Sicco Mansholt (1908-1995) was onorthodox

Sicco Mansholt (neef van mij oma Hetty Voerman – Mansholt) moest vaak terugdenken aan die keer dat hij pas was benoemd tot eurocommissaris. Het was aan de vooravond van zijn eerste grote conferentie in het Italiaanse Stresa, gelegen aan het prachtige lago Maggiore. Aan de rand van het meer had hij een villa gehuurd waar hij samen met Henny een kennismakingsfeestje gaf voor zijn buitenlandse gasten; politici en medewerkers met hun partners. Op deze warme zomeravond in juli had hij ervoor gezorgd dat liefhebbers van het water konden genieten; zwemmen of een boottochtje maken. Wie dat wilde kon zich ook op waterski’s wagen. een stoere Duitse ambtenaar, gebruind en atletisch, zou wel eens laten zien wat hij waard was. een beetje indruk maken op zijn baas en vooral de vrouwelijke toeschouwers kon nooit kwaad.

Onder de aanmoedigingen van de samengedromde gasten liep hij in zijn zwembroek naar de aanlegsteiger. Met veel gevoel voor show trok hij de waterski’s aan en gaf de bestuurder van de boot een teken. Nu ging het gebeuren. Het was jammer voor hem dat het niet zo goed ging. Hij verloor al snel zijn evenwicht en tuimelde in het water. Maar goed, dat kan gebeuren. Onder nieuwe aanmoedigingen deed hij een tweede poging. Hij kwam iets verder, maar opnieuw verdween hij kopje onder. Hier en daar werd besmuikt gelachen door het deftige publiek. Maar Duitsers geven niet gauw op. Hij waagde nog een poging. Helaas. Voor de derde keer verdween hij onder water. Toen was het genoeg. Als een boer met kiespijn zwom hij terug naar de aanlegsteiger. Henny schrok zich kapot toen Sicco opeens naar voren stapte. Waarom zou hij het ook niet eens proberen? Alleen, hij had nog nooit op waterski’s gestaan. Wat haalde deze kale, bijna vijftigjarige Nederlander van 1.90 meter zich in zijn hoofd? Het was doodstil aan de waterkant toen hij in alle rust de waterski’s onderdeed. Het leek goed te gaan toen de boot snelheid maakte. Voorzichtig probeerde hij zich op te richten, maar viel toen toch opzij in het water. Sicco liet zich niet kennen voor het oog van al die Europese ministers met hun aanhang. Henk Vredeling, lid van de Nederlandse delegatie en later minister van Defensie was ooggetuige van dit optreden. Hij schreef: …De tweede keer kwam hij overeind, hield de ski’s eronder en stoof in wijde cirkels over het Lago Maggiore. De gasten applaudisseerden toen hij terugkwam. Volgens mij heeft Mansholt daar zijn gemeenschappelijke landbouwpolitiek gemaakt…

Sicco maakte indruk met zijn actie en veroverde de harten van zijn collega’s. Op onorthodoxe wijze bouwde hij veel krediet op. Einde van een politieke reus. Nu hij ouder werd, besloot hij het wat rustiger aan te gaan doen. Zijn gezondheid liet ook niet meer toe dat hij allerlei sportieve avonturen aanging. er was grote schrik in de familie toen hij tot tweemaal toe een hersenbloeding kreeg. Het zag er aanvankelijk niet zo goed uit, maar eens te meer bleek hoe beresterk hij was. Hij herstelde niet volledig, maar geveld was hij niet. Praten ging alleen wat moeizamer en hij bewoog ook niet meer zo soepel. Dat weerhield hem er niet van om geregeld wandelingen in de omgeving van Wapserveen te maken. Wat hem uiteindelijk wel velde was niet zozeer een fysieke aanleiding, maar een groot verdriet. Zijn oudste dochter Lideke, met wie hij een hechte band had, werd ziek en overleed op 22 mei 1995. Ze werd slechts 53 jaar. Deze klap was te groot voor hem. Hij verloor de zin in het leven. een maand later al kwam het einde voor deze politieke reus die het 86 jaar lang had volgehouden. Zijn as werd verstrooid bij een vennetje niet ver van zijn boerderij waar hij graag kwam om na te denken en terug te kijken op zijn leven. Hij was een man van de praktijk, gebakken uit de Groningse zeeklei. Hij was zeker niet gemakkelijk, wilde graag gelijk hebben en kon flink doordrammen. Aan bureaucratie en ambtelijk gedoe had hij een hekel. De woorden kwamen niet altijd even diplomatiek uit zijn mond. Hij was opvliegend, charismatisch en gedreven, eigenschappen van zijn opa Derk. Al slaagde Sicco er beter in zijn emoties te verbergen. Maar bovenal moeten we ons hem herinneren als een man met grote verdiensten voor ons land en voor Europa. en misschien wel het belangrijkste: Hij had de moed om zijn fouten toe te geven.

