Tijs en Jan. Mijn opa Jan Voerman Jr. maakte veel foto’s als voorstudies voor de Verkadeplaatjes. Hij gebruikte diverse reiscamera’s. De camera’s en veel glasnegatieven zijn bewaard gebleven.

 

De Kracht van goed onderwijs

Eindelijk is er tijd op met mijn familieverhaal te gaan schrijven. Ik ben vele dagen naar het archief geweest, gezocht op internet, boeken gelezen en ik heb mijn eigen archief uitgepluisd en geordend. Op zoek naar de laatste puzzelstukjes. En zodra ik begin met schrijven zie ik iets dat mijn voorouders verbindt. De kracht van goed onderwijs. Het begint al met over-over grootmoeder Hilje Hopma die in 1814 van haar moeder de kans krijgt om in de Franse tijd wat langer naar school te gaan. Ze leert Frans en een nieuwe wereld gaat voor open. Ze is een van de eerste boerenvrouwen die een eigen boekenplank heeft in huis. Haar dochter Henriette krijgt dezelfde kans op onderwijs, zoals veel andere meisjes en vrouwen in de Marne en het Oldambt. Herenboeren en boerinnen lezen veel en er zijn volop boeken en leesclubjes waar men de literatuur bespreekt. De welvaart van de boeren in die tijd is daar een direct gevolg van.

Dan Derk Mansholt die rond 1850 in het gehucht Ditzummerhammrich op een klein schooltje met 80 kinderen in één klaslokaal lessen natuur- en scheikunde krijgt van een inspirerende leraar die later professor zal worden aan de Universiteit van Hannover. Het is de basis voor zijn werk om landbouwproducten te verbeteren. Hij stuurt zijn zonen later naar de eerste Landbouwuniversiteit in Nederland. De familie zal Statenleden en ministers afleveren tot in het Europese parlement. Zijn dochter Theda is de grondlegger voor het huishoudonderwijs voor meisjes.

Dan Jan Voerman Sr. die in Kampen wordt begeesterd door zijn tekenleraar Belmer die zijn talent herkent en stimuleert. Een boerenzoon wordt kunstschilder. En Edu Koning die tijdens de lange winters in de afgelegen Borch te Wedde privéles krijgt van haar vader en notaris Johannes Koning. Ze mag als ze ouder is reizen maken naar Duitsland waar ze haar talen leert. Haar dochter Anna Verkade start een eigen schooltje in Hattem waar ze kinderen met leerproblemen helpt. Ook geeft ze vrouwen les in hygiëne en opvoeden. Het kindersterftecijfer in Hattem is in die periode veel lager dan de omgeving. Samen met dochter Edu verdiept ze zich in de lessen van Maria Montessori.
De familie Verkade die voor kinderopvang zorgt in haar fabrieken aan de Zaan. Kinderen van werknemers krijgen daar ook lessen in van alles zodat ze goed voorbereid zijn als ze naar school gaan.

Een andere voorvader, Jan Coenraad Rahder, sticht als vervener in Drenthe halverwege de 19e eeuw een schooltje in Tiendeveen waar de kinderen van zijn arbeiders naar toe kunnen. Het schooltje droeg lang zijn naam, de J/.C. Rahder school. Overgrootvader Hendrik Uiterwijk pleit in het begin van de 19e eeuw als gemeenteraadslid in Hoogeveen voor betere salarissen voor de onderwijzers. Zijn dochter, en mijn oma, Femmy Rahder – Uiterwijk wordt zelf ook onderwijzeres. Mijn andere Oma Hetty Voerman – Mansholt is jarenlang bestuurslid van het landelijk Montessori onderwijs.

En dan natuurlijk mijn moeder Jenny die veel generaties inspireert met haar lessen geschiedenis en maatschappijleer. Ook haar kinderen worden ermee besmet ook al zijn de verhalen over Jane d’Arc en de vele kastelen en kerken, iedere keer als we op vakantie zijn in Frankrijk, soms te veel van het goede. Mijn vader Ubbo die als kinderrevalidatie arts op Lyndensteijn een school startte om de kinderen die er langdurig opgenomen werden toch een goede opleiding te bieden.

