Voorwoord in het boek “Mijn gedroomde Nederland. Jan Voerman jr. en de Verkadealbums”.
Als vijfjarig jongetje zocht ik samen met mijn opa kastanjes. Hij was een man van weinig woorden, maar als hij een bijzonder plantje of dier zag, vertelde hij er alles over. Later kreeg ik van hem een prachtig schilderij waarop hij de kastanjes minutieus had nageschilderd. Ik kon ze bij wijze van spreken zo van het doek pakken. Mijn opa schilderde de natuur als geen ander. Die opa was Jan Voerman jr., kunstschilder, vooral bekend van de illustraties voor de beroemde Verkadealbums. De uitgave van deze albums door de firma Verkade geldt als de eerste – en misschien wel meest succesvolle – reclamecampagne van een Nederlands bedrijf. Na drie Sprookjesalbums zonder tekst (1903-1905), verschenen er dertig albums mét tekst, met een gezamenlijke oplage van meer dan drie miljoen exemplaren. Generaties zijn ermee opgegroeid: kinderen verzamelden en ruilden de plaatjes, en leerden zo over de natuur en het landschap.
Mijn opa, zoon van de bekende IJsselschilder Jan Voerman sr. uit Hattem, werkte mee aan bijna alle albums en maakte meer dan duizend illustraties. Als vijftienjarige maakte hij zijn eerste plaatjes voor het album Lente, met bloemen en insecten. Hij werkte ook mee aan de vier zogenoemde reisalbums, of ‘wandelalbums’ zoals schrijver Jac. P. Thijsse ze noemde: Langs de Zuiderzee (1914), De Vecht (1915), De IJsel (1916) en Friesland (1918). Tijdens de Eerste Wereldoorlog fietste hij door Nederland om landschappen te schetsen en te fotograferen. In zijn atelier maakte hij daar prachtige aquarellen van, die iets verkleind werden afgedrukt in de albums. De illustraties van mijn opa, samen met die van andere kunstenaars zoals Jan van Oort, Willem Wenckebach, Edzard Koning en vader en zoon Cornelis en Henricus Rol, geven, in combinatie met de teksten van Jac. P. Thijsse, een uniek beeld van Nederland in die jaren. Ik heb me vaak afgevraagd hoe die plaatjes tot stand kwamen. Wie bepaalde de onderwerpen? Hoe moeilijk was het om een heel landschap op zo’n klein formaat te vangen? En zoals velen vroeg ik me af: hoeveel van dat landschap is er nu nog over? Helaas heb ik daar nooit met mijn opa over gesproken, maar gelukkig zijn veel van die verhalen opgetekend door mijn oma, Hetty Voerman-Mansholt. Ook Jac. P. Thijsse en de firma Verkade hebben erover geschreven.
In juni 2026 is het vijftig jaar geleden dat mijn opa overleed. Ter gelegenheid daarvan kreeg ik de kans om het verhaal achter zijn Verkadeplaatjes verder uit te zoeken en er een tentoonstelling van te maken. Ik koos ervoor me vooral te richten op de vier genoemde reisalbums (hoofdstuk 2). Bij de tentoonstelling verschijnt dit boek, waarin ook ruimte is voor het bredere verhaal van de andere albums. Voor mijn zoektocht maakte ik gebruik van het familiearchief, met unieke schetsen, voorstudies en foto’s die mijn opa op locatie maakte, en van de originele aquarellen uit het Zaans Museum. In het archief van de Heimans en Thijsse Stichting vond ik aantekeningen uit de schetsboekjes van Jac. P. Thijsse over de reisalbums. Het is een terugkeer naar een nog ongerept, en voor velen een ‘gedroomd’, Nederland. Tijdens het schrijven bezocht ik een aantal van de plekken waar mijn opa destijds is geweest. Het was bijzonder om letterlijk in zijn voetsporen te treden. Ik wilde met eigen ogen zien wat er veranderd is, en wat bewaard is gebleven. Foto’s van dezelfde locaties in onze tijd, ruim 110 jaar later, waarop de verschillen met toen zichtbaar zijn, maken dit verhaal compleet (hoofdstuk 4).
Het boek Mijn gedroomde Nederland is hier te bestellen.

De geschilderde kastanjes door Jan Voerman jr. 1964