Dit is een fragment uit het boek ” Uit Zeeklei gebakken “Van Kees Opmeer. Het boek os tijdelijk uitverkocht.

Mijn opa de kunstschilder

Voorwoord in het boek “Mijn gedroomde Nederland. Jan Voerman jr. en de Verkadealbums”.

Als vijfjarig jongetje zocht ik samen met mijn opa kastanjes. Hij was een man van weinig woorden, maar als hij een bijzonder plantje of dier zag, vertelde hij er alles over. Later kreeg ik van hem een prachtig schilderij waarop hij de kastanjes minutieus had nageschilderd. Ik kon ze bij wijze van spreken zo van het doek pakken. Mijn opa schilderde de natuur als geen ander. Die opa was Jan Voerman jr., kunstschilder, vooral bekend van de illustraties voor de beroemde Verkadealbums. De uitgave van deze albums door de firma Verkade geldt als de eerste – en misschien wel meest succesvolle – reclamecampagne van een Nederlands bedrijf. Na drie Sprookjesalbums zonder tekst (1903-1905), verschenen er dertig albums mét tekst, met een gezamenlijke oplage van meer dan drie miljoen exemplaren. Generaties zijn ermee opgegroeid: kinderen verzamelden en ruilden de plaatjes, en leerden zo over de natuur en het landschap.

Mijn opa, zoon van de bekende IJsselschilder Jan Voerman sr. uit Hattem, werkte mee aan bijna alle albums en maakte meer dan duizend illustraties. Als vijftienjarige maakte hij zijn eerste plaatjes voor het album Lente, met bloemen en insecten. Hij werkte ook mee aan de vier zogenoemde reisalbums, of ‘wandelalbums’ zoals schrijver Jac. P. Thijsse ze noemde: Langs de Zuiderzee (1914), De Vecht (1915), De IJsel (1916) en Friesland (1918). Tijdens de Eerste Wereldoorlog fietste hij door Nederland om landschappen te schetsen en te fotograferen. In zijn atelier maakte hij daar prachtige aquarellen van, die iets verkleind werden afgedrukt in de albums. De illustraties van mijn opa, samen met die van andere kunstenaars zoals Jan van Oort, Willem Wenckebach, Edzard Koning en vader en zoon Cornelis en Henricus Rol, geven, in combinatie met de teksten van Jac. P. Thijsse, een uniek beeld van Nederland in die jaren. Ik heb me vaak afgevraagd hoe die plaatjes tot stand kwamen. Wie bepaalde de onderwerpen? Hoe moeilijk was het om een heel landschap op zo’n klein formaat te vangen? En zoals velen vroeg ik me af: hoeveel van dat landschap is er nu nog over? Helaas heb ik daar nooit met mijn opa over gesproken, maar gelukkig zijn veel van die verhalen opgetekend door mijn oma, Hetty Voerman-Mansholt. Ook Jac. P. Thijsse en de firma Verkade hebben erover geschreven.

In juni 2026 is het vijftig jaar geleden dat mijn opa overleed. Ter gelegenheid daarvan kreeg ik de kans om het verhaal achter zijn Verkadeplaatjes verder uit te zoeken en er een tentoonstelling van te maken. Ik koos ervoor me vooral te richten op de vier genoemde reisalbums (hoofdstuk 2). Bij de tentoonstelling verschijnt dit boek, waarin ook ruimte is voor het bredere verhaal van de andere albums. Voor mijn zoektocht maakte ik gebruik van het familiearchief, met unieke schetsen, voorstudies en foto’s die mijn opa op locatie maakte, en van de originele aquarellen uit het Zaans Museum. In het archief van de Heimans en Thijsse Stichting vond ik aantekeningen uit de schetsboekjes van Jac. P. Thijsse over de reisalbums. Het is een terugkeer naar een nog ongerept, en voor velen een ‘gedroomd’, Nederland. Tijdens het schrijven bezocht ik een aantal van de plekken waar mijn opa destijds is geweest. Het was bijzonder om letterlijk in zijn voetsporen te treden. Ik wilde met eigen ogen zien wat er veranderd is, en wat bewaard is gebleven. Foto’s van dezelfde locaties in onze tijd, ruim 110 jaar later, waarop de verschillen met toen zichtbaar zijn, maken dit verhaal compleet (hoofdstuk 4).

Het boek Mijn gedroomde Nederland is hier te bestellen.

De geschilderde kastanjes door Jan Voerman jr. 1964