Ik doe ook mee, als is het bescheiden en aan het einde van mijn loopbaan. Vanuit de Drentse regiegroep Onderwijskwaliteit, met beleidsmakers en bestuurders van gemeenten en onderwijsbestuurders, met als instrument de Onderwijsmonitor, zien we iets vreemds: de Drentse jeugd doet het goed bij de eindtoetsen in het basisonderwijs. Maar dan kiezen ze vaker dan elders voor een schoolloopbaan onder hun niveau. Het zijn zowel ouders als leraren die te voorzichtig keuzes maken. Zo missen deze kinderen kansen. Dat kan beter. Juist kinderen in Zuid en Oost Drenthe, waar al jarenlang veel armoede en werkeloosheid is, verdienen kinderen het beste onderwijs. Na mijn jarenlange werk in de jeugdzorg ben ik ervan overtuigd dat goed onderwijs aan de basis staat voor een gelukkig en zinvol leven. Met goed onderwijs vinden kinderen gemakkelijker werk dat bij hen past. Met goed onderwijs is er minder (jeugd-) zorg nodig. De Regiegroep maakt daar een plan voor. Meer aandacht voor het kind en de ouders. Een goede verbinding met welzijn en zorg. Betere faciliteiten in de klas. Goede overgangen van voorschool naar het basisonderwijs en daarna weer van basisschool naar het voorgezet onderwijs. Een positieve sfeer op school. Werken met methodes die kinderen aantoonbaar verder helpen zoals de Weekend school. Er gebeuren al heel veel mooie dingen in het onderwijs, laten we die meer aan elkaar zien. Het plan zal slagen.

Familie geschiedenis in de stad Groningen

StadGroningenDe Stad Groningen speelt een grote rol in mijn familie geschiedenis. In verschillende tijden hebben er familieleden gewoond en geleefd.

Een klein overzicht (zie kaart):

Familie Mansholt (1910-1920)

  • A. Noorderhaven. Huis van Derk Roelfs en Aaltje Mansholt
  • B. Zuiderpark 10E Woning van Ubbo Johan en Grietje Mansholt
  • C. Voerman steen in de gevel

Ubbo en Jennie Voerman – Rahder (1946-1964)

  • 1. Wielewaalflat (daar ben ik geboren)
  • 2. Illigaliteitslaan (Jacob Jan geboren)
  • 4. Rembrand van Rijnstraat (Jan Jaap geboren)

Peter Voerman (1984-86)

  • 3. Guldenstraat (boven wat nu de Rabo bank is
  • 3A. Prinsseseweg 66a (Katinka)
  • 6. Papiermolen zwembad

Jens, Tijs, Jort (met Nienke, Eline en Lenthe vanaf 2005)

  • 4. Taco Mesdagstraat 30
  • 5. Hamburgerstraat 20A

 

Vader en zoon schilder

Jan Voerman werd in 1860 als 10e en laatste kind geboren in een groot gezin die al generaties boerden in Kampen. Nog vroeger hadden de Voermannen boerderijen buiten de stad, in het Kamperveen en op verhoogde terpen langs de IJssel maar na de grote watervloed in 1825 bouwden ze hun boerenwoning binnen de stadsmuren. Hendrik Voerman en Geesje Bos, de ouders van Jan woonden als vrije boer rond 1860 aan de Groenstraat 106. Jan was een dromer die vaak werd gepest door zijn schoolgenoten. Toen hij 2e klas van de lagere school zat werd hij bevriend met Willem Bastiaan Tholen zoon van een schilder. Hij kwam graag bij zijn vriend thuis en voelde zich erg thuis in het kunstenaarsgezin. Willem houdt juist van de zoete geur van de koeien in het achterhuis bij Jan.

Samen met Willem gaat Jan naar tekenles en later naar de stadstekenschool. De jongens hebben talent. Leerraar J.D. Belmers ziet het en met financiële steun van Jan’s oom Aalt mag hij gaan studeren in de grote stad. De vrienden gaan naar de Rijksacademie in Amsterdam. Jan Voerman heeft in zijn verdere opleiding ook schilderlessen gevolgd bij Verlat in Antwerpen waar later ook Vincent van Gogh nog werkte.

Zijn studietijd en latere leven als kunstenaar is goed beschreven in boeken van Anna Wagner en Leo Boudewijns (met Henk van Ulsen).

In zijn studietijd heeft Jan portretten gemaakt en stadsgezichten in de Joodse Jordaan. Maar al snel ging hij met studienoten als Israëls, Tholen en Meinders weer terug naar zijn geliefde IJssel. In de zomer van 1988 trek hij daar dan rond met zijn leerling Jan Verkade. Jan Verkade huurt een huis in het schilderachtige Hattem. Jan Voerman, inmiddels getrouwd met Jan’s zuster Anna, volgt zijn zwager in 1989 en huurt een kamer boven logement Blom (het huidige Wapen van Hattem) aan de markt. Daar wordt in 1890 hun eerste kind geboren, mijn op Jan Voerman Jr.

Het jonge kunstenaarsgezin leeft er de eerste jaren in armoede. De eigenzinnige stijl van het impressionisme is dan nog niet populair. Het tafelzilver wordt verkocht om de huur te betalen. Als hij bloemen in een vaas, meegebracht door zijn leerling Auguste Obreen, gaat schilderen verkoopt Jan zijn eerste werk. De pot ‘Augustine’ komt in veel van zijn beginwerk voor, ook in het schilderij Pot met Azalea’s dat bekend is geworden als voorkant van het boek “Knielen op een bed violen” van Jan Siebelink.

Als Jan Verkade weer teruggaat naar Parijs, waar hij eerder met “de Nabis” schilderde, een groep schilders rond Paul Gaughin schenkt hij zijn huis in de Kerkstraat, met een plechtig document aan het gezin van zijn zus en zwager. In mooie licht in het nieuwe huis gaat Jan steeds vaker landschappen schilderen. Uit het ‘grijze boek’, waarin Anna de verkoop van het werk van haar man bijhoudt, blijkt dat er in 1892 voor maar liefst 2350 gulden is verkocht.

In 1895 koopt Jan 5000 stenen en wat kozijnen bij de afbraak van een oud huis in Dalfsen. Hij bouwt er zijn eerste huis mee op een stukje grond dat hij kocht aan de Gelderse Dijk. Een prachtig uitzicht op de IJssel en de stad Hattem. De komende jaren bouwt hij er een hele rij ateliers en huizen bij allen verbonden door een prachtige achtertuin. Jan schept zijn eigen paradijs aan de IJssel zoals hij het noemt. Met koeien en kleinvee, hij is immers een boerenzoon, maar ook met fruitbomen, groenten en prachtige rozen om te schilderen.

Na Jan Jr. komen er nog meer kinderen. Eerst Tijs en dochter Edu. Daarna nog Wim en Paul. Tijs heeft vanaf 1895 een dagboek bijgehouden. Na de eerste prachtige jaren in de huizen aan de Gelderse dijk kent het ‘paradijs’ langzamerhand ook zijn nadelen voor de kinderen. Ze worden erg beschermd opgevoed en hebben weinig kontakten in het dorp. Jan Jr. krijgt een schilderkist cadeau en voelt de opdracht om ook schilder te worden. Hij tekent dan al veel in zijn schoolschriften, vooral dingen uit de natuur zoals bloemen, vogels en insecten. Hij tekent kalenders voor zijn opa Eric Verkade en vanaf zijn 16e werkt hij mee aan het tekenen van de plaatjes voor de Verkade albums. Het eerste album in een grote reeks is ‘Lente’ uit 1906.

Het is de start van een kunstenaarsbestaan voor Jan Jr. Hij volgt ook lessen aan de academie in Amsterdam. Jan Jr. werkt veel in opdracht en wordt, vooral in zijn eigen ogen, nooit de kunstenaar die zijn vader was. Het boek dat over hem is geschreven heet dan ook: “Jan Voerman Jr. uit de schaduw van de IJsselschilder”.

In het Voerman museum te Hattem is het werk van vader en zoon Voerman te zien.

janvoermanjr2
Jan Voerman Jr. in zijn atelier in Blaricum 1970

Anna Voerman – Verkade

Mijn overgrootmoeder in foto’s van meisje tot echtgenoot van de schilder Jan Voerman Sr. en moeder van 5 kinderen waaronder mijn opa Jan Voerman Jr.

Maar vooral een belezen, intelligente vrouw die velen in Hattem heeft geholpen. Ze had klasjes voor kinderen die geen goede opleiding kregen en gaf voorlichting over hygiëne aan vrouwen uit kansarme gezinnen.  Een maatschappelijk werkster avant la lettre. Ook zij kreeg (net als haar man een paar jaar later) een groot artikel op voorpagina van de plaatselijke krant de “Homoet”

Het eerste tekenschrift van Jan Voerman Jr.

Jan Jr. op kreeg op zijn 6e verjaardag cadeau van zijn ouders een tekenschrift cadeau. Bij het schrift hoorde een tekendoos met potloden. Het was 23 januari 1896 en het nieuwe huis aan de Gelderse dijk in Hattem was bijna klaar. Jan Jr. vertrouwde later aan zijn vrouw Hetty Mansholt dat het voelde als een opdracht. Jij moet ook schilder worden. In het schrift staan kindertekeningen van bloemetjes, insecten maar ook van alledaagse zaken in het huis zoals de staande klok. Ook tekende hij dingen die hij op wandeltochten had gezien zoals de buizen en draden in de nabije oliemolen. Jan was slordig en liet de tekendoos in de regen staan. Maar zijn schrift is er nog. Het schrift dat de aftrap was voor een loopbaan als tekenaar en schilder.

 Hij tekende samen met zijn broers Tijs en Willem en zusje Edu en later met de jongste Paul. Hij plaatste Tijs hoog in de rangorde omdat die vaak het voortouw nam. En hij tekende het nieuwe huis met de hoge trap vanuit de tuin naar het koepeltje waar hij vaak tekende.

(Bron: Neuriën, Hetty Mansholt).